Zo’n twintig jaar geleden had ik een droom. Ik wandelde in een bergachtige omgeving en kwam drie personen tegen. We liepen samen naar een beekje en stonden even stil. Een van de drie personen vroeg: ‘Hoor je dat?’ Ik knikte. Het geluid van een kabbelende beek. Nou en? ‘Daar is de ingang’, zei de man. Hij noemde zijn naam, Nagarjuna. We stonden nog even bij elkaar waarna het drietal zijn weg vervolgde. Dat was alles wat er gezegd werd. Ik bleef in verwarring achter met het zacht ruisend geluid van de beek.

Wat horen we? Wie of wat hoort er? En wie of wat luistert er. Hetzelfde geldt voor alle zintuigen en zintuiglijke ervaringen – zien, spreken, voelen, ruiken. Maar luisteren is een uitstekend oefengebied voor ons dagelijks leven als spirituele omgeving.

‘Daar is de ingang’, vertelde mij de droom. Ik stond aan het begin van mijn pad van zentraining. De droom zei me destijds weinig maar hij is me altijd bijgebleven en bij tijd wijle weer tot thema van meditatie geweest. In  het begin zag ik het kabbelen van het beekje als poort, een ingang tot iets. Maar waarom een beekje? Wie waren die drie personen? Wat betekende dat kabbelen dan precies?

Doorheen de jaren liet ik gaandeweg de aangeleerde behoefte tot analyse, het discursieve denken, los. Ik kwam er gewoon niet uit. Belangrijk werd de vraag, wie of wat is die luistert, die dit hoort? Die vraag zakte diep in me en werd uitgebroed als een ei, totdat de eigen inhoud en betekenis zich ontvouwde. Het ging niet om het kabbelen als een losstaand gebeuren. De ingang waarover een van de drie personen sprak, betrof zowel het kabbelen als het horen en luisteren. Kabbelen en horen zijn één. Het is één met degene die luistert en hoort. Bén ik dan het kabbelen? Nee. Er is in wezen geen persoon die hoort, geen zelf, enkel het ruisen van de beek: klokklok-shhhhh’. Er is enkel deze ongeboren Al-omvattende tegenwoordigheid van geest die dit lichaam aanneemt maar evengoed alle andere vormen waartoe het geluid van de beek, het kabbelen en ruisen, ook behoort. We zijn onze situatie.

Wat we horen kunnen we niet loszien van het bewustzijn als functie van die tegenwoordigheid, alles in de situatie – dichtbij en verweg – is één. De ingang is geen-ingang, het is de poortloze poort van zen.

Luisteren, horen wat gaande is, betreft niet alleen geluid en woorden. Het betreft alles wat in ons wezen zich ontvouwd. Alles heeft een taal. Alles spreekt tot ons. Daar naar leren luisteren, is een ontdekkingsreis en opent ons innerlijk tot de gaven van dit bestaan. Het bestaan als Juweel, als Diamant zoals het boeddhisme dit omschrijft. De kunst van horen&luisteren is een oefenpad.