De Kerstgedachte is een opgave voor het hele jaar

De Kerst ligt al weer weken achter ons. Of toch niet? We ervaren het niet altijd zo, maar een viering als het Kerstfeest gaat qua betekenis wat verder dan de twee dagen in december. Hetzelfde geldt voor Carnaval en andere evenementen met een traditioneel religieuze achtergrond, dat geldt voor de Christelijke maar evengoed voor een andere religie die men belijdt. Christelijke religieuze dagen liggen weliswaar verankerd in de wet als vrije dagen, maar het zijn dagen die (voor mij) hun basis en betekenis vinden in algemene levensverhalen. Het betreft hier vieringen die in de kern verwijzen naar ons leven, naar de verhouding tussen mens en bestaan, meer nog, naar hoe we naar eer en geweten vorm en inhoud geven aan het leven.

Kerst is de viering van de boom van licht als zijnde het symbool voor het levenslicht, en van de (weder)geboorte van dat licht in de mens. We hebben als levende getuigen daarvan daarmee een kostbare band te onderhouden, namelijk die van onszelf met dit bestaan, een bestaan dat alles en iedereen omvat. Tijdens de Kerst vieren we dan ook de saamhorigheid, de Vrede op aarde, de geboorte van het Kerstkind. De originele boodschap is niet dat we ons voeden met de aanbiedingen en menu’s van Albert Heijn of Deen, maar met het geestelijk brood, het voeden van het bewustzijn dat we in de geest met alles en iedereen verbonden zijn. En dat we kunnen leven vanuit de inspanning om op goede voet met de omgeving te staan of in conflict daarmee. De vraag is elke dag opnieuw: Kan ik in de verdeelde wereld waarin ik leef en werk de natuurlijke eenheid waarin we allen staan in oprechtheid onderhouden? De boom licht op voor mijn ogen als ik het leven recht doe en die eenheid ervaar en dooft zodra ik in conflicten en verdeeldheid verdwaal. Dat is de uitdaging van de geest van Kerst in het leven van alledag. Kunnen we ook nu en in de rest van het jaar in ons leven het licht van de boom ervaren?

Op de drempel van 2018

Op de drempel van het nieuwe jaar, 2018, is het een goede gewoonte in kort bestek een terugblik te geven op wat er in het voorbije jaar gebeurd is. Via media en verhalen in onze omgeving horen we in beeld en geluid volop over gebeurtenissen uit dit jaar. En wij dragen, op onze beurt en op onze wijze met onze eigen kijk en verhalen, bij aan die gebeurtenissen. Gebeurtenissen staan niet op zichzelf, zoals mensen niet op zichzelf staan. We zijn geen eiland. Elk leven raakt andere levens, het zit vol ontmoetingen en elkeen draagt bij aan mijn weg zoals ik een bijdrage lever aan het leven van anderen. We zijn daarmee directe getuigen. Met ons leven leggen we getuigenis af van de connectie, de band met onze omgeving, dichtbij en ver weg. Deze band is onlosmakelijk, onverbrekelijk.

Onlangs realiseerde ik me weer eens hoe immens en omvangrijk en veelzijdig het moment is dat ons onophoudelijk toevalt. Misschien jagen we soms teveel na en maakt ons dat blind voor het wonderlijke van dit ogenblik. Het leven zelf valt ons daarin als vanzelf toe, de hele enormiteit, met alles erop en eraan, met vreugde en verdriet. Een persoonlijk vermogen dat we in deze tijd van prestaties en resultaten, niet zelden te weinig ruimte geven is de verwondering. Terwijl we opgroeiden, verdween het naar de achtergrond en zijn we de aanwezigheid ervan vergeten. We kunnen het herontdekken en onderhouden. Wees naïef, sta open, vergeet alle scholing en reserves. Verwonder je. Bijvoorbeeld over alles wat zo dichtbij is en waar we zo snel over heen kijken. Over de vermogens te kunnen zien, horen, proeven, bewegen, spreken, luisteren.

