Boeddha’s gelaat – transformatie van wijsheid in mededogen

Het gelaat van de Boeddha is thema van speculatie. Met name de mysterieuze uitdrukking die veel weg heeft van een glimlach. Mijn eerste leraar, Nico Tydeman Sensei, wijdde tijdens cursusavonden of sesshins de inleiding voor de eerste meditatieperiode altijd aan de opbouw van de lichaamshouding. Hij rondde die af met een instructie voor de gelaatsuitdrukking van de zenstudent: ‘…en op je gezicht het begin van een glimlach’. Als een verwijzing naar de uitdrukking op het gelaat van de Boeddha.

Die gelaatsuitdrukking is meer dan wat we doorgaans verstaan onder een glimlach. Allereerst is het een uitdrukking van Boeddhanatuur die allesomvattend is en die in alle dingen en levende wezens zijn uitdrukking vindt. Jij en ik maar ook de tafel en het theekopje zijn uitdrukking van Boeddhanatuur. Het is dit inzicht dat de ontwaakte zoon van het hoofd van de Shakya stam Siddharta ontving in de nacht van diens ontwaken. Hij had dagen onder de Bodhiboom in meditatie gezeten, was tot diepe samadhi gekomen en uiteindelijk – in het nachtelijk proces van ontwaken – tot het heldere besef over de waarheid van het bestaan.

De eigen geest, de Boeddhanatuur bevat alles, er ontbreekt niets. De geest wordt verduisterd door misvattingen over en klampen aan een zogenaamd zelfbeeld en de wereld die men buiten zichzelf waant. In het kort verwoord zag de Boeddha: Samsara IS nirvana. Er is geen Zelf. Alles is NU en alles verandert. Er is niet iets dat men kan behouden of waaraan men enige identiteit kan ontlenen – bezit noch ideeën, status noch naam. Die waarheid verwoordde hij in een viertal Edele Waarheden. Om de ervaring van dit ultieme inzicht te verwerven is het essentieel de wereld te verzaken en lichaam en geest – ook alles rondom boeddhisme – te laten vallen.  De geest dient ontledigd te zijn.

Siddharta was tot het ultiem inzicht gekomen (in feite geen inzicht, immers er is niets nieuws, alles in dit ene ogenblik is zoals het is en precies zoals het is, er ontbreekt niets) en de Ontwaakte, de Boeddha geworden. In dat moment van ontwaken, werd hij vervuld van alle leven, tot overlopen toe. Hij zag het leven in onwetendheid als de oorzaak van het lijden dat de mens zichzelf aandoet (los van het natuurlijke lijden door geboorte, ziekte, ouderdom en dood). Dit bracht een diepe compassie teweeg. Hij nam zich voor het nirvana niet in te gaan alvorens alle wezens zouden zijn bevrijd, alle lijden zijn weggenomen, alle dharma’s zouden zijn begrepen en de eindeloze Weg volledig was afgelegd.

Het zien dat het universum met alle levende wezens een immense oceaan van bevrijding is, het diepe verdriet om de onwetendheid dat leidt tot zoveel onvruchtbare en gewelddadige daden en gedachten in de wereld, de immense compassie voor de geestelijke honger in de wereld en het besef van de onmogelijkheid van het eigen voornemen om alle nood te lenigen alvorens zelf in nirvana te rusten – al dat beweegt de Boeddha tot vanuit de diepste wezenskern en brengt hem tot de gelaatsuitdrukking waarin alles – groot verdriet, intense vreugde, diep mededogen en volledig begrip – samenkomt.

Alle momenten en dingen vormen de expressie van wijsheid

Alle momenten zijn in potentie momenten van leren, sterker nog, van afleren, van het openbreken van het ego zodat de wijsheid van het leven kan binnenstromen. Tenminste als we daartoe bereid zijn, als we daar aan toe zijn. Je kan je ook blijven vasthouden aan eigen concepten, ideeën, vooronderstellingen en het leven als het ware buiten jezelf houden. Zo leven we vaak, het leven buitensluitend, leven in onderscheid tussen binnen en  buiten. Zo worden we ook opgevoed en geschoold, helaas. Natuurlijk hebben we kennis van onszelf en onze omgeving nodig om te kunnen overleven. Maar dat is niet het hele verhaal.

