We zijn gewend te leven in de bubble van een op belangen, prestatie en materie gericht leven waar we de dood liever buiten houden. We leven in een modus van herinneringen en van plannen. Wat hebben we gedaan, waar zijn we geweest, wat gaan we vandaag doen, komende week, maand, jaar? Waar willen we over 5 jaar staan? We beseffen niet altijd (misschien wel nooit) dat ook die bubble zijn wortels heeft in hier en nu, daar waar leven én dood thuis zijn. Er is alleen maar dit moment.

We kunnen niet zonder onze herinneringen en we kunnen niet anders dan plannen, maar wat als we meer bij de tijd, bij de actualiteit, in dit ogenblik zouden leven, bij wat we nu doen en bedenken, bij de ontmoetingen die nu plaatsvinden, bij de situatie waarin we ons nu bevinden?

Wat als we kunnen zien dat ons leven en werk de uitdrukking, expressie en manifestatie zijn van iets groter dan wij zijn, ja van een onvatbaar mysterie? Als we kunnen ervaren dat ieder moment ongebaand is, niet eerder beleefd, met een kracht die ons – en alles om ons heen – nooit hetzelfde laat zijn. Dat verandering deel van ons is en niet iets waar we bang voor moeten zijn. Dat we dit veranderend ogenblik niet als eenling of als eiland beleven maar in diepe verbondenheid met en verantwoordelijkheid voor onze omgeving. Dat elk ogenblik onherroepelijk is, dat het ons de mogelijkheid er alle kwaliteit aan te geven die in ons is. Dat dit ogenblik open is naar alle richtingen en dat we dat besef van openheid, ja vrijheid, kunnen ervaren.

Het vraagt een omkering van zienswijze, een andere oriëntatie, een meer op de realiteit gebaseerde leefwijze. Door alleen aan leven te denken beleven we het bestaan in feite eenzijdig. Verbinden we leven aan de dood dan hebben we te maken met een natuurlijk bestaan en wordt de zaak compleet, kunnen we meer leven wat we van oorsprong zijn, sterrenstof in de vorm van een sterfelijk wezen  dat in het eigen bestaan een inspanning levert vorm en inhoud te geven aan zijn of haar bestaan, ja, wellicht zijn of haar bestemming.

Het bericht dat onze mede-cursist en dierbare vriend Kees Bastiaanse dinsdagmiddag 31 juli jl onverwacht is overleden, heb ik met groot verdriet ontvangen en is nog altijd moeilijk te bevatten. Ik denk allereerst aan zijn gezin, familie en naasten, aan hun immense verlies en aan de kracht die ze voor deze moeilijke dagen en in de komende zware tijd nodig zullen hebben.

Kees was sinds 2007 deelnemer aan de woensdagavond-zengroep. In deze kleine groep vormen alle cursisten samen de pijlers. Een van die pijlers is nu weggevallen.

Kees was een gemotiveerde, ja gepassioneerde deelnemer. Zijn nieuwsgierigheid, gedrevenheid en inspiratie in de deelname waren authentiek. Vanaf de eerste kennismakingscursus waaraan hij met een aantal vrienden uit de gezondheidszorg in 2007-2008 deelnam, volgde een vervolgcursus die uiteindelijk leidde tot een vast groepje dat in de afgelopen tien jaren om de 3-4 weken bijeen kwam.

Hij woonde de halfjaarlijkse workshops met Maurice Knegtel Roshi in Lelystad bij en afgelopen januari nam hij voor het eerst ook deel aan de 4-daagse Zenintensive van Izen in Eerbeek. Hij was erdoor geraakt, zei hij na afloop van de Intensive. Zoals de bijeenkomsten op woensdagavond hem ook raakten en hij op zijn beurt de deelnemers op de avonden ook raakte, door zijn openhartigheid, emotie, twijfel, zelfspot. De beoefening op deze wijze gedurende vele jaren hielp hem zijn weg te vinden in het drukke alledaagse leven, in zijn leven als familiemens en als huisarts waarover hij altijd met eerbied en veel gevoel sprak.

We zullen Kees zeer missen, maar hij blijft ons nabij.

Zen, tot slot,  gaat over niets anders dan over de Grote zaak van Leven en Dood. Hierbij een gedicht van de 15e eeuwse Japanse zenleraar Ikkyu die veelvuldig over de dood schreef:

Talloze paden leiden vanaf de voet

van de berg naar omhoog.

Maar boven, op de top gekomen,

daar staat dezelfde maan!