Bedenk hoe wonderlijk het is dit alles te kunnen doen. In staat te zijn tot handelen. Hannah Arendt, Duits-Amerikaanse Joodse filosofe en politiek denker,  noemde het spreken en handelen van de ‘handelende’ pure zelfonthulling. Daarin onderscheiden we ons van elkaar  en daarin verschijnen we aan elkaar als mens. Dit verschijnen aan elkaar berust op ‘beginnen’. Het is de schepping van het universum zelf. De Engelse mystica Evelynn Underhill zei hiervan: onder al ons denken en voelen hangt het universum. Met andere woorden, alles wat was, is gebeurd en zal zijn, en wat we diep in ons hart zoeken, is reeds aanwezig in wat we doen en denken, in elke stap die we zetten. Met ons spreken en handelen treden we keer op keer, vanaf onze geboorte, de mensenwereld binnen. Alleen wanneer we ons niet bewust zijn van het wonderlijke hiervan, en van de onlosmakelijke afhankelijkheid van anderen hiervoor, zijn we in staat tot het geweld aandoen van de autonomie van de ander als medemens. Handelen zet iets in gang. Met elke daad, met elke gedachte dragen we als individu bij tot de evolutie. Ons individuele bestaan heeft invloed. En het is altijd de vraag op welke wijze ik wil of kan bijdragen aan dit bestaan, voor anderen en voor mijzelf.

Hannah Arendt schrijft over het unieke karakter van de mens en van diens handelen. Handelen wil zeggen een initiatief nemen. De drang ertoe ontspringt aan het nieuwe begin dat in de wereld kwam toen wij werden geboren en wij  geven aan deze drang gehoor door uit eigen beweging iets nieuws te beginnen. Het was Augustinus die schreef: opdat er een begin zij werd de mens geschapen; voor hem was er niemand. Elke handeling brengt iets nieuws teweeg, aldus Arendt. Ze noemde het ‘het verrassend onverwachte’. ‘Dit karakter van het verrassend onverwachte dragen alle aanvangen en alle oorsprongen.’ Het is een oneindige onwaarschijnlijkheid van de anorganische processen die zich afsprelen in het heelal of de evolutie van menselijk uit dierlijk leven. Dat de mens in staat is tot handelen, zo zei ze, betekent dat het onverwachte van hem kan worden verwacht, dat hij kan waarmaken wat in de hoogste mate onwaarschijnlijk is. ‘En dit weer is slechts mogelijk omdat ieder mens uniek is, zodat er met iedere geboorte iets in de wereld komt wat op unieke wijze nieuw is. Met betrekking tot deze iemand die uniek is kan in waarheid worden gezegd: daar was voordien niemand.’ Met de schepping van de mens is het beginsel ‘beginnen’ geschapen, een begin maken, in de wereld zelf komen. Het is volgens Arendt een andere manier om te zeggen dat hte beginsel ”vrijheid’ werd geschapen toen de mens werd geschapen, niet eerder.

Ieder mens is uniek en leeft een eigen, uniek spoor dat echter nauw verweven en verstrengeld is met alle anderen. We zijn zo gewend tot logisch denken, tot aandacht focussen, kanaliseren en versmallen dat het grotere geheel, en het bijzondere vlak voor onze voeten, letterlijk ons buiten beeld valt. Maar zodra we de aandacht de vrije loop kunnen (en durven) laten, zal dit enorme vermogen als een beek weer in de immense oceaan van ons bestaan terugstromen en zal de oceaan zelf zich voor onze ogen ontvouwen, de oceaan van leven waarin we én uniek zijn én verbonden met alles en iedereen. Dat ervaren is letterlijk adembenemend, te groots voor woorden. Maar de ervaring ervan helpt ons met andere ogen te kijken en met meer vertrouwen open te staan voor wat komt, voor dat nieuwe dat we scheppen. Het zal ons helpen om de volgende pagina van dit onwaarschijnlijke avontuur om te slaan, om nieuwe stappen te zetten, nieuwe uitdagingen aan te gaan, alles steeds weer opnieuw te zien met en vanuit die frisse blik. Verwelkomen is een even vast ritueel als afscheid nemen. Maar het betekent niet dat we alles voorgoed achter ons laten, integendeel, het betekent juist dat wat we hebben meegemaakt kunnen laten doorklinken in het nieuwe. Het wonderlijke is dat alles op ons pad ons daartoe kan helpen en ondersteunen. Dat kunnen ervaren, onthult de zinvolheid van dit bestaan.

