Een spiritueel bewustzijn is niet gebonden aan of het alleenrecht van een religie of levensbeschouwing. Spirituele groei is het geboorterecht van elk individu, het is het proces van her-eniging van de mens met de Al-omvattende Scheppingskracht waaraan in de diverse culturen verschillende namen zijn gegeven. Het proces verheldert in ons een diep gevoeld besef van wederzijdse afhankelijkheid van mens en omgeving en de grote verantwoordelijkheid voor het welzijn en welbevinden van mens en planeet.

Dat wil zeggen: De essentie van de Leer is de essentie van dit bestaan, van de mystieke plaats en dit ogenblik waar we zijn. Dat kun je nog iets specifieker maken: het is de essentie die zich uitdrukt in ons, in alles en iedereen. De Engelse mystica Evelynn Underhill zei: Onder al ons denken en doen hangt het Scheppende Universele. We zijn een en in die eenheid is ieder uniek.

Groei van een spiritueel bewustzijn is niet gebonden aan of het alleenrecht van een religie of levensbeschouwing. Het zijn de levenservaringen, het verlangen deze te verkennen en verdieping te zoeken die bepalend zijn. We betreden daarmee tegelijkertijd een heel natuurlijk maar moeilijk te duiden en te beschrijven innerlijke dimensie.
Een thema in het leven is: De essentie van de Leer is de essentie van dit ogenblik. Dat kun je nog iets specifieker maken: het is de essentie die zich uitdrukt in mij, in alles en iedereen. De Engelse mystica Evelynn Underhill zei: Onder al ons denken en doen hangt het universum.
Religie en levensbeschouwingen kunnen op zichzelf enorme obstakels vormen naar spirituele groei als ze worden aangewend als heilige huisjes. Voor mij helpt het in de begeleiding om vooral te vertrouwen op het gegeven dat alles al aanwezig is en dat men innerlijk ‘weet’ heeft daarvan.
In de zentraditie is vanuit de overdracht vanuit Azie naar het westen in de 20e eeuw de leraar-leerling relatie meegekomen. Die kan tamelijk rigide zijn. Het kan anders. In de 4-5 retraites die ik in de Benedictijner abdij in Doetinchem jaarlijks mag begeleiden, zie ik al jaren cursisten die 2-3 keer per jaar naar een retraite komen. Ik heb ze in de afgelopen jaren zien openbloeien en bij sommigen is op zeker moment het kwartje gevallen. Met zo’n achttal cursisten die ik vanuit deze retraites ken, heb ik een leerling-leraar contact. Daarin zijn vooral vertrouwen en bevestiging belangrijk. Ik ga uit van het gegeven dat in alles wat we doen de essentie zich openbaart/uitdrukt, maar uiteindelijk is het van belang dit ook werkelijk te ervaren en te zien. Zo kunnen we van handelen in verdeeldheid proberen meer vanuit eenheid te handelen.
Ik hecht er aan om mensen te vertellen dat het in stilteretraites of de zenavonden niet gaat om zen of boeddhisme. Teveel nadruk daarop kan onnodig belemmeringen opwerpen. Het gaat er uiteindelijk om dat we vertrouwd raken met ons eigen bestaan, dat we de pure natuur van ons handelen, denken en voelen ervaren en dat we daarin de verbondenheid met wat en wie ons omgeeft (terug)vinden.

Onder al ons handelen en denken, ligt een alomvattende universele dimensie die in, door en met ons beweegt, vaak zonder dat we het beseffen. Ons lichaam, ons denken en al onze andere vermogens zijn er een functie van en vallen ermee samen. Die dimensie of oerkracht (ook wel het Onnoembare of Boeddhanatuur genoemd) vindt zijn expressie in alles en iedereen. Het is de werkelijke bron die alles creëert, alles in beweging zet en waaruit we kunnen putten, letterlijk. Het is vrij van eigenschappen, niet te vangen of te begrijpen, ongeboren, oneindig en het sluit niets uit.

