We kennen het wel, situaties die aanvoelen alsof je voor een poort staat waar je voor terugdeinst, een plek (vraag, kwestie), een situatie waar je tijdelijk kunt vastzitten. Zen nodigt uit, daagt uit, leidt je dieper naar onbekende delen van jezelf. In zen wordt wat vertrouwd is steeds weer verlaten, om het ongebaande, het ongewisse binnen te gaan. Natuurlijk brengt dit verborgen en nieuwe angsten en weerstanden aan het licht. Wat er gebeurt wanneer de angst en onzekerheid de overhand houden, kunnen we halen uit Franz Kafka’s ‘Parabel van de Wet’. De Wet is in de joodse Merkaba of Troonmystiek de zin van het leven. Wie waarheid zoekt, probeert de Wet binnen te gaan. De levensweg wordt er voorgesteld als een mystieke pelgrimstocht langs zeven kastelen, elk bewaakt door een strenge wachter. In het binnenste van het laatste kasteel wordt de mysticus met de  Goddelijke troon geconfronteerd. In Kafka’s verhaal komt een reiziger, vastbesloten binnen te gaan, bij de wachter, die hem uitnodigt verder te gaan en tegelijk waarschuwt: ‘Ik ben machtig, maar ik ben nog maar de geringste wachter. Er staan van zaal tot zaal wachters. De een machtiger dan de andere. De aanblik van de derde wachter kan zelfs ik niet verdragen.’
Dus blijft de reiziger wachten tot hij wordt binnengelaten. Dat gebeurt echter niet. Hij wordt oud en net voor zijn dood ziet hij een oogverblindende gloed uit de poort van de Wet stromen, de Zohar, het goddelijke licht. De persoon vraagt de poortwachter: ‘Iedereen streeft naar de Wet. Hoe komt het dan toch dat er in al die jaren niemand anders dan ikzelf om toegang heeft gevraagd?’
De wachter zegt dan: ‘Deze ingang was alleen voor jou bestemd. Hier kon niemand anders toegang verkrijgen. Ik ga nu en sluit de poort.’
Zen staat voor samenvallen met je eigen bestaan en moedigt je aan door je eigen voorstellingen te springen, de weg die je gaat als JOUW volstrekt persoonlijke weg te erkennen, te aanvaarden en, al onderzoekende, volledig tot het einde toe te gaan. Genpo Merzel Roshi zei tijdens een sesshin over angst: ‘Als je angst ervaart, loop er dan niet voor weg. Blijf staan, zie je angst in de ogen en spring er middenin. Het is JOUW angst. Wat is er om bang voor te zijn?’(hierover een soefiverhaal op dat als een koan leest. Iemand vroeg een soefi: ‘Wie heeft u op het Pad geleid?’
De soefi zei: ‘Een leeuw. Op een dag zag ik hem, bijna dood van de dorst, aan de rand van het water staan. Steeds als hij naar zijn weerspiegeling in het water keek, werd hij bang en liep hij weg omdat hij dacht dat het een andere leeuw was. Ten slotte, toen de nood drong, wierp hij zijn vrees van zich af en sprong hij in het water. Daarop ‘verdween’ de andere leeuw. De leeuw had de hinderpaal die hijzelf was, de barrière tussen hem en wat hij zocht, overwonnen. Op deze wijze verdween ook mijn eigen hindernis. Zo werd mijn Pad mij voor het eerst getoond door het gedrag van… een leeuw.’

(uit: De beoefening van zen, Ben Claessens – foto: J. Steegs)

De directheid van Boeddhanatuur, die natuurlijke scheppende en verbindende kracht ervaren, vraagt om een proces van innerlijke verstilling, je zintuigen openen en leren alle geluid en prikkels, emoties, gevoelens en gedachten die opkomen te laten voor wat ze zijn. Zo kan in de meditatie de door onrust vertroebelde geest steeds weer verhelderen. We oefenen ‘gelatenheid’, het niet voeden van onze neiging om de wereld die is ingekleurd door emoties en gedachten te verwarren met de werkelijkheid.  Zo zijn onze gedachten ‘over’ iemand of iets niet wat het in werkelijkheid is.