Alles goeds voor 2018

bron:
Hannah Arendt, De menselijke conditie
Evelyn Underhill, Praktische mystiek voor nuchtere mensen

Het Juweel dat dit bestaan is

Zen is een weg van bevrijding, verlossing. Bevrijding waarvan? Van het idee dat er een ik, een zelf is. Wie of wat is het die dit leest? Er is geen middelaar in de vorm of persoon van een ‘ik’. Er is enkel het zien, horen, proven, aanraken, het pure ervaren als manifestatie van dit ogenblik, de beweging van de geest in harmonie met alles en iedereen. Zodra we er een ‘ik’ aan verbinden ontstaat de duale kijk tussen een ‘zelf’ en de omgeving.

Echter, elke situatie is ten volle ongeboren aanwezigheid, heelheid, tegenwoordigheid van geest. We zien dit niet zo omdat we uitgaan van een vanzelfsprekend bestaand ‘ik’ dat wil controleren, wil hebben, wil weten, dat bevrediging, prestaties, bezit. Het ‘ik’ wil altijd iets, is niet tevreden met dit ogenblik maar zoekt naar iets achter de horizon, de vervulling van een droom, een wens, verlangen. Dit gewone, alledaagse, saaie, veeleisende en vaak pijnlijke bestaan kan volgens het ‘ik’ onmogelijk de zin van het leven bevatten noch manifestatie zijn van die zin. Het levensdoel, bijvoorbeeld vrijheid of rijkdom zitten in iets anders, het moet beantwoorden aan wat we ons ervan voorstellen en wat we willen. Bovendien, wat we najagen moeten we kunnen begrijpen, kunnen definieren en kunnen bezitten. En wat ons in de weg zit moeten we uit de weg kunnen ruimen. Die hardnekkige kijk en vooronderstelling is de belemmering die we opwerpen om het totaal van dit ogenblik te kunnen ervaren. De bizarre paradox is dat het juist om opgave van ‘ik’ vraagt om die totaliteit, het absolute nul-punt, te ervaren, de ware natuur van het bewustzijn dat het ‘ik’ voortbrengt.

Het gaat er niet om het ”ik” op te heffen. Het gaat er om te zien wat de ware aard is van wat we ervaren – ons denken, dit lichaam, alle zintuigen, alle verschijnselen en alle levende wezens. Als we dit nauwkeurig bestuderen, als we de totaliteit van aanwezigheid is ervaren, zien we met de oorspronkelijke klaarheid van onze blik dat dit leven of bestaan in zijn pure verschijningsvorm leegte is. Het heeft geen substantie, het bestaan is een holle ruimte, een oceaan waarin alles en iedereen een plaats heeft, een overvloed aan leven dat ons elk moment toevalt. Het is overweldigend, voor een mens teveel om aan te kunnen, teveel om te kunnen begrijpen. Dit bestaan, deze oceaan van oneindigheid en alomvattendheid is in de kern wat we Boeddhanatuur of God noemen. In de sutra’s wordt het omschreven als Juweel, Diamant.

Zodra we de onjuistheid van (de gehechtheid aan) een vast ik-concept kunnen doorzien en laten vallen, ervaren we dat mijn leven alle leven omvat. Het is geen persoonlijk bezit, kan niet gekocht of verkocht worden. Dit Juweel van het bestaan is pure ervaring. Vanuit die ervaring als grenzeloze context kunnen we het fenomeen ‘ik’ in vrijheid gebruiken en leven. Met alle pijn en verdriet, vreugde en blijdschap, ongemak en gemak. Met onze neus die ruikt, oren die horen, ogen die zien. Vanuit het diepe besef (niet-weten) wat we in werkelijkheid zijn, ervaren we een diepe onverbrekelijke verbondenheid. Aanwezigheid, deze situatie is immers grenzeloos, peilloos diep, oneindig, we weten niet waar een situatie begint of eindigt, we weten niet waar het bestaan begint of eindigt, waar ‘ik’ begin of eindig. Om die oneindigheid, dit Juweel in alles te bekrachtigen rest me het leven te leven, aanwezigheid voor te leven. Daarin, en alleen daarin, ligt bevrijding. Vrijheid reist met ons en openbaart zich enkel in het besef van een diepe verbondenheid met alles en iedereen.