Een warme groet, Ben Claessens

Zen Cirkel Lelystad

 

(foto: Pexels, Johannes Plenio)

Zoals al in de Bijbel is genoemd, liefde en naastenliefde staan het hoogst aangeschreven. We spreken hier niet over de liefde voor een persoon in de zin van: ik houd van jou en niet van de ander, maar van Grote Liefde, onvoorwaardelijke liefde voor de ander, voor elke ander, als zijnde de unieke manifestatie, beeld van de Ene essentie. De Grote Liefde die me op een onmiddellijke en ondubbelzinnige wijze toont, de ander, dat bén ik. het is deze Grote Liefde die zich enkel kan ontvouwen in de geest van de mens die ‘leeg’ is, volkomen ontvankelijk, in wie de aanwezigheid van de essentie zich tot in de genen laat gelden. Liefde is de werkzaamheid van de scheppingskracht, opgemerkt in de ziel van de mens en daar tot volle ontplooiing komend. Dit kan zodra in de mens de zintuigen niet meer interfereren en bezoedelen en de scheppingskracht ongehinderd de geest vervuld. Alles, maar dan ook alles komt in zo’n ogenblik in het volle Licht te staan, van het kleinste tot het grootste, van dichtbij tot in de verste uithoeken van het universum, want niets is uitgezonderd van of buiten die kracht. Dit is de werking van de geest waarvan de mens de genade van de getuigenis ontvangen heeft. Overigens, niet ieder zal het zo ervaren, afhankelijk van de levensinstelling, de omgeving en de ervaringen die men heeft moeten doorstaan of nog doorstaat.

Spirituele, religieuze beleving is onmogelijk op te leggen of af te dwingen, hier gaat het immers om een verlangen naar het proeven en de smaak krijgen van die grond, een ontvankelijk worden over jaren heen van (steeds minder eigen) werkzaamheid, een oefenen van geduld, van vertrouwen, van discipline, een verschuiving van ik naar niet-ik.

We werken en leven in een mysterie. De Bijbel als leidraad nemen is een mooi voornemen maar het gaat erom de Bijbel te doorgronden en voor te leven, het ten diepste een ’hand’boek te laten zijn, de woorden staan in onze hand, in ons hart gegrift. Het verlangen activeert als het ware een innerlijke ‘vertaler’ van spirituele teksten. Zonder die vertaler geeft het boek haar geheimen niet prijs, kunnen we de parabels, metaforen en symboliek maar lastig doorzien en transformeren als zijnde de expressie van essentie, de manifestatie dat we als bestaan ervaren.

Wie het spirituele pad gaat bewandelen dient ervaring op te doen, te leren kijken met het innerlijk oog, de onverbrekelijke  band met de omgeving ervaren en daarin de wederzijdse afhankelijkheid, het gegeven dat ons bestaan de uitkomst is van de uitwerking van miljarden jaren waarin oerwetten zich hebben uitgekristalliseerd maar waarin één aspect onveranderlijk is gebleven: het Licht waarin we staan en dat zich in alles en iedereen uitdrukt.

Aandacht oefenen. Simone Weil Franse filosofe (gestorven in 1943) noemde iedere oefening in aandacht uitermate belangrijk, bij uitstek de studie, leren zag zij als (een spirituele) beoefening. Zij schreef: ‘Want de grotere mogelijkheid om aandachtig te zijn, is niet beperkt tot een bepaald terrein maar strekt zich uit over het geheel van de menselijke vermogens’.

Aandacht als functie van onze geest, zoals al onze vermogens in de geest hun oorsprong vinden.

Op 26 juni jl ontving Maurice Knegtel Sensei van zijn leraar Genpo Roshi Inka het Final Seal of Approval. Maureice Knegtel Sensei is nu zen meester Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi. De transmissie vond plaats tijdens een ontmoeting van Genpo Roshi en diens partner Charlotte met de Izen-zengroep van Maurice Genko Roshi.

