Ter afsluiting van het seizoen 2019-2020 werd deze nieuwsbrief verzonden aan cursisten en relaties van Ensō Zen Circle. Het was een seizoen dat dit voorjaar in het teken stond van de maatregelen rond de coronapandemie. Voor meer zie hier Nieuwsbrief Enso Zen Circle zomer 2020

(Afbeelding: Verenigde Naties – Unsplash)

 

Wat me van jongs af aan heeft bezig gehouden en me later ook op het zenpad bracht was het vraagstuk van het leven zelf. Wat is dit, dit merkwaardige bestaan? Hoe zijn we hier gekomen? Wat is onze bestemming? Spiritualiteit is in duizenden jaren door het mensenras ontwikkeld – vanaf het moment dat er iets van bewustzijn van de omgeving tot de eerste mensen doordrong ontstonden er rituelen die dienden ter aanbidding van de natuur – de wisseling van dag en nacht, de wisseling der seizoenen, zon en maan, regen, onweer, water, de dieren- en plantenwereld enz.

Het is de last van het bewustzijn. Het is het bewustzijn dat een duale wereld heeft gecreëerd. Wellicht is dat de zondeval zoals die in het Bijbelse Genesis wordt beschreven, de val uit het paradijs. En het is langs de weg van spiritualiteit dat we opnieuw tot intimiteit met ons bestaan en de aanwezigheid van het ‘verborgen’ paradijs kunnen komen. Dat paradijs of hemel (Boeddhanatuur) is voor het duale bewustzijn verborgen en tegelijkertijd is dat bewustzijn ook de ingang. Want ons bewustzijn en alles wat we er in meemaken, zien, voelen en ervaren IS de expressie van onze wezensnatuur. Als we een moment dat drukke bewustzijn kunnen laten rusten – onszelf aan de peilloze diepte ervan kunnen overgeven, ervaren we de oneindige, klare oceaan. En daarmee de onmiddellijkheid en de onvermijdelijkheid der dingen.

De ‘onvermijdelijkheid’ der dingen, van het bestaan is waar ik naar toe wil. Het is een uiterst fascinerend begrip. En het is niet wat je wellicht denkt dat het is. Het is niet een equivalent van lotsbestemming, iets van ‘wat er gebeurt, is onvermijdelijk’ of ‘het heeft zo moeten zijn’, als uitkomst van een bepaalde situatie, de uitkomst van een gedrag, of het resultaat van een teaminspanning. Dat is een verklaring, toelichting of constatering en altijd achteraf en daar gaat het hier niet om. De onvermijdelijkheid waarop ik hier doel refereert niet aan enige gang van ontwikkelingen of processen, het verwijst direct naar de onmiddellijkheid van hier en nu, waarin processen en omstandigheden niet aan de orde zijn, noch gedrag van individuen, noch verklaringen, analyses enz. Je zou kunnen zeggen dat in wat ik aanduid met ‘onvermijdelijkheid’ alle functies van het bewustzijn, alle lagen, alle niveaus, alle cirkels van verklaringen en redeneringen, van emoties en gevoelens, al wat zichtbaar is en alles wat er gebeurt, alle situaties en alle omstandigheden is teruggebracht tot een 0-punt – in zentermen, teruggebracht tot Zoheid. Zoheid kan worden ervaren en de ervaring ervan is de ongrijpbare onmiddellijkheid van het bestaan. En het is in die onmiddellijkheid waarin onvermijdelijkheid schuilt.

Onmiddellijkheid is de ervaring, onvermijdelijkheid is wat die onmiddellijke ervaring toont, het is het gebeuren zelf in alle puurheid. We leven het leven en het is in die zin onvermijdelijk. Je kan er niet uit, je kan er niet omheen, je kan het niet ontvluchten, het is onvermijdelijk. Je kan het als een gevangenis zien maar dat is het niet. Het is volstrekt open en oneindig en het toont zich in alle verschijnselen als een onvermijdelijk gegeven. De onvermijdelijkheid verwijst naar het allesomvattende, het is niet één aspect, één voorval of één ding. Het is totaal. Dat waarnaar onvermijdelijkheid verwijst is wat ons beweegt maar wat we er vervolgens van maken staat al weer los van die onvermijdelijkheid. Onvermijdelijkheid omvat alles en het drukt zich op een wijze uit die we niet kunnen pakken, veranderen, karakteriseren of begrijpen.