T.S Eliot’s De Reis van de Wijzen – ter overpeinzing in deze tijd

T.S. Eliot (1888-1965, nobelprijs voor de literatuur 1948) was in zijn jonge jaren een uitgesproken cultuurpessimist. Hij schreef na WO I over het ondraaglijke lijden van de moderne mens, de uitzichtloosheid van het bestaan en isolatie van ieder individu door het geestelijke en morele failliet en de verspilling van de goddelijke liefde (The Waste Land). Deze kijk op het leven deel ik niet – zingeving is er wel degelijk en vinden we ieder moment onder onze voeten, in de wijze hoe en met name vanuit welke intentie we – in relatie tot onszelf en onze omgeving – handelen en denken.
In 1927 trad Eliot toe tot de Anglicaanse Kerk. In datzelfde jaar schreef hij een gedicht over de Reis van de Drie koningen. Het werd een bijzondere metafoor op het alledaagse bestaan. De reis omvat onze levensweg maar refereert ook naar de zeer wisselende momenten van ons gemoed, de lasten en lusten en de kalmte en chaos door de dag heen. Ergens in ons knaagt de onrust en leeft het verlangen naar rust – even niets. Waar vind ik die momenten? Als je het gedicht weg-projecteert naar de buitenwereld toe, van je af, is het niet meer dan een aardig en beeldrijk verhaal. Maar zodra men het kan zien – en wellicht ervaren – als de verwoording van de eigen alledaagse levensweg gaat het leven. De kunst is de symboliek en beeldenrijkdom ervan op je te laten inwerken en z’n werk te laten doen, de betekenis ervan door bezinning te wekken, niet zozeer door eigen analyse. Het gaat er niet om vanuit het discursief denken de woorden mogelijke betekenissen toe te dichten maar meer om deze een voor een te laten bezinken, zich te laten ontplooien tot een persoonlijke ervaring.

De reis van de drie koningen
Foto: Tuxyso / Wikimedia Commons / CC-BY-SA-3.0

De kunst van ‘laten’ – luisteren naar de werkelijkheid

Zen is luisteren. Naar wat? Naar de werkelijkheid. Maar wat is die werkelijkheid? Geen idee maar het manifesteert zich in wat zich hier en nu, dit moment voordoet in vele verschijningen en beelden, geluiden, gevoelens, emoties en gedachten. Het zijn aspecten van een werkelijkheid met een eigen taal, dat is waarnaar we luisteren. Met de oren aan mijn lichaam, maar vooral met de oren van die werkelijkheid zelf, de oren van de ruimte waarin alles zich voordoet.

Daartoe is het zitten, de contemplatie van belang. Dit helpt mij om ‘te verzaken’, het hart te reinigen. Het zijn niet de verschijnselen en beelden, de gevoelens en emoties die mij hinderen de werkelijkheid als werkelijkheid te ervaren, het is de bevangenheid met mezelf, met wat IK zie, IK wil, Ik wil weten, Ik wil hebben, IK wil doen. Ik ben zelf de grootste belemmering. Het zitten, verheldert die bevangenheid, zodra ik wat mij bevangt kan ‘laten’.  Daarmee ‘laat’ ik mijzelf. Want wat mij bevangt, daarmee identificeer ik me. Zitten en laten geeft niet mezelf maar de werkelijkheid de ruimte terug die ik met mezelf in nam. Ikzelf doe een stapje terug ten behoeve van de werkelijkheid die zich op zich moment, bevrijd van mij, aldus vrijelijk kan ontvouwen.

Dat stapje terug toont uiteindelijk geen andere werkelijkheid dan die waarin ik in de situatie van alledag functioneer. Nee, het plaatst die werkelijkheid in een ander, het eigenste licht. Het laat alles spreken vanuit zichzelf, niet gehinderd door de tussenkomst of ingekleurd door mijn idee, mijn gevoel en mijn emotie. Alle wezens en dingen kunnen zich tonen als geheel, het geheel waarvan mijn ‘ik’ getuige is en waarin ik me beweeg. Ik sta niet los van wat ik waarneem, ik ben de situatie die er op dit moment is. Hier is alles en hier wordt alles en het voltrekt zich aan jou en mij maar ook aan de koffiekop, de boom in de tuin, de vogel in de lucht, het vuil op straat, het water uit de kraan. Het voltrekt zich hier en het in het totale universum.

