Siddharta’s reis is onze reis, die van jou en die van mij. De Boeddha, dat zijn we als zijnde de expressie van een universele natuur (ons groot hart) waarin alles en iedereen plaats heeft. Onze natuur is universeel.  Graag citeer ik de uitspraak van een Sjamaan uit het Amazonegebied: ‘We behoren onszelf niet meer toe, we maken overal deel van uit.’ Daartoe ontwaken is één aspect, het weerbarstige, alledaagse leven in dat Licht gaan zien, is een ander’. Blijf doorgaan! Blijf trouw aan je dagelijkse voornemens: Ik neem me voor het kwade te laten, het goede te doen, en mijn geest te onderhouden.

Klik hier voor de Zen Cirkel Nieuwsbrief augustus 2019

Graag plaats ik hier een citaat van een Sjamaan uit het Amazonegebied: ‘Uit deze open plek zonder tijd komt de kracht. Door dit hart groeien wortels onder de grond. Hierdoor groeien de takken naar de hemel toe. In dit zaadje zit de kracht die alles boven ons en onder ons verenigt. De kracht waardoor dieren ademen. Waardoor mensen lopen. Deze plek kunnen alleen wij eeuwigen binnen gaan. Velen willen de sleutel om zich er meester van te maken. Zij snappen niet dat het doel anders is. Dat is het bereiken en bewaren van de heilige kennis van de aarde. Zij snappen niet dat ons hart dankzij haar klopt. En die hartslag houdt ons bijeen. Dit is het bewustzijn van het universum. Wie daar binnen gaat beseft: We behoren onszelf niet meer toe, we maken overal deel van uit.’

Dat ‘overal’ is een ruimte die geen beperkingen kent, waarin alles is en er mag zijn. De ruimte waar geen tijd is laat geen mens met egoïstische motieven toe. Dan blijft de deur gesloten en de eenheid van het hart verborgen. Eenheid vraagt om overgave, jezelf vergeten en achterlaten. Dat is wat wordt bedoeld met ‘wij eeuwigen’. Wij zijn eeuwig van nature, onze kern is eeuwig, vol kracht, vol energie en verenigt alles. De Sjamaan citeert in eigen bewoordingen het principe van het Koninkrijk Gods in ons. Hoewel het de kracht is die alles schept, die zich in ons manifesteert kan niemand er zomaar binnen gaan. De eersten zullen de laatsten zijn. Enkel wie arm is (volledig open en onbevangen) van geest en kan zijn als de kinderen heeft er toegang toe. Dan wordt helder dat we in de kern onszelf niet toebehoren, en dat we, wat in zen de Grote Weg wordt genoemd, al gaan. De Grote Weg, ofwel het hart waarvan de Sjamaan rept, de open geest, het Koninkrijk Gods. Daarin is alles waarvan we altijd al deel hebben uitgemaakt. Het is nooit anders geweest.

We leren over het onmetelijke dat we met ons meedragen door ons door de situatie bij de hand te laten nemen en te luisteren naar wat die ons vertelt, door daar van te leren, steeds weer en door steeds weer opnieuw onze hechting aan het geleerde en aan het oude achter te laten en nieuwe, ongebaande paden te betreden. Dát is onze levensweg. Alleen zo kunnen we ons bevrijden van ontregelende gehecht-heden. We zijn er niet om de wereld of om anderen te veranderen of te verbeteren maar om Gods gelaat te zien in alles wat zich voordoet en in alles wat is en om je daaraan te laven, het vol in te ademen (in vreugde en verdriet) en langs die weg als mens te groeien,door te handelen. Steeds opnieuw, elke dag weer. In die zin hebben we ons leven zelf in de hand, als we leren luisteren naar dat leven, niet door ons te klampen aan wat er in ons opkomt maar door wat het volgende moment ons vertelt.

Rinzai en Soto zijn de twee grote stromingen die in eeuwen van ontwikkeling waarin tal van scholen en nieuwe stromingen het licht zagen, kwamen bovendrijven. Beide lijnen vinden hun oorsprong in het 7e- en 8e eeuwse China. Ze markeerden de bloeitijd van Ch’an in de Tang-dynastie (618- 907). In de 11e-12e eeuw vond de oversteek van beide lijnen naar Japan plaats. Hakuin Ekaku Zenji (1686-1769), geldt als een van de grote Japanse zenleraren van Rinzai van de laatste eeuwen.