Maurice Shonen Genko Knegtel Roshi (1963) is een formeel geautoriseerde zen meester. Hij is meester (Roshi) en priester in de Soto zen traditie van de Meesters Genpo Roshi en Maezumi Roshi. Ook heeft Maurice Knegtel vergelijkende wijsbegeerte gestudeerd en Sanskriet, en hij is gespecialiseerd in de Indiase boeddhistische filosofie. Maurice Genko Roshi is auteur van drie boeken over integratie van spiritualiteit in het dagelijkse leven: Voorbij willen en weten (Servire 1998, herdruk Juwelenschip 2013), Zelfonderzoek (Servire 1999) en De vrijheid om te verliezen (Servire 2000). In 2004 verscheen van hem Het Dharma Spel, over een spel dat de Boeddha met zijn leerlingen speelt om de essenties van het boeddhisme inzichtelijk te maken. In 2008 verscheen bij Felix Uitgeverij zijn boek Ontwaakte aanwezigheid. Over het wat, hoe en waartoe van zen. In maart 2012 verscheen zijn boek Integrale Zen. Je dagelijkse leven is spirituele beoefening. Het is dit boek dat de grondslag legt voor zijn spirituele gemeenschap Izen, die zich richt op het meditatief beoefenen van je dagelijkse leven on the spot en precies zoals je het leidt. Zijn nieuwste boek Het laatste woord van Zen werd in oktober 2014 gepubliceerd bij Juwelenschip Uitgeverij. Sinds 2006 is Maurice Genko Roshi ook aktief als programmamaker bij de Boeddhistische Omroep Stichting, onder andere op internet als de Cybermonnik. Meer informatie over Maurice Knegtel Roshi kunt u vinden op www.juwelenschip.nl.

(bron: Izen.nl)

Op de foto zijn Genpo Roshi (zittend) en Maurice Genko Roshi te zien bij de overdracht van Inka, “the formal recognition of Zen’s deepest realisation”.

Een spiritueel bewustzijn is niet gebonden aan of het alleenrecht van een religie of levensbeschouwing. Spirituele groei is het geboorterecht van elk individu, het is het proces van her-eniging van de mens met de Al-omvattende Scheppingskracht waaraan in de diverse culturen verschillende namen zijn gegeven. Het proces verheldert in ons een diep gevoeld besef van wederzijdse afhankelijkheid van mens en omgeving en de grote verantwoordelijkheid voor het welzijn en welbevinden van mens en planeet.

Dat wil zeggen: De essentie van de Leer is de essentie van dit bestaan, van de mystieke plaats en dit ogenblik waar we zijn. Dat kun je nog iets specifieker maken: het is de essentie die zich uitdrukt in ons, in alles en iedereen. De Engelse mystica Evelynn Underhill zei: Onder al ons denken en doen hangt het Scheppende Universele. We zijn een en in die eenheid is ieder uniek.

Groei van een spiritueel bewustzijn is niet gebonden aan of het alleenrecht van een religie of levensbeschouwing. Het zijn de levenservaringen, het verlangen deze te verkennen en verdieping te zoeken die bepalend zijn. We betreden daarmee tegelijkertijd een heel natuurlijk maar moeilijk te duiden en te beschrijven innerlijke dimensie.
Een thema in het leven is: De essentie van de Leer is de essentie van dit ogenblik. Dat kun je nog iets specifieker maken: het is de essentie die zich uitdrukt in mij, in alles en iedereen. De Engelse mystica Evelynn Underhill zei: Onder al ons denken en doen hangt het universum.
Religie en levensbeschouwingen kunnen op zichzelf enorme obstakels vormen naar spirituele groei als ze worden aangewend als heilige huisjes. Voor mij helpt het in de begeleiding om vooral te vertrouwen op het gegeven dat alles al aanwezig is en dat men innerlijk ‘weet’ heeft daarvan.
In de zentraditie is vanuit de overdracht vanuit Azie naar het westen in de 20e eeuw de leraar-leerling relatie meegekomen. Die kan tamelijk rigide zijn. Het kan anders. In de 4-5 retraites die ik in de Benedictijner abdij in Doetinchem jaarlijks mag begeleiden, zie ik al jaren cursisten die 2-3 keer per jaar naar een retraite komen. Ik heb ze in de afgelopen jaren zien openbloeien en bij sommigen is op zeker moment het kwartje gevallen. Met zo’n achttal cursisten die ik vanuit deze retraites ken, heb ik een leerling-leraar contact. Daarin zijn vooral vertrouwen en bevestiging belangrijk. Ik ga uit van het gegeven dat in alles wat we doen de essentie zich openbaart/uitdrukt, maar uiteindelijk is het van belang dit ook werkelijk te ervaren en te zien. Zo kunnen we van handelen in verdeeldheid proberen meer vanuit eenheid te handelen.
Ik hecht er aan om mensen te vertellen dat het in stilteretraites of de zenavonden niet gaat om zen of boeddhisme. Teveel nadruk daarop kan onnodig belemmeringen opwerpen. Het gaat er uiteindelijk om dat we vertrouwd raken met ons eigen bestaan, dat we de pure natuur van ons handelen, denken en voelen ervaren en dat we daarin de verbondenheid met wat en wie ons omgeeft (terug)vinden.