De waarde van zen is dat het mij iets aanreikt wat mij helpt mijzelf en dit leven te onderzoeken, er in af te dalen en uiteindelijk de dingen voor zich te laten spreken. Een levenswijze die mij terugbrengt naar de directe ervaring van leven zelf, naar de kwestie van leven en dood en, ja, uiteindelijk voorbij deze kwestie, een wedergeboorte die we kennen als, hoe wrang, de grote dood. Het ‘ik’ teruggekeerd in de functie die overeenkomt met de eigen natuur.

Meer dan een mens aan kan

De zentraining is er een van verdieping, bewogen worden tot inspanning en van laten, van jezelf vergeten, voorbij jezelf leren kijken,  en vanuit de ervaring terug in de ervaring van het alledaags je  verantwoordelijkheid als mens ten opzichte van de ander en al het andere steeds helderder gaan zien. En daarin bewogen worden tot handelen.

Het thema van de retraitemidweek die ik van 21-26 november 2017 in de abdij in Doetinchem mocht begeleiden had als thema Hart van Zen. Dit Hart, deze tegenwoordigheid van geest als de onmiddellijkheid der schepping.

Het is daar waar de verticale en horizontale balk van Christelijk kruis op wijst, daar waar ze elkaar kruisen zijn we, de Schepping, dat zijn wij, ieder ogenblik weer. Daar staan we in het relatieve en in de tijdsbeleving (de horizontale balk) en tegelijkertijd in het eeuwige in de verticale balk. Universum, bergen, oceanen en sterren zijn dat kruispunt, het Hart van Zen, niet iets uitgezonderd. Soms ervaren we even een stukje universum, vaker het relatieve en tijdsbesef van de ontmoeting, de taken die gedaan worden, het eten maken, schoonmaken enzovoort. Maar altijd is daar de eeuwigheid, de kosmos onder elke activiteit en in ons denken.

Deze onmiddellijkheid der dingen werd verwoord door de Benedictijnermonniken op de derde dag van de retraite in de beurtzang van Psalm 139. Gij zijt mij nader dan ik mijzelf. Gij weet van mijn zitten mijn staan. Wat je ervaart is overvloed, pure overvloed, de Gaven Gods, te veel, te immens, in één enkelvoudig, onverdeeld en eeuwig durend ogenblik. Meer dan een mens kan bevatten en aan kan.

Die onmiddellijk van de eeuwigheid voltrekt zich aan ons, het is geen bewuste daad van onszelf, we deinen, bewegen mee in het geweld en de bries van de wind der geest. Meditatie maakt de geest voor deze bewegingsmogelijkheid rijp, flexibel genoeg, door leren ‘niet-doen’, niet ingrijpen, niet voeden, alles wat opkomt laten. Laten en doorlatend worden.

Zo kunnen we ervaren hoe we met elke stap het complete universum, ja, met elke twinkel van het oog, overbruggen. Wat ons toevalt in elk moment is overweldigend en dat diepe besef, die ervaring aan den lijve maakt me sprakeloos en emotioneel. Met alles en iedereen tezamen vormen we in deze oneindigheid het Hart van Zen. Hierin ligt ook een grote pijn, vanwege het gegeven dat dit wonder zich voltrekt aan eenieder en aan alle dingen maar dat niet ieder dat aldus ervaart.

Dit wordt bedoeld met de Lichtschat van de Dharma, de holle ruimte waarin alles oneindig tot volle expressie komt, in de meditatie en in het alledaagse leven, ook als we zijn opgeslokt door ons werk, een gesprek, een klus, achter het stuur, in de winkel. Overal en altijd.

De leraar

Mijn eigen training begon in 1998 bij Nico Tydeman. Ik had hem daarvoor al eens ontmoet, in 1983. Begin jaren ’80 las ik over een zenleraar (Genpo Sensei) uit de VS die naar het scheen in de Bijlmer les gaf. In mijn zoektocht kwam ik uiteindelijk uit bij een van Genpo’s leerlingen, Nico Tydeman bij wie ik enkele avonden in de Kosmos in Amsterdam zazen volgde. Maar die training kwam te vroeg. De eerstvolgende keer dat we elkaar weer zagen was 15 jaar later. Begin 1998 volgde ik een zenweekend bij Jeroen Witkam, Trappist, abt en zenleraar in Zundert. De week daarop ging ik naar het Zen Centrum Amsterdam in Amsterdam Oost. Ik betaalde Meindert van den Heuvel (die in 2013 transmissie ontving) die aan de ontvangst zat gelijk voor een heel jaar, als stok achter de deur. Zeven jaar reed ik op dinsdagavond naar Amsterdam, in drie daarvan tevens als bestuurslid, secretaris. Daar ontmoette ik ook Maurice, we kwamen elkaar nagenoeg elke zenavond tegen. Een jaar na zijn eigen transmissie in 2009 vroeg ik Maurice of ik bij hem shokenstudent kon zijn. Nico en Maurice stemden in. Door de band met Maurice als leraar vond er een geleidelijke maar onmiskenbare en, ik denk ook, onvermijdelijke versmelting plaats. De cursisten in Lelystad gingen in 2013 officieel tot de Zen Cirkel van Izen behoren.