Wat kun je met dit gegeven? Wel, het is te ervaren, in alles wat gaande is zonder dat we zeggen dat situaties onvermijdelijk waren. Breng het naar jezelf toe, neem er in plaats, laat het werken, en ervaar het. Het toont je dat we dit leven te leven hebben, dat ieder moment telt, dat iedereen en alles ertoe doet, dat de enige manier om dit leven te leven is om er voor te staan, verantwoordelijkheid te nemen voor je denken en doen, dat dit leven weliswaar ons individuele pad omvat maar tegelijkertijd een pad is dat we gaan met alles en iedereen. De onvermijdelijkheid der dingen is heel erg dichtbij, het zit in je huid genesteld, je botten, je genen, je cellen en alles en iedereen werkt erin door. Dat is waarop we doelen wanneer we spreken over ‘intiem zijn met je bestaan’.

Maandenlang snakten we naar normalisering van leven, naar samen leven. Inmiddels kunnen we voorzichtige stappen op de weg terug zetten, naar ‘normalisering’. Maar wellicht is ‘normalisering’ voor en in deze tijd niet het juiste begrip. Normalisering is de herinnering aan en het weer oppakken van wat het leven in de pre-pandemische tijd was: voor velen een wereld van volle agenda’s waarin we soms voorbij gingen aan wat werkelijk belangrijk is. De pandemie bracht het gewoel, het stof even tot rust en gunde ons een tijd van her-waardering, een tijd om prioriteiten opnieuw te stellen. Om de vele zaken die we in alle gedoe zo gauw vergeten weer te herinneren. Zoiets als – hoe bijzonder dat het elke ochtend licht wordt. Of dat je bij het zetten van een kop thee of koffie opmerkt dat er zomaar helder en fris water uit de kraan komt. Het geluid van een bromvlieg, mensenstemmen, de wind. De warmte van de regen en de geur van de buitenlucht na een fikse regenbui. Je iets herinneren is (opnieuw) sensitief worden voor bepaalde aspecten.

Laten we niet terug gaan naar normalisering maar naar een leven waarin we onszelf in staat stellen geregeld te kunnen herinneren aan wat er toe doet. En, aan de hand daarvan, voor de dag van vandaag en morgen, te kunnen bepalen wat ons te doen staat. Als je ineens wordt afgesneden van wat zo gewoon leek en het er ineens niet meer is, kun je stilstaan bij de vraag waarom je zo lang op de automatische piloot hebt geleefd. En kun je beseffen van welke onschatbare waarde en hoe onvervangbaar zoveel in het leven is.

Wie op de automatische piloot leeft ontgaat wellicht het wonder, het spirituele aspect van dit bestaan, namelijk dat mensen en dingen niet buiten ons zijn – maar dat alles hier, ‘in’ ons ontstaat en functioneert. Daar ontmoeten we elkaar, daar gebeurt het. En daar zijn alles en iedereen met elkaar verbonden, onlosmakelijk. Het geluid van muziek op de radio staat niet los van de bries van de wind, de rozenstruik en de geur ervan, auto’s in de straat, stemgeluiden, de stoel en de tafel, de zon, de maan en de sterren. Onze geest is één en vindt per moment een wisselende expressie in beelden, in wat wel eens lijkt op een hechte, precies passende kaleidoscopische puzzel van miljoenen stukjes. Daarin gaat het wonder schuil. Want het zijn die miljoenen stukjes die ieder (ogenschijnlijk afzonderlijk) stukje mogelijk maken – het stromend kraanwater, de stoel, de bries, het geluid van een stem. En al dat speelt hier, op dit moment, in jou en in mij. We staan in hetzelfde.

Spiritualiteit is in feite een oproep de normalisering te doorbreken en door te dringen tot je diepere geheugen – die laag die je helpt je te herinneren – lees; te ver-innerlijken – waar we in staan, wat en wie je in werkelijkheid en wat er toe doet.