Waarmee we onvoldoende of niet opgroeien is de dimensie van verbindende heelheid en eenheid, onze geest, de ‘mind’ oftewel shin, het hart zoals het wordt aangeduid in het oosten. Die mind is wijsheid, daarin zijn leven en dood thuis, het is de schatkamer, Boeddhanatuur, het Pure Land waarvan alles en iedereen de expressie is.
Een kopje thee en de geur, een bloem en een glimlach, de sterren en de maand, het lopen en zitten, geeuwen en praten, lachen en huilen, het is allemaal uiting van de onbegrensde, peilloos diepe wijsheid van dit bestaan. Alles spreekt derhalve ook tot ons, van het beeld van een vallend blad van een boom, tot het geluid van auto’s en vogels, van de wind die waait, het tikken van het werk op deze laptop en het geluid van radiomuziek. Alles is DIT en DIT is de geest, de onmiddellijke ervaring, deze ervaring van onmiddellijkheid en aanwezigheid waarin alle dingen, alle verschijnselen naamloos zijn. Hier komt geen tussenpersoon aan te pas, geen bemiddelaar, alles is direct, zonder tussenkomst, de leegte en volheid van de geest. Deze directheid is in alles wat we doen, zeggen, denken.

Maar het is onze starre gewoonte om alles wat vorm heeft namen en eigenschappen toe te dichten die een kloof schept tussen onszelf en de omgeving, die ons belemmert de onmiddellijkheid van de eenheid te ervaren. Door die neiging – lichaam en geest – een ogenblik te laten vallen en onbevangen te zijn, zonder ‘ik-besef’, ontvouwt zich de complete werkelijkheid in één keer. Onze blik, al onze zintuigen blijken verenigd met alles en iedereen. Het hart is niet versplinterd zoals we soms denken en voelen, maar is onverminderd en onverbrekelijk één. We zijn één immens lichaam. Het lichaam, het Koninkrijk Gods, Boeddhanatuur.

Samen op weg

Met de zomer en de traditionele pauze van de zencursussen in het verschiet, wil ik alle deelnemers voor hun aanwezigheid, deelname en inzet hartelijk danken.

Graag wil ik de aanleiding nemen om kort in te gaan op de begeleiding van de groep cursisten die zich sinds 2006 in en vanuit de abdij Doetinchem heeft gevormd. Het gaat om zo’n vijftien personen van wie ik een aantal cursisten door het jaar ook elders ontmoet, bij mij thuis of anderszins. Een aantal is officieel student geworden, enkele hebben bij Maurice Knegtel Sensei jukai gedaan, de ceremonie waarin men zich bekent tot de 16 boeddhistische voornemens. Het is goed om in het kader van de zenstudie deze begeleidingsvorm eens kort te belichten.

In Lelystad zie en spreek ik cursisten van twee groepen, de ene groep wekelijks , de andere 2- of 3 wekelijks. De frequentie is daarmee tamelijk gelijkmatig. In beide groepen lezen we teksten, we hebben uitwisseling, we hebben gesprekken en we hebben meditatie, allen middelen ter wekking van onze oorspronkelijke aanwezigheid, de verheldering van het inzicht daarin en de uitwerking daarvan in dit leven als zenpad.

Bij de cursistengroep ‘Doetinchem’ is de frequentie waarin we elkaar zien en spreken minder hoog. Een aantal zie ik twee, drie keer per jaar in Doetinchem, sommigen tussendoor ook bij andere gelegenheden, bijvoorbeeld tijdens de halfjaarlijkse workshops met Maurice Knegtel Sensei, mijn leraar of een workshop bij de zengroep in Zeist of in Hengelo.

De meeste van mijn cursistengroep ken ik inmiddels zo’n 7-10 jaar. Een aantal van hen bezoek ik zelf een of twee keer per jaar thuis, met anderen mail ik geregeld, sommigen telefoneren op gezette tijden en met anderen maak ik afspraken elders in het land. Dat is dus een totaal andere situatie en frequentie dan een wekelijkse cursusavond of, het leven in een zenklooster. Tijdens het laatste zenweekend in Doetinchem, 12-14 mei jl hebben we met vijf van hen samen kunnen uitwisselen over hun ervaringen en vragen.