In 2005 had zenleraar Nico Tydeman al ingestemd met een zengroep in Lelystad. Nico’s ideaal was een ‘zendo op iedere hoek van de straat’ en hij propageerde enthousiast en met nadruk de start hiervan door mensen die er minimaal 6-7 jaar training op hadden zitten. Vanuit een bij mezelf moeilijk te duiden drijfveer en het vertrouwen dat Nico me gaf, begon ik destijds de begeleiding. Eén groep startte in 2006 op de maandagavond (tegenwoordig de dinsdagavond, frequentie: wekelijks) en kort daarna een op de woensdagavond (frequentie: elke 2 of  3 weken). In 2007 kwam daar de begeleiding van midweken en weekenden in de Slangenburg, de Benedictijnerabdij in Doetinchem bij. Dit op verzoek van wijlen pater Gerard Helwig die had gestudeerd bij de Duitse Jezuiet en zenleraar Hugo Lasalle en met wie ik al maandelijks  de teksten van Ruusbroec bestudeerde, iets wat we tot kort voor zijn dood in april 2013 zijn blijven doen.

De band met en werkzaamheid van Maurice als leraar en geestelijk leider is in dit alles wezenlijk, onmisbaar. Hij is beschikbaar, begeleidt, trekt en duwt, is vasthoudend en meegaand. Hij stimuleert studenten kritisch te blijven en de eigen verantwoordelijk goed in het oog te houden. De leraar belichaamt de traditie, manifesteert de levende Boeddha en spiegelt en leeft daarmee voor wat zich in wezen in ons allen en alles uitdrukt.

Maurice is eens per maand op een avond of middag sparringpartner en supervisor. We vertellen bij die gelegenheid vanuit de eigen ervaring en Maurice gaat in op de dilemma’s en kwesties die ter tafel komen. Het behoort voor mij tot de meest ingrijpende en dankbare ervaringen om op een zo open wijze van student/monnik tot zenleraar, van mens tot mens, Boeddha tot Boeddha, ieder vanuit de eigen ervaring en situatie maar in het besef van de ene aanwezigheid, met elkaar omgang te hebben.

Maurice leidt sinds enkele jaren in voor- en najaar een workshop in Lelystad waaraan leerlingen uit Lelystad en vanuit het land deelnemen. De essentie waarin het bij Izen en de Zen Cirkels gaat en draait is het eigen leven als zenpad te ervaren en te onderhouden. Het is mooi te zien hoe studenten uit de Zen Cirkel in hun leven en werk zelf en op geheel eigen wijze op meditatie en innerlijke verdieping gerichte initiatieven nemen.

De stilteretraites in de abdij van Doetinchem

Sinds 2006 mag ik stilteretraites in het Stiltecentrum van de abdij in Doetinchem begeleiden, zo’n 4-5 per jaar. Ze zijn in weekenden van vrijdagavond 18.00 uur tot zondagmiddag 15.30 uur en in midweken van dinsdagavond tot zondag. Ze kennen een programma waarin zenmeditatie en kapeldiensten van de monniken zijn verweven. Het is een vast stramien dat qua schema ‘s ochtends om 05.45 uur begint en om 20.45 eindigt. Van de gemiddeld 18 deelnemers is 60-70% vaker in Doetinchem geweest en 30-40% nieuwkomer.