Foto: Priscilla Du Preez – Unsplash

Racisme is eeuwenoud – het systematisch buitensluiten van mensen op grond van huidskleur en ethnische identiteit en op grond van macht en een superioriteitsgevoel . Niet alleen buitensluiten maar ook beslissen over leven en lot van de ander vormen het uitgangspunt van slavernij. Blank, bruin en zwart trof dit lot. het is wellicht geen algemeen bekend feit maar de slavernij in de Amerika’s in de 16e en 17e eeuw begon met de slavernij van….Ieren en  Schotten, blanken. Pas toen de economie in het Britse rijk verbeterde en daar arbeidskrachten nodig waren, volgden landen als Engeland en Holland het voorbeeld van de Portugezen die al bekend waren met de slavenhandel vanuit Afrika. Tussen 1620 en 1850 werden zo’n 11-15 miljoen Afrikanen vanuit Afrika in ca 36.000 slavenreizen per schip naar de ‘Nieuwe Wereld’ getransporteerd. Velen overleefden de onmenselijke tocht door de jungle en per boot niet. De overlevenden werden verkocht als koopwaar. Van generatie op generatie werden ze behandeld als derderangsburgers, ze leefden in armoede, werkten in ongezonde omstandigheden, zonder het recht op een eigen leven, ze waren ‘bezit’ van landeigenaren. Ontelbaren kwamen om, tienduizenden werden vermoord om het minste of geringste, zonder vorm van proces. Die afschrikwekkende geest van ongelijkheid en de onrechtvaardige en onmenselijke behandeling in samenlevingen, leeft voort tot op de dag van vandaag. En sinds de moord op George Floyd op 25 mei jl in Minneapolis, opgenomen op beeld en zichtbaar voor het oog van de wereld, gaat er een golf van protest en verzet door de VS en door vele steden in de wereld, ook in Amsterdam en Den Haag.

In een spiritueel proces is het essentieel op zeker moment onder ogen te zien – George Floyd en ik staan in dezelfde grond, maar ook de slavenhouder, de racist en ik staan in dezelfde grond. Wat een mens een ander mens aan doet, leeft in potentie in ons allen – in liefde, maar ook in de agressie, de haat en het geweld.

De respons van het Upaya Zen Center

Het Upaya Zen Center geleid door Roshi Joan Halifax liet naar aanleiding van de gebeurtenissen in een nieuwsbrief het volgende weten:

As countless Americans take to the streets across this country to raise their voices in response to the murder of George Floyd, none of us can stand on the sidelines as passive observers. We are all responsible for our society and for the justice and compassion that it succeeds or fails to uphold.

At this time of sorrow and anger, Upaya Zen Center stands alongside the families of George Floyd, Breonna Taylor, Ahmaud Arbery, Dominique Clayton, as we recall with anguish and shame the countless other Black lives that have been ended by white violence.

It is imperative that we transform the toxic views that feed racism and other forms of egregious injustice and hatred in our country. We must also address the harsh reality that we live in a culture of oppression stemming from the very origins of our nation, which has continued relentlessly throughout our country’s history.

This is why we are saying “Black Lives Matter.” Because we have to face individually and collectively the truth of the presence of brutal discrimination in our country, and not turn away from the grave harms against people of color in our nation. We as practitioners of the Dharma have a moral responsibility to uproot our own racism and transform the systems of oppression that feed bigotry in our society. And we must as well remedy all forms of violence toward our Black brothers and sisters with insight and actions that are courageous and just. And we must do this now.

 

 

Lelystad, mei 2020

In de herfst van 2005 nam ik deel aan een zenretraite in het Stiltecentrum, geleid door pater Gerard Helwig, toen 85 jaar. We maakten kennis met elkaar. Ik was gefascineerd door zijn spirituele diepgang, zijn kalmte en prachtige diepe stem en het feit dat hij als Benedictijn en Ruusbroec kenner vele jaren in de leer was geweest bij de Europese zenpionier en Jezuiet Hugo Enomiya Lasalle. We raakten met elkaar in gesprek en we bleven dat gedurende ruim zes jaar. Maandelijks bezocht ik de abdij en in een kleine kamer, bij een kop koffie, bogen we ons een dagdeel over de teksten van mysticus Jan van Ruusbroec. Een jaar na mijn eerste retraitedeelname vroeg Gerard me of ik de retraites van zenlerares Greetje Limpens (opvolgster van Ton Lathouwers) wilde en kon overnemen. Greetje zag zich na vele jaren begeleiding wegens ziekte genoodzaakt terug te treden . Ik sloot het verzoek kort met mijn zenleraar Nico Tydeman Sensei in Amsterdam die zijn instemming gaf.