In de overgave aan de situatie zien we die werkelijkheid zoals die is. We zien dat die uiting van de geest, van Boeddhanatuur is. We zien dat onze gedachten erover, ons denken een functie is van die geest. En dat alles altijd en alleen maar HIER is. Ook als we mijmeren over ‘gisteren’ en ‘morgen’ gebeurt dat NU. We zien dat we in die Ware Aard onverbrekelijk met alles en iedereen verbonden zijn. En dat ieder mens de unieke uitdrukking is van die natuur. Alles en iedereen blijkt bij te dragen aan onze levensweg. We dragen daarmee de zorg voor elkaar, een grote verantwoordelijkheid, immers al ons denken en doen heeft effect op onze omgeving.

Deelname aan meditatie gebeurt vrijwillig. De inzet vanuit het eigen verlangen en toewijding zijn bepalend. Het gaat in essentie niet om succes of prestatie. En evenmin om begrijpen. Het gaat om bevrijden, innerlijke bevrijding en het besef – dit is mijn bestaan waarin niets en niemand van kan worden uitgesloten, hier draag ik de zorg voor. Boeddhist of christen zijn betekent niet vroom of heilig zijn maar mens zijn, zo volledig mogelijk je mens-zijn leven.

Tijdens een persoonlijk onderhoud in een zenretraite gaf een van de deelneemsters blijk van een tamelijk strenge houding jegens zichzelf. ‘Wat dacht je van het begrip ‘mildheid’?,’ vroeg ik. Ze keek me verwonderd aan en zei: ‘Daar heb ik geloof ik niet zoveel van mee gekregen’.

‘Maar het is in potentie volop aanwezig, daar ben ik van overtuigd’, zei ik. ‘Het is een groot innerlijk vermogen dat grotendeels onaangeroerd ligt en erop wacht gewekt te worden.

We spraken er een tijdje over, beschouwden het begrip van diverse kanten en benoemden de mogelijke kwaliteiten en uitwerkingen ervan. Zoals zachtheid, ontvankelijkheid, geduld, begrip, beweeglijkheid, flexibiliteit, openheid, compassie, verbondenheid. ‘Kun je daar misschien eens mee werken de komende tijd?’, vroeg ik. Met een glimlach zei ze: ‘Daar kan ik geloof ik wel wat mee.’

Mildheid is een kernbegrip op het spirituele pad. In een anekdote uit de zenhistorie raadt een zenleraar zijn monniken aan ‘te worden als gesmolten boter’, een ander spreekt van het ‘ijs laten smelten en weer vloeibaar worden’. Verzachting, de harde ego-kern weer toegankelijk en ontvankelijk laten zijn is een belangrijke beoefening. Het vraagt van de student bewust te worden van de eigen strengheid en het kan goed zijn dat gedurende het afdalen in zichzelf tijdens de meditatie en in gesprekken met de begeleidende leraar men stuit op patronen die van oudsher zijn ingesleten. Strengheid kan een gevolg zijn van een gewoonte zichzelf overeind te houden, de uiterste best te doen, aanvaard te worden door de omgeving, enz. Dat zijn mogelijke gevolgen van de wereldse normen en opvattingen die op het spirituele pad echter tot een blokkade worden.

Spiritualiteit staat voor ontvankelijk worden voor het bestaansgeheim, de universele kracht die het ego dat zich staande probeert te houden verre overstijgt. Om die krachten te ervaren en te leren er expressie aan te geven in het alledaagse leven is het van belang het lichaam te kunnen openen en te leren luisteren naar wat de situatie, het ogenblik vraagt. Het ego dient zijn of haar verzet op te geven, zachter te worden, ontvankelijk. Pas dan kan mildheid de wonderlijke, verbindende kracht die het is ten toon spreiden.

(foto: Huawei)

Wat zich toont ‘laten’. Onaangeroerd laten. Het leven ‘laten zijn’. Jezelf ‘laten zijn’. In het leven van alledag, te midden van alle drukte, het universum zich laten ontvouwen in de oprechte expressie van een handeling en/of gedachte. Kunnen we dat? Wat opkomt aan gevoelens, emoties en gedachten, wat opdoemt in enige situatie aan gebeurtenissen en ontmoetingen, voert ons dikwijls mee en weg van onszelf, we laten ons verleiden en raken bevangen. Meningen, oordelen, neigingen – alles wordt in stelling gebracht. Het kan gaan om kleine, onooglijke gebeurtenissen of grote, ingrijpende, maar ze prikkelen het ego en laten het reageren. De ervaring van dit grootse ogenblik, deze aanwezigheid waarvan niets en niemand uitgezonderd is, is uit beeld. De golven ontnemen de ervaring van de oceaan.