Het geeft weer hoe zenbegeleiders in het westen blijvend zoeken naar mogelijkheden voor begeleiding van hen die zich buiten een klooster of een reguliere zengroep toch tot zen willen rihten. Het is zoeken naar wegen die recht doen aan enerzijds de westerse setting én anderzijds aan waar zen zelf voor staat. Aan dat laatste kan niet getornd worden, het betreft immers de kern – het wezen en de uitwerking daarvan in en als ons eigen bestaan zoals we het ervaren en de eeuwenoude traditie van overdracht van begeleider/leraar op student. Zen is derhalve gebaat bij een goed en serieus contact tussen begeleider/leraar en cursist, bij toewijding en discipline.

In de cursist wordt aldus een verloren gewaande herinnering gewekt, de herinnering aan het oorspronkelijke, aan dat zich iets in ons en in alles uitdrukt waarin we één zijn en dat we kunnen benoemen noch begrijpen. In het samen op weg gaan komen het verlangen van de cursist naar de realisatie en de beschikbaarheid van de leraar samen. De activiteit van een begeleider is als van een vroedvrouw, zo vergeleek Socrates het. Socrates hielp mensen tot waarheid komen door hen te laten zien dat in feite misvattingen, idealen en oordelen het zicht op waarheid vertroebelen. Het pellen van een ui. Jarenlang zoeken we naar wat in feite onder onze neus gaande is en zich in alles uitdrukt.

De innerlijke roep tot ontplooiing

Leven is in de spirituele context geen kwestie van ‘ik doe wat ik wil’. In spiritualiteit staat het zoeken via de innerlijke weg centraal, het zich geleidelijk en uiteindelijk openen, zelf de Bron ervaren en als zijnde manifestatie en drager van die bron daaruit gaan leven en er in de praktijk uitdrukking aan geven. Er is een kracht die leven en dood in zich draagt en die de roep tot leven en ontplooiing bij ieder van ons neerlegt. Het is niet vrijblijvend. Het is zaak te ontdekken wat ons te doen staat, de betekenis en zin ervan te achterhalen en voor te leven. De zin en betekenis die volledig zit in elke handeling en gedachte omwille van de handeling en gedachte als uitvloeisel van de situatie die wordt gegeven en nooit hetzelfde is. De situatie waarin alles en iedereen inwerkt op alles en iedereen.

Het mysterie ontvouwt zich als dit concrete bestaan

Het is heel concreet want ons alledaagse doen en laten. En tegelijkertijd één groot Mysterie.

Daaraan is niets zweverigs, het is zo concreet als het maar zijn kan, het betreft namelijk de ervaring van je totale leven, hier en nu, op dit moment, zoals het zich ontvouwt en zoals je het ervaart.

De Middeleeuws mysticus Meister Eckhart biedt hiervoor een ingang:

‘Voor het werkzaam-zijn put men nergens anders uit dan uit dezelfde grond van het schouwen en maakt dat vruchtbaar in het werkzaam-zijn. Hoewel daarbij van beweging sprake is blijft het toch één zaak: het komt voort en keert terug in één punt en dat is God. Zo is werkzaam zijn niets anders dan het schouwen in God. Het ene rust in het andere, het ene volbrengt het andere.’

We leven teveel vanuit het geschapene, zegt Eckhart, in de vergankelijkheid van de buitenwereld en verwonderen ons dan dat het leven ons uit balans brengt en geen blijvende voldoening en innerlijke vrede brengt. We veronachtzamen en tegelijk missen we dat wat ons en alles schept, nl de kracht van de geest waarin alles één is en die alles omvat.

In feite zijn het geschapene (profane) en scheppingskracht (sacrale) zijn één. God toont zich, manifesteert zich in alle dingen. Daarom zeggen we: alles geschiedt met, in en door Gods Wil. We kunnen er onmogelijk aan ontsnappen maar we herkennen het niet. Dat gebeurt pas als we onze blik voor een ogenblik ook werkelijk Gods blik laten zijn, pas dan zien we onszelf in alle dingen.

God is een naam verwijst naar het mysterie, het Absolute dat Ruusbroec het Naamloze noemde. In andere culturen wordt ernaar verwezen in begrippen als Zelf, Atman, Boeddhanatuur, Allah.