In het spirituele proces ‘werken’ we ermee. Beter gezegd, het is dit Onnoembare dat ons aan zet tot bewegen en werken. We geven gehoor aan een innerlijk fluisteren. En het is paradoxaal: deze natuur die we belichamen is dezelfde natuur waarnaar we op zoek zijn. Daarom is het zo’n lastige en ongrijpbare zoektocht en oefenweg. Het is wat we ten diepste zijn.

Uiteindelijk telt enkel de praktijk van dit ogenblik, dat is de plek waar alles, de hele evolutie en schepping zich tentoonspreidt, in en door ons en in alle andere dingen. Daar gebeurt het, daar ontstaan verleden, heden en toekomst, daar manifesteert zich de onverbrekelijke eenheid in de tienduizend dharma’s waarin we ons niet zelden zo snel verliezen.

Zen is een weg van her-innering, her-eniging, wat verloren werd gewaand ten volle ervaren als zijnde ons leven zoals het zich ieder moment ontvouwt. In de meditatie – het zittend, stilzwijgend aanwezig zijn – worden we allereerst geconfronteerd met ons wereldse zelf, al onze gedachten, gevoelens, wat we willen, wat we hebben gedaan of nog moeten doen. Geleidelijk dringt zich in de periodes van enkel stilzwijgend zitten een andere dimensie op, namelijk die van de inherente leegte (sunyata), de werkelijkheid waarvan alle verschijnselen expressie zijn, ook het besef van ‘ego’. Er vindt een verschuiving plaats van ‘ik” naar ‘ niet-ik’. Het mediterend ego verliest op den duur  de oriëntatie en greep op zichzelf en de omgeving. De ‘zo-heid’ van alles, het niet-iets, de onbepaaldheid ervan, de immense oneindige, bodemloze ruimte waarvan alles expressie is, ontvouwt zich. De eigen identiteit staat op losse schroeven. Die jarenlange beoefening van het niet-iets doen,  het wachten, het geduld oefenen, het uithouden kan leiden tot het wanhopig besef dat er spiritueel gezien niets lijkt te gebeuren. Verveling, dorheid en eenzaamheid kunnen er de vruchten van zijn, een lange, uitputtende en trage gang door een droge woestijn. En dat is precies wat het is. Uithouden en vertrouwen zijn gevraagd.

Johannes van het Kruis schreef over deze ervaring van de dorheid, de woestijn. ‘Deze mensen, als ze een glimp ervaren van de concrete en perfecte aanwezigheid van de geest, die zich manifesteert in de complete afwezigheid van alle zoetigheid, die zich manifesteert in dorheid, afkeer en in de vele beproevingen die het ware spirituele kruis zijn, vluchten ze ervandaan als voor de dood.’ Het is die openheid (of tegenwoordigheid van geest) die zich in de meditatie – contemplatie meer en meer opdringt. De openheid kent geen kenmerken, geen eigenschappen, geen komen en geen gaan, geen personen, er is enkel DIT! Het is de grond aller dingen – gedachten, gevoelens, objecten, lichamelijke kenmerken, zintuiglijke waarnemingen en verschijnselen. Alle schepping lijkt een schilderij waarvan het raamwerk tegelijk leeg is. Johannes van het Kruis: ’Zo lang de dorheid, de droogte van de nacht van de zintuigen duurt, zal de spirituele mens grote beproevingen ondergaan.’ In ons leven zijn we continue alert. We vangen alles en voortdurend in onze omgeving met de zintuigen op en vermengen en vertroebelen deze met wat het aan gevoelens, gedachten en emoties in ons oproept. In de contemplatie worden die zintuigen geleidelijk aan stilgelegd. De nacht van de zintuigen treedt in. De Duistere Nacht, zoals Johannes van het Kruis het noemt. De Nacht die God openbaart. Anders gezegd, God als zijnde de Nacht.