Onder al ons handelen en denken, ligt een alomvattende universele dimensie die in, door en met ons beweegt, vaak zonder dat we het beseffen. Ons lichaam, ons denken en al onze andere vermogens zijn er een functie van en vallen ermee samen. Die dimensie of oerkracht (ook wel het Onnoembare of Boeddhanatuur genoemd) vindt zijn expressie in alles en iedereen. Het is de werkelijke bron die alles creëert, alles in beweging zet en waaruit we kunnen putten, letterlijk. Het is vrij van eigenschappen, niet te vangen of te begrijpen, ongeboren, oneindig en het sluit niets uit.

In het spirituele proces ‘werken’ we ermee. Beter gezegd, het is dit Onnoembare dat ons aan zet tot bewegen en werken. We geven gehoor aan een innerlijk fluisteren. En het is paradoxaal: deze natuur die we belichamen is dezelfde natuur waarnaar we op zoek zijn. Daarom is het zo’n lastige en ongrijpbare zoektocht en oefenweg. Het is wat we ten diepste zijn.

Uiteindelijk telt enkel de praktijk van dit ogenblik, dat is de plek waar alles, de hele evolutie en schepping zich tentoonspreidt, in en door ons en in alle andere dingen. Daar gebeurt het, daar ontstaan verleden, heden en toekomst, daar manifesteert zich de onverbrekelijke eenheid in de tienduizend dharma’s waarin we ons niet zelden zo snel verliezen.

Zen is een weg van her-innering, her-eniging, wat verloren werd gewaand ten volle ervaren als zijnde ons leven zoals het zich ieder moment ontvouwt. In de meditatie – het zittend, stilzwijgend aanwezig zijn – worden we allereerst geconfronteerd met ons wereldse zelf, al onze gedachten, gevoelens, wat we willen, wat we hebben gedaan of nog moeten doen. Geleidelijk dringt zich in de periodes van enkel stilzwijgend zitten een andere dimensie op, namelijk die van de inherente leegte (sunyata), de werkelijkheid waarvan alle verschijnselen expressie zijn, ook het besef van ‘ego’. Er vindt een verschuiving plaats van ‘ik” naar ‘ niet-ik’. Het mediterend ego verliest op den duur  de oriëntatie en greep op zichzelf en de omgeving. De ‘zo-heid’ van alles, het niet-iets, de onbepaaldheid ervan, de immense oneindige, bodemloze ruimte waarvan alles expressie is, ontvouwt zich. De eigen identiteit staat op losse schroeven. Die jarenlange beoefening van het niet-iets doen,  het wachten, het geduld oefenen, het uithouden kan leiden tot het wanhopig besef dat er spiritueel gezien niets lijkt te gebeuren. Verveling, dorheid en eenzaamheid kunnen er de vruchten van zijn, een lange, uitputtende en trage gang door een droge woestijn. En dat is precies wat het is. Uithouden en vertrouwen zijn gevraagd.

Johannes van het Kruis schreef over deze ervaring van de dorheid, de woestijn. ‘Deze mensen, als ze een glimp ervaren van de concrete en perfecte aanwezigheid van de geest, die zich manifesteert in de complete afwezigheid van alle zoetigheid, die zich manifesteert in dorheid, afkeer en in de vele beproevingen die het ware spirituele kruis zijn, vluchten ze ervandaan als voor de dood.’ Het is die openheid (of tegenwoordigheid van geest) die zich in de meditatie – contemplatie meer en meer opdringt. De openheid kent geen kenmerken, geen eigenschappen, geen komen en geen gaan, geen personen, er is enkel DIT! Het is de grond aller dingen – gedachten, gevoelens, objecten, lichamelijke kenmerken, zintuiglijke waarnemingen en verschijnselen. Alle schepping lijkt een schilderij waarvan het raamwerk tegelijk leeg is. Johannes van het Kruis: ’Zo lang de dorheid, de droogte van de nacht van de zintuigen duurt, zal de spirituele mens grote beproevingen ondergaan.’ In ons leven zijn we continue alert. We vangen alles en voortdurend in onze omgeving met de zintuigen op en vermengen en vertroebelen deze met wat het aan gevoelens, gedachten en emoties in ons oproept. In de contemplatie worden die zintuigen geleidelijk aan stilgelegd. De nacht van de zintuigen treedt in. De Duistere Nacht, zoals Johannes van het Kruis het noemt. De Nacht die God openbaart. Anders gezegd, God als zijnde de Nacht.