Hij stamt uit een dorp aan de voet van Mount Fuji en verbleef het grootste deel van zijn leven in het klooster Shōin-ji in die regio. Op 31-jarige leeftijd werd hij er priester en ontving hij zijn boeddhistische naam Hakuin, wat zoveel betekent als ‘gehuld in wit’, refererend aan Mount Fuji. Hakuin had, na eerdere momenten van verlichting in zijn leven, zijn echte grote ervaring toen hij 41 was. Hij schreef veel – teksten en verzen, hij liet zijn werk drukken en citeerde er zelf uit in zijn teisho’s.

Hakuin was zenleraar in een traditie die al enkele eeuwen lang onderhevig was aan verval. Er werd volop gehandeld in koans, boeddhistische functies en in tal van kloosters was meer aandacht voor zogenaamde zenkunsten dan voor gedisciplineerde zentraining. Hakuin’s voorgangers, als Gudo Toshoku en Shidô Bu’nan, hadden deze ontwikkeling al bekritiseerd en diepgaand betreurd. Het is Hakuin’s enorme verdienste dat hij de koanstudie, die hij hoog inschatte, opnieuw ordende en vorm gaf. Hij benadrukte het eminente belang van de voortzetting van de zentraining na het realiseren van ontwaken, als weg van verdere loutering en zuivering. De rode draad van het boeddhistische pad was volgens Hakuin het praktiseren van ‘diepe compassie en verbondenheid teneinde alle wezens waar ook terzijde te staan’.

In een van zijn werken staat deze koan: ‘Priester Wu-tsu Fa-yen instrueerde de gemeenschap: ‘Eet het fruit! Maak je niet druk over de vorm en kromming van de boom.’

De genoemde koan duidt op een belangrijk, ja wezenlijk, aspect: blijf niet hangen in analyses van woorden over zen die je hoort of leest, denk niet dat ontwaken afhangt van meditatie, raak niet verstrikt in je eigenzinnigheid (je ego doet niets liever). Eet het fruit: dring door tot de waarheid van je geest! Het doet denken aan een koan uit de vroeg Chinese Ch’an tijd: ‘Vergeet het vangnet, grijp de vis’.

Soto-leraar Dogen Zenji spreekt van ‘Lichaam en geest laten vallen’ teneinde in het Licht van de onmiddellijkheid te staan. Zo nabij, zo lastig te realiseren. Het is en blijft bijzonder dat door de eeuwen heen een enorme traditie is ontwikkeld, met talloze soetra’s, rituelen en ceremonies, enkel om ons erop te wijzen: het is hier, onder je voeten, daar gebeurt het, het is je geest waar alles ontstaat en verdwijnt, zoek niet verder!

(Foto: Hakuin Ekaku, zelfportret, Eisei Bunko Foundation)

Wat dit leven schept verlaat ons nimmer

In iedere handeling, in elke  gedachte,

In al ons gevoel schuilt het onmetelijke

Het is de kracht, de troost

De liefde, de grond waarin we allen zijn

het is ons zien, ons spreken en aanraken

Ons bewegen en bidden

Het licht in onze ogen

Wij zijn als klei in de handen

Van het scheppende

Dat ons vormde en vormt naar het eigen beeld

En in dat beeld, precies zoals het is

Ontbreekt niets –

In alles, ieder ogenblik klinkt het fluisteren

Vrees niet, twijfel niet

Ik heb je lief, tot in eeuwige dage

(foto: Scott Webb-Pexels)

Het spirituele pad is de verschuiving van ‘ik’ naar ‘niet-ik’ en vervolgens het leren voorleven van die ervaring van ‘niet-ik’ (of eenheid) in ons alledaagse leven. Dat is een levenslang durend nooit eindigend proces. Het is boeiend van begin tot einde, enorm dynamisch, vol vreugde en verdriet waarin we telkens weer nieuwe en onvermoede kanten van onszelf tegenkomen en (kunnen) ontplooien. We leren onze patronen en conditionering ontdekken en ook waarderen – ons verleden en al onze banden met de familie maken ons grotendeels ook wie we als persoon zijn. Sommige patronen kunnen we wellicht transformeren, anderen minder. Dat onderzoeken is deel van het spirituele proces. In de meditatie heten we alles wat opkomt welkom. We leren wat opkomt te ‘laten’, niet te voeden, niet groter of kleiner maken dan het is. Gewoon ‘laten’. Komt er weerstand op, gewoon laten komen EN laten gaan. Waarbij er uiteraard altijd de mogelijkheid (en soms noodzaak) is te onderzoeken waar weerstand of andere gevoelens, gedachten en emoties hun grond vinden, niet als ego-activiteit maar om de natuurlijke verbinding te verdiepen. Door meer en meer in onszelf te zakken (afdalen in ons bewustzijn, aldus Johannes van het Kruis) komen we letterlijk onszelf tegen en kunnen we knopen die vastzitten ontvlechten en de energie daarin de vrije loop laten.