Spiritueel gezien worden we uitgenodigd elke hechting aan wat ook op te geven, beter gezegd, elk idee dat we ons ergens aan kunnen vasthouden of dat er hoe dan ook maar iets van jezelf is. Pas als we dat geduld en die bereidheid kunnen opbrengen, kan zich ontvouwen wat altijd schuil ging in het rusteloze en chaotische beeld van de wereld en van jezelf. Namelijk dat wat je ziet, ervaart en vindt van jezelf en van de wereld niets anders is dan onbepaalde openheid. Elk beeld wordt door de zintuigen gevuld met hallucinerende vormen, kleuren, geuren enz. Het is zo levendig en echt dat we er door betoverd raken, letterlijk. Maar in werkelijkheid is het de expressie van de ene geest, onze natuur en wezenskern die zelf de grote schat, de Graal vormt, waarnaar zovelen op zoek waren en zijn.

Voor Carl Gustav Jung was eenzaamheid een ‘genezende bron’. Zijn spirituele weg verliep op een geheel eigen wijze. Hij had zich zijn hele leven eenzaam gevoeld, als kind en als volwassene. Hij had een ‘passie voor het alleen-zijn, de verrukking van de eenzaamheid.’ Op 83-jarige leeftijd zei hij: ‘Mijn hele jeugd kan men vanuit het sleutelbegrip ‘geheim’ begrijpen. Door de geheimen werd ik bijna ondraaglijk eenzaam. ( ) Ook nu ben ik eenzaam, omdat ik dingen weet en moet suggereren die anderen niet weten – en meestal ook helemaal niet willen weten.’
(foto:Pexel)

Luisteren is een vermogen van ons wezen, hetzelfde wezen waaraan we overigens al onze andere vermogens te danken hebben, zoals spreken en denken. Luisteren is een ultieme vorm van verbinden, we luisteren immers niet met onze oren maar met ons wezen. En dan heb je nog luisteren en luisteren. Luisteren we vanuit het ego of luisteren we werkelijk?

Luisteren vanuit het ego toont zich wanneer een persoon de conversatie naar zich toetrekt door elke mogelijkheid in het verhaal van de ander aan te grijpen. Ja, dat heb ik ook gehad toen ik…. Ja, ik ben vorige week ook bij de dokter geweest en….

We kunnen ook luisteren met een agenda in het hoofd, bijvoorbeeld door een of geen bevestiging te zoeken in wat een ander vertelt. Zie je wel, had ik toch gelijk! Als ik het niet dacht!

Het zijn beide vormen die voortkomen uit de behoefte greep te houden op het eigen leven. Men schermt zich af, is niet werkelijk tot empathie in staat, tot het toelaten van een verhaal van de ander. Dit verklaart dat gesprekken niet zelden moeizaam verlopen en zelfs kunnen ontaarden in conflicten. Het verhaal van de ander kan niet landen omdat er geen ruimte is, omdat er te veel behoefte aan aandacht voor de eigen situatie of omdat men vol zit met (voor)oordelen en concepten. Denk ook aan de politiek waarin men in debatten duidelijk kan zien dat men elke tijd aangrijpt om het eigen verhaal te vertellen, niet om naar een ander te luisteren. Of aan mensen die dolgraag een ander willen veranderen of telkens vertellen wat die persoon moet doen.

In deze gevallen is er sprake van een filter in het luisteren. Je zou kunnen zeggen dat onze patronen, die we in meer of mindere mate allemaal hebben, ons leiden. Het leven is de uitdaging deze patronen te herkennen, ze te transformeren of, als ze al te hardnekkig zijn, er mee te leren omgaan. Een kennis van me spreekt van de diepe groeven in de cd van je leven, waarin je geregeld blijft hangen en daarmee telkens weer in dezelfde gewoontes vervallen. De groeven kunnen zich aandienen als emoties zoals angst of bepaalde vaste gedachten over iets of iemand. Vanuit zo’n groef hoort men niet werkelijk wat de ander vertelt en beweegt.

Luisteren met je wezen vraagt iets anders. Namelijk een onbevooroordeeld open staan voor het verhaal van de medemens, een voorwaarde om de nuances in wat men hoort op te vangen. Dat is ook de betekenis van communicatie, verbinding. Wie openheid praktiseert, komt uiteindelijk tot bevrijdende communicatie. Ruimte maken voor een ander helpt de ander uit diens beschutting te komen. Een open houding in luisteren, biedt de mogelijkheid meer in de actualiteit te blijven en minder te worden verrast door veranderingen. Ja, men slaagt er dan beter in om met en in die veranderingen mee te gaan.