Spiritueel gezien worden we uitgenodigd elke hechting aan wat ook op te geven, beter gezegd, elk idee dat we ons ergens aan kunnen vasthouden of dat er hoe dan ook maar iets van jezelf is. Pas als we dat geduld en die bereidheid kunnen opbrengen, kan zich ontvouwen wat altijd schuil ging in het rusteloze en chaotische beeld van de wereld en van jezelf. Namelijk dat wat je ziet, ervaart en vindt van jezelf en van de wereld niets anders is dan onbepaalde openheid. Elk beeld wordt door de zintuigen gevuld met hallucinerende vormen, kleuren, geuren enz. Het is zo levendig en echt dat we er door betoverd raken, letterlijk. Maar in werkelijkheid is het de expressie van de ene geest, onze natuur en wezenskern die zelf de grote schat, de Graal vormt, waarnaar zovelen op zoek waren en zijn.

Voor Carl Gustav Jung was eenzaamheid een ‘genezende bron’. Zijn spirituele weg verliep op een geheel eigen wijze. Hij had zich zijn hele leven eenzaam gevoeld, als kind en als volwassene. Hij had een ‘passie voor het alleen-zijn, de verrukking van de eenzaamheid.’ Op 83-jarige leeftijd zei hij: ‘Mijn hele jeugd kan men vanuit het sleutelbegrip ‘geheim’ begrijpen. Door de geheimen werd ik bijna ondraaglijk eenzaam. ( ) Ook nu ben ik eenzaam, omdat ik dingen weet en moet suggereren die anderen niet weten – en meestal ook helemaal niet willen weten.’
(foto:Pexel)

Luisteren is een vermogen van ons wezen, hetzelfde wezen waaraan we overigens al onze andere vermogens te danken hebben, zoals spreken en denken. Luisteren is een ultieme vorm van verbinden, we luisteren immers niet met onze oren maar met ons wezen. En dan heb je nog luisteren en luisteren. Luisteren we vanuit het ego of luisteren we werkelijk?

Luisteren vanuit het ego toont zich wanneer een persoon de conversatie naar zich toetrekt door elke mogelijkheid in het verhaal van de ander aan te grijpen. Ja, dat heb ik ook gehad toen ik…. Ja, ik ben vorige week ook bij de dokter geweest en….

We kunnen ook luisteren met een agenda in het hoofd, bijvoorbeeld door een of geen bevestiging te zoeken in wat een ander vertelt. Zie je wel, had ik toch gelijk! Als ik het niet dacht!

Het zijn beide vormen die voortkomen uit de behoefte greep te houden op het eigen leven. Men schermt zich af, is niet werkelijk tot empathie in staat, tot het toelaten van een verhaal van de ander. Dit verklaart dat gesprekken niet zelden moeizaam verlopen en zelfs kunnen ontaarden in conflicten. Het verhaal van de ander kan niet landen omdat er geen ruimte is, omdat er te veel behoefte aan aandacht voor de eigen situatie of omdat men vol zit met (voor)oordelen en concepten. Denk ook aan de politiek waarin men in debatten duidelijk kan zien dat men elke tijd aangrijpt om het eigen verhaal te vertellen, niet om naar een ander te luisteren. Of aan mensen die dolgraag een ander willen veranderen of telkens vertellen wat die persoon moet doen.

In deze gevallen is er sprake van een filter in het luisteren. Je zou kunnen zeggen dat onze patronen, die we in meer of mindere mate allemaal hebben, ons leiden. Het leven is de uitdaging deze patronen te herkennen, ze te transformeren of, als ze al te hardnekkig zijn, er mee te leren omgaan. Een kennis van me spreekt van de diepe groeven in de cd van je leven, waarin je geregeld blijft hangen en daarmee telkens weer in dezelfde gewoontes vervallen. De groeven kunnen zich aandienen als emoties zoals angst of bepaalde vaste gedachten over iets of iemand. Vanuit zo’n groef hoort men niet werkelijk wat de ander vertelt en beweegt.

Luisteren met je wezen vraagt iets anders. Namelijk een onbevooroordeeld open staan voor het verhaal van de medemens, een voorwaarde om de nuances in wat men hoort op te vangen. Dat is ook de betekenis van communicatie, verbinding. Wie openheid praktiseert, komt uiteindelijk tot bevrijdende communicatie. Ruimte maken voor een ander helpt de ander uit diens beschutting te komen. Een open houding in luisteren, biedt de mogelijkheid meer in de actualiteit te blijven en minder te worden verrast door veranderingen. Ja, men slaagt er dan beter in om met en in die veranderingen mee te gaan.

Wat hoor je? En, wat hindert je om werkelijk te kunnen horen wat er speelt? Het is een geweldige vorm van zelfonderzoek ten gunste van een betere communicatie, ja, bevrijdende communicatie.