Inkeren – jezelf verzamelen in ‘gelatenheid’

Aandacht aanwezig zijn, inkeren. Inkeer duidt op jezelf innerlijk ‘verzamelen’ door alles te ‘laten’ wat er opkomt en door puur aanwezig te zijn sensitief te worden voor het mysterie, de eenheid van de Heilige Geest en de daaraan verbonden alomvattende stilte. ‘Gelatenheid’ is niet hetzelfde als onverschilligheid of niets doen. Het is niet ‘iets’ doen. We laten de buitenwereld voor wat die is. Evenals alles wat op komt. Met andere woorden, we doen er ‘niet teveel mee’. We keren steeds weer terug naar ‘hier’, we keren in. Er is aanwezigheid, schouwen, hier zijn (waar we overigens al zijn en altijd al waren) en daarmee als vanzelf bij de handelingen en de dingen zijn, meer nog, in de handelingen en de dingen, waarachtig zijn. De aangeleerde neiging om direct te reageren op prikkels en neigingen ‘laten’ we. We gunnen de zintuigen een vakantie. Niet ik adem, ‘het’ ademt. Gedachten laten we komen en gaan. We staan open voor…ja, wat is het wat zich aan mij voordoet , wat door mij heen gaat, wat is dit zien, dit bewegen, horen, proeven, bewegen, voelen? Dat is de beoefening van gebed en meditatie en het kost tijd, want uiteindelijk is het een je laten veroveren door, een opgaan in het grotere geheel. De sluier valt weg, de mist trekt op, de appel valt van de boom.

Aldus versmelt ‘ik’ in de tijd met het antwoord op de vraag: Wat raakt en bezielt mij?

Terugkijkend op 2016

Grote dankbaarheid overheerst bij het in de herinnering roepen van de workshops, cursussen en retraites in het afgelopen jaar, van de vele samenkomsten, de talloze ontmoetingen en gesprekken, openhartig, emotioneel, soms met tranen, dikwijls met een lach.

De weg die we (samen) gaan, is een uitnodigende en veeleisende. Het is een pad dat ons dieper in het bestaansmysterie leidt en waarop we ontwaken tot het diepe besef dat we dit mysterie met ons eigen leven, dit bestaan zoals het zich hier en nu ieder ogenblik ontvouwt, manifesteren. DIT is het, zonder dat we nu precies weten wat het is. De Weg is dus niet ver, nee ze is onmiddellijk, ze beweegt zich hier, het is wat hier zit en deze woorden leest.

We leven het alomvattende mysterie met ons leven, in dit lichaam en onze vermogens voor en ervaren het daarin als heel concreet. Soms concreter dan we wensen. Het leven is onontkoombaar, het draait er niet om heen. Vluchten kan niet. Het confronteert en is daarbij glashelder, precies wat het is, zoals Maurice Knegtel Sensei placht te zeggen, wat we er ook van maken en ook al willen we het niet altijd onder ogen zien. We hebben geen andere keuze dan het te leven en de uitdaging aan te gaan dit op een oprechte, verantwoordelijke en liefdevolle wijze te doen. Eyes wide open, kijkend met de blik van de ruimte, de eenheid ervaren die we in alle verscheidenheid zijn, en daar naar handelen. Handelen, enkel omwille van het handelen, voortkomend uit en in overeenstemming met de situatie die zich voordoet en die we manifesteren.

Uiteraard lukt ons dat de ene keer beter dan de andere keer. We zijn mens, kwetsbaar, feilbaar, telkens weer. Onze ware ongeboren natuur drukt zich immers in ons uit als sterfelijk wezen, als de ervaring van leven en dood, als succes en falen. Wat we ook van dit leven denken en vinden, de ware natuur in ons zwijgt heeft er geen mening, geen oordeel over. Het drukt zich enkel uit, onophoudelijk, ieder moment en blijft daarmee met eindeloos geduld aan onze deur kloppen en fluisteren: Wees wakker! Zie!

Hoe troostend. We zoeken onze toevlucht tot de Boeddha, we bewegen ons in de kracht, de handpalm van de Boeddha, we zien met diens oog, horen met diens oren. Zo dichtbij is de Weg.

Ontwakingservaring

In de novembermidweek (22-27 nov) van 2016 in de abdij St. Willibrord in Doetinchem waaraan 18 ervaren zenbeoefenaren deelnamen, hebben twee studenten een ontwakingservaring beleefd. ”Het moment waarop de kruik barst”, noem ik het. Het is de ervaring van eenwording, samenvallen met jezelf, ontwaken tot je diepste wezen, ervaren wat IS. Gate, gate, paragate, parasamgate, bodhi, svaha (gegaan, gegaan, naar de overzijde gegaan) heet het in het Hart Soetra – een van klassieke soetra waarin de bodhisattva Avalokitesvara ‘de stroom van prajna-paramita’ binnen gaat. De stroom staat voor de eigen eenvuldige aanwezigheid, de alomtegenwoordige geest, het hart, het eigenste der eigene. Wie dit overkomt beseft: ”Dit is het! Het is allemaal hier, deze situatie, dit alles ben ik ten diepste.’