Wat hoor je? En, wat hindert je om werkelijk te kunnen horen wat er speelt? Het is een geweldige vorm van zelfonderzoek ten gunste van een betere communicatie, ja, bevrijdende communicatie.

Mensen worden buiten- en uitgesloten. Anno 2018, anno nu. In wat we een wereld van beschaving noemen. Buiten- en uitgesloten op grond van hun geloof, hun afkomst, huidskleur, opvattingen. In veel situaties opgejaagd, gewelddadig bejegend en zelfs gedood. Op internet meldt een synoniemensite over uitsluiten en buitensluiten: uitsluiten (ww) : boycotten, buitensluiten, declasseren, verwijderen, weren · sluiten (ww) : buiten houden, buitensluiten, uitsluiten · uitzonderen (ww) : buitensluiten, onderscheiden, uitsluiten · weerhouden

Geef de eeuwenlange uit- en buitensluiting van medemensen een nieuwe wending

Uit- en buitensluiten is niet iets nieuws. Het is menselijk gedrag van alle tijden en gebeurde en gebeurt in alle vormen, op lichte tot op extreme wijze. Het heeft de loop van de geschiedenis in hoge, zo niet beslissende mate bepaald. Het is de belangrijkste reden (geweest) om mensen te vervolgen, te verdrijven, ja, uit te roeien.

Het is zo schrijnend omdat de mensheid met uit- en buitensluiten, beantwoordt aan een neiging die naar mijn gevoel rechtstreeks indruist tegen onze natuur. Uit- en buitensluiting gaat namelijk uit van met name haat en verdeeldheid. De diepere menselijke aard is er echter van nature een van verbondenheid, eenheid, wederzijdse afhankelijkheid. Het is de ‘onzichtbare’ dimensie die zich in onze wereld weerspiegelt en waarin dit bestaan is geworteld, het is de rots waarop we staan en ons innerlijk houvast. Het is die dimensie die leven schenkt en ons allen draagt. Het is het medium en de ether waardoor communicatie mogelijk is.

Buitensluiten van medemensen gebeurt op bepaalde gronden. De gevolgen zijn aan den lijve voelbaar in tal van conflictgebieden in de wereld maar evengoed dichtbij huis, in families, op scholen, op het werk. Van de week werd bekend dat uitzendbureau ’s mensen van bepaalde etnische afkomst voor banen uitsluiten, op verzoek van werkgevers.

Samen leven is de kern van beschaving. Maar zijn we in staat tot werkelijk samenleven? Waarmee ik niet assimilatie bedoel met opgave van de eigen identiteit, maar samen leven met behoud van en waardering voor ieders eigen identiteit? Zijn we in staat recht te doen aan het gegeven dat terwijl de natuurlijke eenheid zich weerspiegelt in een heel palet van volkeren, culturen, enz., wij mensen tegen de wil van die natuur ageren en deze geweld aandoen? De wereld schreeuwt om samenwerking, eendracht en samen leven vanwege de hoogstnoodzakelijke aanpak van zeer urgente zaken: klimaat, milieu, landbouw, bevolkingsgroei, voedsel en water. Het is nu meer dan ooit urgent elkaar te vinden inplaats van ons boven de ander te willen verheffen. De geschiedenis leert dat er tijden en plaatsen zijn geweest waarin het realiteit was en geloofsculturen in goede harmonie samenleefden. Als we onszelf deel vinden van beschaving dienen we te (blijven) beantwoorden aan de meest krachtige uiting daarvan, samen te leven en opvattingen die daar tegen indruisen in onszelf te overwinnen.