De omgeving is bosrijk. Het Stiltecentrum is volledig ingericht op het beoefenen van stilte en de innerlijke verdieping. De voor Europa unieke zenzolder kent verschillende meditatieruimtes en een Japanse rotstuin. De sessies bieden gelegenheid tot persoonlijk onderhoud en dagelijks in de ochtend een teisho. Voor enkele deelnemers van christelijke huize is zenmeditatie in Doetinchem een heilzame weg om met knelpunten in de eigen geloofsbeleving in het reine te komen. We zeggen altijd: Er is geen noodzaak de christelijke traditie te verlaten. Zen biedt hen echter ruimte en richting. Het is minder complex, meer transparant en uiteindelijk in de beleving van deelnemers helend. De rituelen (zazen, buigen, sutra, onderhoud, teisho) bieden de gelegenheid aldus de eigen spiritualiteit te ontdekken en binnen te gaan in de essentie van zen cq het Koninkrijk Gods. In Doetinchem heeft zich door de jaren heen ook een groep deelnemers ontwikkeld die in de sessies geregeld terugkomt en meer begeleiding wil. Twee studenten, Heleen en Luc, hebben in december 2015 bij Maurice Jukai gedaan. Met hen en andere studenten spreek ik geregeld af, bij mij thuis, elders in het land of we zien en spreken elkaar tijdens de sessies in Doetinchem en/of workshops in Lelystad.

Verstilling in het leven van alledag

De natuurlijke eenheid ervaren, vraagt om innerlijke verstilling, alle geluid en prikkels, emoties, gevoelens en gedachten te kunnen laten voor wat ze zijn. In de meditatie kan het troebele water van onze onrustige geest weer verhelderen. Die transformatie wordt mogelijk als we afleren om ons steeds weer te laten meeslepen door prikkels van buiten die vooral verstrooiend werken. Dat is de oefening van de meditatie – afleren iets te doen, de geest niet te vertroebelen of te verduisteren en daardoor steeds meer open te staan voor de situatie van het eigen bestaan in dit moment. En het volgende moment. Ons alledaagse leven leiden is de verstilling van het mysterie beleven.

Ons leven blijkt zich niet gisteren of morgen af te spelen maar altijd in NU, dit ogenblik. Dit heeft een bevrijdend effect op de eigen beleving en daarmee op het gezamenlijk beleven van dat bestaan – het samen leven. Het denken in onderlinge tegenstellingen maakt meer en meer plaats voor de oorspronkelijke en natuurlijke verbondenheid. Ieder mens is weliswaar uniek maar tevens onlosmakelijk met de ander en de omgeving verbonden. Alles en iedereen blijkt bij te dragen aan onze levensweg. We dragen daarmee de zorg voor elkaar, een grote verantwoordelijkheid, immers al ons denken en doen heeft effect op onze omgeving.

Deelname aan meditatie gebeurt vrijwillig. De inzet vanuit het eigen verlangen en toewijding zijn namelijk bepalend. Het gaat in essentie niet om succes of prestatie. En evenmin om begrijpen. Het gaat om bevrijden, innerlijke bevrijding en het innerlijke besef (niet-weten)– dit is mijn bestaan waarin niets en niemand van kan worden uitgesloten, hier draag ik de zorg voor.

Zen gaat niet ‘ergens over’

Zen gaat niet ‘’ergens over’’. Het is onze alledaagse leven als zijnde weg van de Boeddha, de uitdrukking van onze natuur, en alles en iedereen daarbij inbegrepen als zijnde vrijheid, wijsheid en genade. Dat is de weg van de bodhisattva. Bodhisattva’s leven uitsluitend voor anderen. Wat in me boven kwam is de uitspraak van Albert Schweitzer: leven is leven dat temidden van leven wil leven. De laatste woorden van het Hart Soetra: gate gate parasamgate, hebben daar evenzeer betrekking op Gegaan, gegaan, naar de overzijde gegaan. De geest transformeert in zichzelf, ervaart zichzelf als ware natuur als Boeddha-mind, Dharma, Sangha. Boeddha zoekt Boeddha en realiseert uiteindelijk zichzelf, bevrijdt zichzelf van de ketens van de eigenwaan van het denkende ik. Het ego beseft dat het niet losstaat van Boeddha-mind maar er uitdrukking van is. Een functie. Het leven van alledag IS de Weg, in elke handeling, in vallen en opstaan, onbegrensd, peilloos, heden, verleden en toekomst zijn nergens anders dan hier. En wat we doen en denken is ingegeven door de situatie die niets en niemand uitsluit. We leven de situatie, zijn getuigen, hoeders van deze aarde en mede verantwoordelijk voor het welzijn van de ander.