Deze ervaringen doen zich in kleinere of grotere intensiteit voor en overkomen een persoon als de ‘appel rijp’ is. Dat wil zeggen als de weerstand tot een minimum is terug gebracht en men innerlijk bereid is lichaam en geest te laten vallen. De bereidheid daartoe gebeurt in jarenlange beoefening en het moment waarop de vrucht rijp is, komt onverwacht. Het kan overal gebeuren en de trigger kan van alles zijn: een geluid, een woord, een bepaald beeld. In de zenweek in Doetinchem overkwam het de twee deelnemers door het lezen een regel in een boek en het geluid van een bezem. Zo eenvoudig kan het zijn. Een van de twee deelnemers zei: ‘Zo iets kleins opende iets zo iets groots. Ik liep er van over.’

Ik ben er overigens van overtuigd dat veel mensen deze ervaringen meer dan eens beleeft maar er amper bij stil staat of niet weet wat ermee te beginnen. Het is ook niet gebonden aan de beoefening van een spiritueel pad. Maar hoe dan ook, wie het overkomt overziet in een moment van volledige openheid het hele geestelijke landschap. Men kan daar niet in blijven hangen. Uiteindelijk dient men weer af te dalen naar de bewoonde wereld en daar de draad van alledag weer op te pakken. De ervaring laat zijn sporen na in het leven en hoe men daar in staat. Maar uiteindelijk rest enkel datgene wat het volgende moment te doen staat. De twee deelnemers zullen deze diepgaande ervaring geleidelijk in hun leven integreren, de draad ervan weer oppakken en hun beoefening voortzetten.

Kijken met de blik van de ruimte

Hongerige geesten, dorstend naar water. Je drinkt er aldoor van maar je kent de smaak niet. De Oceaan van harmonie en compassie wordt door velen ervaren als een Oceaan van lijden. De oorzaak is onwetendheid. Ze kijken en zoeken te ver weg. Hoe kan je de Weg vinden die je al gaat? Water kan nooit water vinden. Je blik en spraak zijn er één mee. Je tilt de ene voet op en zet de ander en verlaat de plaats van Verlichting nooit. Kijk! Zie! Maar je kijkt met de blik van de bezoedelde geest, vanuit denken in oorzaak en gevolg waardoor alles versplintert en verstrooid lijkt. Laat die neiging achter, zie met de ogen van de ruimte en je zult zien dat we er geen sprake is van ontwaken omdat alles al ontwaakt en van nature één. Denken, voelen, zintuigen en emoties zijn functies van het ene. Het universum hangt onder alles ons denken en doen. Geen ding, hoe groot of klein ook staat op zichzelf en kan zonder al het andere. Ze voeden elkaar, brengen elkaar voort maar de mens is in staat te volharden onderscheidmakend denken. Hoe arm wordt het leven zo. Men omhelst het tijdelijke en ziet niet de harmonie met het eeuwige. Alle treurnis en lijden in de wereld is daaraan te wijten. Onwetendheid overheerst. Keer de blik naar binnen, dring door in je eigen geest en laat alles achter. Dan, als de appel rijp is, zal de boom je in een onbewaakt ogenblik loslaten, je blik ontdoen van alle beperkingen en jou herenigen met alles en iedereen als de pure expressie van de eigen peilloze eeuwigheid van de oneindige geest.

Ben Claessens – Zen Cirkel Lelystad 2016

Lofzang op de ene heldere Aanwezigheid

De Boeddha is de ene heldere Aanwezigheid die zich toont in iedereen en alles. De Boeddha zien is de Dharma zien en jezelf in de ander, de Sangha. Alleen in een geest van niet-weten openbaart zich de harmonie en natuurlijke ordening van onze Weg. Neem je toevlucht tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha, laat je geest onbezoedeld, maak het juiste onderscheid en breng aldus de grote compassie tot bloei als de zuivere bloem van dit bestaan.

Ben Claessens – Zen Cirkel Lelystad zomer 2016