Gelatenheid kent diverse betekenissen – een ervan is moedeloosheid, resignatie. Waar we hier over schrijven, is de betekenis van het scheppen van openheid, vrijmaken van de situatie, het wekken van stilte, kalmte, innerlijk raken aan de grond der dingen. Meditatie is in eerste instantie een beoefening en uiteindelijk een komen tot contemplatie, een samenvallen met, jezelf zien in alle dingen en die dingen in alle oprechtheid ‘laten’, gelatenheid als geestelijke staat. De staat waarin je je volledig herinnert wat er gaande is, wat en wie je bent. De staat waarin dingen niet langer gehinderd worden. Zonder dat er een etiket op wordt geplakt, zonder dat ze geweld worden aangedaan, zonder dat ze kleiner worden gemaakt, zonder dat ze gehinderd worden, vastgehouden en beoordeeld. Meister Eckhart zegt over gelatenheid: ‘Wie zichzelf ook maar een ogenblik volledig liet, die mens zou alles geschonken krijgen’.

De dingen staan niet op zichzelf, mensen noch dingen zijn een eiland. Alles is uitdrukking van essentie, Licht in de materie, er is niet-iets met enige substantie. Alles in dat Licht is onlosmakelijk met elkaar verbonden, het komt op en verdwijnt weer. In deze essentie bent u feitelijk wat u ziet, hoort, voelt, proeft, ruikt, aanraakt. Wat is dan werkelijkheid? Niet iets wat verschijnt zoals de auto, de wolken, het lichaam, een woord, een gedachte, de regen. Werkelijkheid is de ervaring van dit moment. Alles gebeurt in essentie, is pure ervaring en is precies zoals het is. In de staat van gelatenheid is te neiging te etiketteren en te worden meegezogen opgelost. Het is de vrucht van langdurige meditatieve beoefening die uitmondt in contemplatie – de mens is verlost van de illusie dat er een substantieel ik aan het werk is en leeft in het besef dat het werkzaamheid is van alomvattende ongeborene, het. De noodzaak tot etiketteren is uitgeblust.

In andere mystieke tradities noemen we het ongehinderd laten ook wel verzaking. De wereld verzaken, je er als het ware uit terug trekken met de neigingen, oordelen, opvattingen en concepten die we voortdurend hebben. Pas wanneer je dat 100% doet vallen lichaam en geest weg en ontvouwt de wereld zich zoals het is: als essentie, ongeboren, enkel in dit ene ogenblik , alomvattend, niets uitsluitend, niet komend en niet gaand, niet ontstaand en niet vergaand, leven noch dood. er is niets wat verschijnt, niemand die waarneemt. Enkel DIT.

(foto: Huawei)

Op het spirituele pad kunnen we lange tijd in de veronderstelling verkeren dat, wanneer we spreken over ‘geest’ het over iets anders gaat dan het lichaam. De westerse uitspraak ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ heeft daar waarschijnlijk sterk toe bijgedragen. Maar ‘geest’ duidt op een dimensie die alles omvat, die zich uitdrukt in alles, die niet-iets is, niet geboren wordt of sterft. Het kent tal van benamingen, van Ongeborene en Boeddhanatuur, tot Tao, Allah, het Onnoembare en God. De ‘geest’ komt niet en gaat niet.

Alles waarin de geest zich uitdrukt, is per definitie ‘wijsheid’ en ‘compassievol’. Tenminste als we ide uitdrukking of expressie ervaren zonder opinie, analyse, opvatting, mening. Ervaren als ‘enkel dit’. Het lichaam kan als tempel van de geest worden beschouwd en is evenals expressie van wijsheid en compassie.

Het lichaam is wellicht een van de minst gewaardeerde fenomenen in ons leven. Het lichaam weigert nooit dienst. Behalve wanneer het wordt overvraagd. Voor de ego-gedreven mens is het lichaam een object van trots of van schaamte. We kleden het aan, ‘verfraaien’ het, willen bepaalde aspecten ervan laten uitkomen, maskeren het om onszelf te verhullen. In al dat doet het lichaam er het zwijgen toe, het protesteert niet en wijst niet terecht.