Ongeacht in welke situatie we zijn, het is van belang dat we diepgaand ervaren dat we een weg gaan en dat we die weg belichamen, of we nu weerstand voelen of niet. De weg, dat is de ‘geest’ of bron die zich in alles en iedereen uitdrukt en waarvan niets of niemand uitgesloten is. Elk moment rijst alles op als reflectie van die bron en in hetzelfde moment verdwijnt het weer. Het gaat naadloos en in dat naadloze (of Ongeborene) zijn verleden, heden en toekomst EEN. In de momenten van overgave (momenten van volledige, onverdeelde aanwezigheid) kunnen we vervuld raken van alle gaven en kan die enorme energie zich in ons mens onweerstaanbaar uiten in grote liefde, compassie en medeleven.

(foto: Tina Nord -Pexels)

We zijn verbonden, altijd en overal, in welke positie of situatie we ook zijn. Meditatie heeft twee grote ‘doelen’- we komen onszelf tegen wat van belang is voor zelfonderzoek en groei. En het opent ons voor het mysterie dat zich uitdrukt in alles en iedereen en wat zich in ons als mens en in onze beleving van alledag (alle verschijnselen) manifesteert. Uiteindelijk ervaren we dat we onlosmakelijk met alles en iedereen verbonden zijn, wederzijds afhankelijk, dat alles en iedereen ‘mij’ beweegt en, tegelijkertijd, dat dit leven zoals ik het ervaar ongebaand is en alleen door mij kan worden gegaan en geleefd. Dat is waarom ik vaak zeg: het gaat er niet om christen of boeddhist te zijn of te worden, het gaat erom mens te worden en te zijn, zo volledig mogelijk mens te zijn, naar vermogen. Dat is de uitdaging van het pad te midden van een wonderlijk en tegelijk zeer weerbarstige wereld. Het leven moet geleefd worden, we kunnen en mogen ons er niet aan onttrekken. Er is geen plek waar we kunnen vluchten voor onszelf. Elke stap, elke daad, elke gedachte doet er toe. Daarom benadrukt zen ook zo: laat geen tijd verloren gaan.

Onze Oergrond – God het Zelf, Boeddhanatuur – is één grenzeloze oceaan van stilte, van Licht, energie waaruit alles oprijst en waarin alles verdwijnt, in dit ene moment. Stilte is een kwaliteit van de grond waarin alles verbonden en onlosmakelijk met elkaar samenhangt. Daar, in de Oergrond, gebeurt ‘niet-iets’, God ’is’, Ongeboren, Onnoembaar, Onwezenlijk, zonder kenmerken. Het verenigt onze beleving van verleden, heden en toekomst, van ruimte en tijd, leven en dood, het sluit niets en niemand uit en vindt een expressie in alles en iedereen, in alles van vorm en naam. Stilte is derhalve niet het tegenovergestelde van geluid maar ligt onder spreken en zwijgen. Het Eeuwige manifesteert zich aldus in het tijdelijke. Het is de vruchtbare bodem van ons bestaan – nirvana. En het wordt samsara door wat wij ervan maken, door onze hechting aan het tijdelijke en de veelheid, met onze voor- en afkeer, dat is waarom we zo dikwijls verdwalen in het gedoe van alledag. Tegenstellingen en verdeeldheid ontstaan vanuit ons onvermogen, onze onwetendheid van wat werkelijkheid is, de samenhang van en eenheid in alle dingen.