Onder al ons handelen en denken, ligt een alomvattende universele dimensie die in, door en met ons beweegt, vaak zonder dat we het beseffen. Ons lichaam, ons denken en al onze andere vermogens zijn er een functie van en vallen ermee samen. Die dimensie of oerkracht (ook wel het Onnoembare of Boeddhanatuur genoemd) vindt zijn expressie in alles en iedereen. Het is de werkelijke bron die alles creëert, alles in beweging zet en waaruit we kunnen putten, letterlijk. Het is vrij van eigenschappen, niet te vangen of te begrijpen, ongeboren, oneindig en het sluit niets uit.

In het spirituele proces ‘werken’ we ermee. Beter gezegd, het is dit Onnoembare dat ons aan zet tot bewegen en werken. We geven gehoor aan een innerlijk fluisteren. En het is paradoxaal: deze natuur die we belichamen is dezelfde natuur waarnaar we op zoek zijn. Daarom is het zo’n lastige en ongrijpbare zoektocht en oefenweg. Het is wat we ten diepste zijn.

Een hele belangrijke realisatie is dat je beseft ”dit leven is niet mijn leven”. Een andere is dat je beseft dat aan alles wat je doet en denkt alles en iedereen een bijdrage heeft geleverd. Het duurt vele jaren voordat het allemaal is ingedaald en in je handelen en leven werkelijk tot uiting kan worden gebracht – voorgeleefd zoals we dat noemen. Belangrijk is het zetten van een eerste concrete stap naar het scheppen van stiltemomenten in je leven van alledag. Daarmee begint het, een eerste stap.

Op de blogpagina van izen. nl (klik hier) staat een drietal bijdragen van Maurice Knegtel Sensei aangaande de leraar-leerling relatie. Alleszins de moeite waard er kennis van te nemen. Zenstudente Heleen schrijft hoe zij die relatie ervaart.

Mijn reactie op mijn contact met mijn leraar staat er ook vermeld en is als volgt:

De band met en werkzaamheid van Maurice Knegtel Sense als leraar en geestelijk leider is in dit alles wezenlijk, onmisbaar. Hij is beschikbaar, begeleidt, trekt en duwt, is vasthoudend en meegaand. Hij stimuleert studenten kritisch te blijven en de eigen verantwoordelijk goed in het oog te houden. De leraar belichaamt de traditie, manifesteert de levende Boeddha en spiegelt en leeft daarmee voor wat zich in wezen in ons allen en alles uitdrukt.

Maurice is eens per maand op een avond of middag sparringpartner en supervisor. Hij en ik vertellen bij die gelegenheid vanuit de eigen ervaring en Maurice gaat in op de dilemma’s en kwesties die ter tafel komen. Het behoort voor mij tot de meest ingrijpende en dankbare ervaringen om op een zo open wijze van student/monnik tot zenleraar, van mens tot mens, Boeddha tot Boeddha, ieder vanuit de eigen ervaring en situatie maar in het besef van de ene aanwezigheid, met elkaar omgang te hebben.

Zo drukken we ons in de werkzaamheden binnen Zen Cirkel Lelystad al zoekend en handelend uit, uiteindelijk vanuit niet-weten, teneinde (in deze samenleving) recht te doen aan waar zentraining voor staat: ten volle het eigen leven te leiden als zijnde een mysterie en tegelijk de concrete werkelijkheid hier en nu – het krijgt vorm in Lelystad en in Doetinchem, in de frequente gesprekken, tijdens de shokenbijeenkomsten, de Izendagen in Utrecht en in de Intensive in Hall. Izen met haar Zen Cirkels is daarin een uiterst vruchtbare omgeving die wat mij betreft naadloos aansluit bij de wijze van Zen Cirkel Lelystad. Het is een groot voorrecht daarvan deel uit te maken en is alleen mogelijk dankzij de inspanning en ondersteuning van zeer velen. Niet in de laatste plaats die van mijn mij zeer dierbare familie die mij door alle jaren heen heeft gesteund en mij alle ruimte heeft gegeven.

(Tekst op de rol: Reiniging van het hart)

Een zenstudent vroeg me laatst: Hoe combineer jij de stilte van de retraite aan het drukke leven buiten?