We eten wat we lekker vinden, ongeacht de gevolgen ervan voor ons lichaam. Het lichaam kan veel hebben maar er kan een moment komen dat het signalen afgeeft, in al haar/zijn wijsheid. Alle organen kunnen overbelast raken en reageren. Ook dat is wijsheid en compassie. Het signaal van disbalans is een uiterst belangrijke reactie. Het lichaam doet er alles aan te blijven functioneren. In onze hersenen zijn miljarden cellen actief, onze huid is een uiterst gevoelige intermediair tussen omgeving en de binnenkant van het lichaam, we ademen in en uit, de longen brengen de zuurstof in de bloedbanen, het hart pompt het zuurstofrijke bloed door het hele lichaam en de longen verzorgen de afvalverwerking ervan.

Alles gebeurt in een ongekende harmonie met onze handelingen en gedachten, met de omgevingsfactoren, met het universum als geheel. De mens is geen eiland, ik zeg het vaak. Het lichaam is een wonder, een mysterie. Niet de geest is de bodhisattva, het wezen van compassie. Het is het lichaam als voertuig voor de mens, de tempel vanwaaruit de mens getuige kan zijn van de werking van ‘bodhi’ – het niet-iets of Ongeborene – in alles en iedereen.

Het zien, het voelen, het bewegen, het ruiken, het horen, het spreken, het aanraken, de spijsvertering, het ademen, het denken, al onze gevoelens, emotie – al dat is het functioneren van bodhi in optima forma op een compassievolle wijze. Eeuwige wijsheid in actie. Het is goed om daar dagelijks bij stil te staan, om het te onderhouden, om er zuinig op te zijn, om ernaar te luisteren.

(foto: Pexels)

De plaats van ons leven, daar waar we zijn, is niet zelden het toneel van hollen en stilstaan. Door innerlijke onrust en een druk hoofd brengen we ons geestelijk grondwater in beroering. Maar wat tot beroering wordt gebracht, kan ook weer kalmeren waardoor we opnieuw een-voud, samenhang en helderheid in ons bestaan ervaren en goed zien wat ons te doen staat. In alle drukte schuilt, zonder dat we dat beseffen, tegelijkertijd de bron van stilte en kalmte. Iemand noemde ‘stilte’ de ervaring die ontstaat in verstilde behoeftigheid. Uit die bron kunnen we dankzij de meditatie (leren) putten, niet alleen op een kussentje maar uiteindelijk ook in ons leven en werk overdag.

Als we de tijd daarvoor nemen, kunnen we te midden van de drukte van alledag de dimensie van natuurlijke en verbindende een-voud en samenhang ervaren. Die een-voud is onze wezensnatuur. Het is deze eigenste natuur en levensbron die alomtegenwoordig is, ons bezielt en troost, beweegt en kracht biedt. Deze kracht heeft tal van namen: het Ongeborene, Boeddhanatuur, God, Zelf, Onnoembare.

De natuurlijke eenheidskracht ervaren, vraagt om innerlijke verstilling, alle geluid en prikkels, emoties, gevoelens en gedachten te kunnen laten voor wat ze zijn. In de meditatie kan het troebele water van onze onrustige geest weer verhelderen. Die transformatie wordt mogelijk als we afleren om ons steeds weer te laten meeslepen door prikkels van buiten die vooral verstrooiend werken. Dat is de oefening van de meditatie – afleren iets te doen, de geest niet te vertroebelen of te verduisteren en daardoor steeds meer open te staan voor de situatie van het eigen bestaan in dit moment. En het volgende moment. En uiteindelijk blijkt: wat we ook meemaken, of we het ene been optillen en het andere neerzetten, we verlaten de plaats van verlichting niet,

Ons leven blijkt zich niet gisteren of morgen af te spelen maar altijd in NU, dit ogenblik. Dit heeft een bevrijdend effect op de eigen beleving en daarmee op het gezamenlijk beleven van dat bestaan – het samen leven. Het denken in onderlinge tegenstellingen maakt meer en meer plaats voor de oorspronkelijke en natuurlijke verbondenheid. Ieder mens is weliswaar uniek maar tevens onlosmakelijk met de ander en de omgeving verbonden. Alles en iedereen blijkt bij te dragen aan onze levensweg. We dragen daarmee de zorg voor elkaar, een grote verantwoordelijkheid, immers al ons denken en doen heeft effect op onze omgeving.