In onze opvoeding en scholing zijn we niet vertrouwd geraakt met de eenheid maar met de veelheid, de uiterlijke wereld. En het zijn de spirituele wegen die ons helpen herinneren waar we zijn,  waarin we staan en wat we in werkelijkheid zijn. Waar is God, Boeddhanatuur? Wel, hier op de plek waar we zijn. Waar we zijn, daar is ons pad, het pad als metafoor voor onze geest of Oergrond waarin alles verschijnt en één is. Daar, in ons, ontspringt het universum. De onophoudelijke verandering die we menen waar te nemen is niet zozeer een verandering in de tijd – het doet zich voor in het tijdloze waarin we staan. Als ware het een  caleidoscoop brengt het ene onzichtbaar en naadloos maar onstuitbaar het andere voort. Dit ons weer her-inneren, in het bewustheid brengen en voor-leven is de weg van zen, de weg van meditatie – realisatie – actualisatie.

 

(Foto: Lotte Claessens)
Zenbegeleiders leren hun cursisten in feite niet zoveel. Misschien het zitten op een kussentje of bankje en het telkens weer wijzen op het feit dat hetgeen men zoekt al voorhanden is, volledig, niets ontbreekt. Dat is het zo’n beetje. Maar het is de cursist die het werk doet. En het enige dat de cursist in feite te doen valt, is gaandeweg zichzelf overwinnen, zichzelf vergeten en voor een ogenblik werkelijk ‘zien’, niet met de persoonlijke duale blik, maar met de natuurlijke, oorspronkelijke blik, zien met de ogen van de ruimte. Dat is een belangrijke stap. En vervolgens gaat het erom die ervaring vruchtbaar te laten zijn in het alledaagse leven. Je op de plek waar je bent telkens weer herinneren, o ja, hier gaat het om, dit is het, het is niet weg, het is nooit weggeweest, het klopt aan mijn deur, onophoudelijk.
    Waar het om gaat, is al gaande in alles wat gebeurt, in alles wat we doen en in alles wat we denken. Het is allemaal ‘meer nabij dan ik mezelf’ zoals een mysticus zei. We zijn er als mens zelf de expressie van. Het Licht dat we zoeken, het drukte zich altijd al uit in…ons. Het is niet voor niets een weg van her-innering. De herinnering is de bevrijding, de verlossing, de wederopstanding.
    Dit is de eindeloze weg van zoeken en van meditatie, de weg van realisatie en van actualisatie. Doorheen al onze beslommeringen, weerstand, twijfel, verlangen, emoties en verwarrende gedachten. De weg, die simpelweg ons alomvattend bestaan, sluit niets uit of buiten. We kunnen struikelen en vallen, we staan op en gaan verder. We doen het het niet alleen, we zijn geen eiland, alles en iedereen draagt en begeleidt ons. Wat dit alles van ons vraagt? Vertrouwen. Groot vertrouwen. Het gaat niet om zen, niet om boeddhisme, niet om leraren. Het gaat om het antwoord op de vraag: wat doe ik nu? Wat staat mij te doen op dit moment? En het volgende? Hoe leef ik dit mysterie, dit bestaan in samenhang met alle anderen?

Op 1 december 2018 leidde Maurice Genko Knegtel Roshi bij Zen Cirkel Lelystad een workshop rondom een belangrijk thema in zen: Commitment (tussen leraar en leerling). De teisho staat nu op de website van stichting Izen. De tekst bestaat uit twee delen: Commitment en Commitment tussen leraar en leerling.

De inleiding:

Roshi: Wat gebeurt er wanneer je je committeert? Je geeft iets uit handen. Het maakt jezelf kwetsbaar. Wat hierbij opvallend is: wij mensen voelen ergens wel aan wat ons te doen staat. Maar als we het hebben over het geestelijk pad, dan kost het ons soms jaren om een bepaalde stap te zetten. Dat heeft alles met angsten te maken, met verzet, weerstand, onzekerheden. We zitten zo vanwege de werking van ons bewustzijn in elkaar. Wat we weten, diep in ons hart, plaatsen we vaak buiten onszelf, op een afstand van onszelf. Die afstand kan tijd kosten, soms tientallen jaren, terwijl die afstand er in feite nooit is geweest. Iets zegt ons waar ons pad is en toch… iemand noemde zojuist blinde vlekken. Dat was voor mij de enige reden met een leraar in zee te gaan. Ik moest het doen omdat ik het zelf niet kon zien.

Voor de complete teksten klik hier Teisho deel 1  & Teisho deel 2