Die vraag raakt de kern van de spirituele beoefening. Stilte is niet het tegenovergestelde van spreken of geluid, stilte is een kwaliteit van de alomvattende geestgrond. Het is die grond (we noemen het geest, Boeddhanatuur, het Onnoembare (Ruusbroec), Zelf, God) die zich manifesteert in alle dingen. In de zenscholing worden we ons die grond bewust en leren we er uitdrukking aan te geven, in houding, gedrag, in spreken en in stilzwijgen.
De meditatie moedigt ons aan de drukte in ons hoofd niet te voeden, gelatenheid te oefenen. Wat opkomt, laten we opkomen en weer gaan. Net zo lang totdat er een ”uitsparing” in de wirwar in het hoofd ontstaat en het alomvattende (ic de stilte) zich kan ontvouwen. We zien voor een moment de werkelijkheid zoals die is, de werkelijkheid die altijd achter de plaatjes die we van die werkelijkheid maken, schuilgaat.
Alles wat we zien en ervaren in ons alledaagse leven, al onze (indrukken van) ervaringen en situaties, blijken uitdrukking van de Al-omvattende tegenwoordigheid (Boeddhanatuur). Alle momenten op ons pad, waar we ook zijn, bevatten die kwaliteit van diepe stilte, ook al sta je op de drukke Kalverstraat of de Coolsingel. Als je werkelijk en totaal aanwezig bent (en dat zijn we in principe altijd, alleen ervaren we het niet zo) is er dus geluid, iemand die of iets dat geluid maakt en iemand die geluid hoort. En tegelijkertijd is er geen geluid, is er niemand die of niets dat geluid maakt en niemand die geluid hoort. Er is alleen DIT en precies DIT.
Het unieke van dit bestaan van mens zijn is, dat we al die ”bewegingen van de geest” ervaren, hier en nu, onmiddellijk, er zit geen haarbreed tussen. De vrucht van deze beoefening is het besef van de eenheid daarin, de diepe, onverbrekelijke verbondenheid met alles en iedereen die ons ertoe beweegt die verbondenheid recht te doen en in het alledaagse leven te onderhouden.

De Kerst ligt al weer weken achter ons. Of toch niet? We ervaren het niet altijd zo, maar een viering als het Kerstfeest gaat qua betekenis wat verder dan de twee dagen in december. Hetzelfde geldt voor Carnaval en andere evenementen met een traditioneel religieuze achtergrond, dat geldt voor de Christelijke maar evengoed voor een andere religie die men belijdt. Christelijke religieuze dagen liggen weliswaar verankerd in de wet als vrije dagen, maar het zijn dagen die (voor mij) hun basis en betekenis vinden in algemene levensverhalen. Het betreft hier vieringen die in de kern verwijzen naar ons leven, naar de verhouding tussen mens en bestaan, meer nog, naar hoe we naar eer en geweten vorm en inhoud geven aan het leven.

Kerst is de viering van de boom van licht als zijnde het symbool voor het levenslicht, en van de (weder)geboorte van dat licht in de mens. We hebben als levende getuigen daarvan daarmee een kostbare band te onderhouden, namelijk die van onszelf met dit bestaan, een bestaan dat alles en iedereen omvat. Tijdens de Kerst vieren we dan ook de saamhorigheid, de Vrede op aarde, de geboorte van het Kerstkind. De originele boodschap is niet dat we ons voeden met de aanbiedingen en menu’s van Albert Heijn of Deen, maar met het geestelijk brood, het voeden van het bewustzijn dat we in de geest met alles en iedereen verbonden zijn. En dat we kunnen leven vanuit de inspanning om op goede voet met de omgeving te staan of in conflict daarmee. De vraag is elke dag opnieuw: Kan ik in de verdeelde wereld waarin ik leef en werk de natuurlijke eenheid waarin we allen staan in oprechtheid onderhouden? De boom licht op voor mijn ogen als ik het leven recht doe en die eenheid ervaar en dooft zodra ik in conflicten en verdeeldheid verdwaal. Dat is de uitdaging van de geest van Kerst in het leven van alledag. Kunnen we ook nu en in de rest van het jaar in ons leven het licht van de boom ervaren?