We zijn gewend te leven in de bubble van een op belangen, prestatie en materie gericht leven waar we de dood liever buiten houden. We leven in een modus van herinneringen en van plannen. Wat hebben we gedaan, waar zijn we geweest, wat gaan we vandaag doen, komende week, maand, jaar? Waar willen we over 5 jaar staan? We beseffen niet altijd (misschien wel nooit) dat ook die bubble zijn wortels heeft in hier en nu, daar waar leven én dood thuis zijn. Er is alleen maar dit moment.

We kunnen niet zonder onze herinneringen en we kunnen niet anders dan plannen, maar wat als we meer bij de tijd, bij de actualiteit, in dit ogenblik zouden leven, bij wat we nu doen en bedenken, bij de ontmoetingen die nu plaatsvinden, bij de situatie waarin we ons nu bevinden?

Wat als we kunnen zien dat ons leven en werk de uitdrukking, expressie en manifestatie zijn van iets groter dan wij zijn, ja van een onvatbaar mysterie? Als we kunnen ervaren dat ieder moment ongebaand is, niet eerder beleefd, met een kracht die ons – en alles om ons heen – nooit hetzelfde laat zijn. Dat verandering deel van ons is en niet iets waar we bang voor moeten zijn. Dat we dit veranderend ogenblik niet als eenling of als eiland beleven maar in diepe verbondenheid met en verantwoordelijkheid voor onze omgeving. Dat elk ogenblik onherroepelijk is, dat het ons de mogelijkheid er alle kwaliteit aan te geven die in ons is. Dat dit ogenblik open is naar alle richtingen en dat we dat besef van openheid, ja vrijheid, kunnen ervaren.

Het vraagt een omkering van zienswijze, een andere oriëntatie, een meer op de realiteit gebaseerde leefwijze. Door alleen aan leven te denken beleven we het bestaan in feite eenzijdig. Verbinden we leven aan de dood dan hebben we te maken met een natuurlijk bestaan en wordt de zaak compleet, kunnen we meer leven wat we van oorsprong zijn, sterrenstof in de vorm van een sterfelijk wezen  dat in het eigen bestaan een inspanning levert vorm en inhoud te geven aan zijn of haar bestaan, ja, wellicht zijn of haar bestemming.

Het bericht dat onze mede-cursist en dierbare vriend Kees Bastiaanse dinsdagmiddag 31 juli jl onverwacht is overleden, heb ik met groot verdriet ontvangen en is nog altijd moeilijk te bevatten. Ik denk allereerst aan zijn gezin, familie en naasten, aan hun immense verlies en aan de kracht die ze voor deze moeilijke dagen en in de komende zware tijd nodig zullen hebben.

Kees was sinds 2007 deelnemer aan de woensdagavond-zengroep. In deze kleine groep vormen alle cursisten samen de pijlers. Een van die pijlers is nu weggevallen.

Kees was een gemotiveerde, ja gepassioneerde deelnemer. Zijn nieuwsgierigheid, gedrevenheid en inspiratie in de deelname waren authentiek. Vanaf de eerste kennismakingscursus waaraan hij met een aantal vrienden uit de gezondheidszorg in 2007-2008 deelnam, volgde een vervolgcursus die uiteindelijk leidde tot een vast groepje dat in de afgelopen tien jaren om de 3-4 weken bijeen kwam.

Hij woonde de halfjaarlijkse workshops met Maurice Knegtel Roshi in Lelystad bij en afgelopen januari nam hij voor het eerst ook deel aan de 4-daagse Zenintensive van Izen in Eerbeek. Hij was erdoor geraakt, zei hij na afloop van de Intensive. Zoals de bijeenkomsten op woensdagavond hem ook raakten en hij op zijn beurt de deelnemers op de avonden ook raakte, door zijn openhartigheid, emotie, twijfel, zelfspot. De beoefening op deze wijze gedurende vele jaren hielp hem zijn weg te vinden in het drukke alledaagse leven, in zijn leven als familiemens en als huisarts waarover hij altijd met eerbied en veel gevoel sprak.

We zullen Kees zeer missen, maar hij blijft ons nabij.

De leden van de woensdagavondgroep waaraan hij sinds 2007 deelnam, hebben Kees tijdens de condoleance-bijeenkomst de laatste eer kunnen bewijzen. Op verzoek van zijn familie heb ik tijdens een door zijn familie georganiseerde besloten bijeenkomst in Natuurpark Lelystad een kort woord ter nagedachtenis van Kees mogen spreken. Met de woensdagavondgroep hebben we een aparte en bijzondere avond gewijd aan Kees. Op zaterdagmiddag 1 december a.s. staat de workshop die Maurice Genko Knegtel Roshi in Lelystad gaat geven, in het teken van de nagedachtenis van Kees.

Zen, tot slot,  gaat over niets anders dan over de Grote zaak van Leven en Dood. Hierbij een gedicht van de 15e eeuwse Japanse zenleraar Ikkyu die veelvuldig over de dood schreef:

Talloze paden leiden vanaf de voet

van de berg naar omhoog.

Maar boven, op de top gekomen,

daar staat dezelfde maan!

Een warme groet, Ben Claessens

(foto: Pexels, Johannes Plenio)

Zoals al in de Bijbel is genoemd, liefde en naastenliefde staan het hoogst aangeschreven. We spreken hier niet over de liefde voor een persoon in de zin van: ik houd van jou en niet van de ander, maar van Grote Liefde, onvoorwaardelijke liefde voor de ander, voor elke ander, als zijnde de unieke manifestatie, beeld van de Ene essentie. De Grote Liefde die me op een onmiddellijke en ondubbelzinnige wijze toont, de ander, dat bén ik. het is deze Grote Liefde die zich enkel kan ontvouwen in de geest van de mens die ‘leeg’ is, volkomen ontvankelijk, in wie de aanwezigheid van de essentie zich tot in de genen laat gelden. Liefde is de werkzaamheid van de scheppingskracht, opgemerkt in de ziel van de mens en daar tot volle ontplooiing komend. Dit kan zodra in de mens de zintuigen niet meer interfereren en bezoedelen en de scheppingskracht ongehinderd de geest vervuld. Alles, maar dan ook alles komt in zo’n ogenblik in het volle Licht te staan, van het kleinste tot het grootste, van dichtbij tot in de verste uithoeken van het universum, want niets is uitgezonderd van of buiten die kracht. Dit is de werking van de geest waarvan de mens de genade van de getuigenis ontvangen heeft. Overigens, niet ieder zal het zo ervaren, afhankelijk van de levensinstelling, de omgeving en de ervaringen die men heeft moeten doorstaan of nog doorstaat.

Spirituele, religieuze beleving is onmogelijk op te leggen of af te dwingen, hier gaat het immers om een verlangen naar het proeven en de smaak krijgen van die grond, een ontvankelijk worden over jaren heen van (steeds minder eigen) werkzaamheid, een oefenen van geduld, van vertrouwen, van discipline, een verschuiving van ik naar niet-ik.

We werken en leven in een mysterie. De Bijbel als leidraad nemen is een mooi voornemen maar het gaat erom de Bijbel te doorgronden en voor te leven, het ten diepste een ’hand’boek te laten zijn, de woorden staan in onze hand, in ons hart gegrift. Het verlangen activeert als het ware een innerlijke ‘vertaler’ van spirituele teksten. Zonder die vertaler geeft het boek haar geheimen niet prijs, kunnen we de parabels, metaforen en symboliek maar lastig doorzien en transformeren als zijnde de expressie van essentie, de manifestatie dat we als bestaan ervaren.

Wie het spirituele pad gaat bewandelen dient ervaring op te doen, te leren kijken met het innerlijk oog, de onverbrekelijke  band met de omgeving ervaren en daarin de wederzijdse afhankelijkheid, het gegeven dat ons bestaan de uitkomst is van de uitwerking van miljarden jaren waarin oerwetten zich hebben uitgekristalliseerd maar waarin één aspect onveranderlijk is gebleven: het Licht waarin we staan en dat zich in alles en iedereen uitdrukt.

Aandacht oefenen. Simone Weil Franse filosofe (gestorven in 1943) noemde iedere oefening in aandacht uitermate belangrijk, bij uitstek de studie, leren zag zij als (een spirituele) beoefening. Zij schreef: ‘Want de grotere mogelijkheid om aandachtig te zijn, is niet beperkt tot een bepaald terrein maar strekt zich uit over het geheel van de menselijke vermogens’.

Aandacht als functie van onze geest, zoals al onze vermogens in de geest hun oorsprong vinden.