Pater Helwig overleed in 2012. Maar in alle retraites die ik sinds 2006 heb mogen begeleiden was de geest van Gerard volop aanwezig. Alleen al door het bestaan van het Stiltecentrum (sinds 2019 onder de naam Abdijhoeve). Met pater Van Heijster was hij in de jaren ’70 van de vorige eeuw de initiator van het Stiltecentrum. Nadat ze van Lasalle toestemming hadden gekregen zelf zencursisten en -groepen te begeleiden kon de voormalige veeboerderij naast de abdij worden verbouwd tot een conferentie- en stiltecentrum.

Het was een enorm voorrecht zoveel tijd te hebben kunnen doorbrengen met deze religieus. Naast Nico Tydeman (thans Roshi) was Gerard mijn tweede leraar christelijke mystiek. De christelijke traditie en het Zenboeddhisme zijn mede dank zij hen voor mij levende wegen geworden waarvan de essentie bij elke stap op dit levenspad een uitdrukking vindt.

Nu, na 15 jaren en de begeleiding van 60-70 retraites met vele honderden deelnemers, neem ik afscheid van de abdij en het centrum. Niet vanwege de pandemie die nog altijd heerst of een andere reden, maar eenvoudigweg omdat de tijd daar is. De abdijgemeenschap ontwikkelt zich, de Abdijhoeve ondergaat een uitbreiding – anderen zullen de retraites verder de toekomst in leiden en begeleiden. Dit jaar blijf ik samen met een gast/-vrouw de retraites nog begeleiden. De juni-retraites zullen worden geannuleerd vanwege de restricties die gelden voor groepsbijeenkomsten. Naar we hopen zullen de retraites in juli en daarna wel mogelijk blijken.

Er is door de jaren heen een gemeenschap ontstaan van deelnemers die ik begeleid. Een aantal van hen inmiddels 10-13 jaren. Enkele van hen hebben Jukai ondergaan, de ceremonie voor de wijding tot boeddhist. Door de jaren heen zag ik de cursisten in het centrum twee, soms drie keer per jaar. En, als het mogelijk was, ook tijdens de workshops met mijn leraar Maurice Roshi die sinds 2011 twee keer per jaar in Lelystad werden gehouden. Tijdens de coronacrisis heb ik met een groot aantal van hen contact via skype, mail en telefoon, met enkele ook wekelijks.

De begeleiding van de retraites in de abdij is voor mij een hele belangrijke leerschool. Ik neem deel en voel me daardoor dikwijls evengoed en vooral een deelnemer, soms meer dan een leraar en gids. En voor mij klopt dat ook, want hoewel je als zenleraar formeel de cursist één stap voorgaat, is het tegelijkertijd een volwaardige uitwisseling, een dialoog in een setting waarin cursist(e) en leraar één zijn.

De setting van het centrum is heel bijzonder, ja, uniek. Weinig centra in Europa combineren in een volwaardig retraiteprogramma de christelijke en zentraditie op deze wijze. Zoals we het in de brochure van de Abdijhoeve ook hebben verwoord: ‘In onze drukke, veeleisende samenleving zijn mensen op zoek naar een antwoord op dringende levensvraagstukken, naar zingeving en geloofsverdieping, naar rust in het hart. De Abdijhoeve Betlehem wil ten dienste staan aan allen die zoeken naar innerlijke heelheid, naar groei en verdieping van hun geloof. In de Abdijhoeve Betlehem spreekt de beleving van zen meditatie én de dagelijkse liturgische vieringen van de monniken in de abdijkerk, tezamen de zenretraite, zeer veel mensen aan. De gebedsdiensten van de monniken behoren tot het westerse spirituele erfgoed en zijn voor veel gasten van de abdij als zodanig herkenbaar. Tegelijk vinden ze in zen meditatie een vorm van (diepte)inkeer die hen helpt werkelijk voorbij zichzelf, tot aan het diepste in henzelf te gaan.’

Ik ben de huidige abt, pater Henry Vesseur, en de broedergemeenschap dankbaar voor de wijze waarop zij het centrum nu inmiddels bijna 40 jaar dragen. En hetzelfde geldt richting zenleraar en pater Kees van de Muijsenberg, naast pater Vesseur en mijzelf, de derde mede-begeleider in het programma van de Abdijhoeve, en, uiteraard richting de vele onmisbare gastheren en gastvrouwen met wie we de retraites in al die jaren hebben kunnen en mogen begeleiden. Velen dragen bij in de organisatie van de weekenden en midweken.

Daardoor heeft het centrum in de loop van de decennia een trouwe en groeiende groep bezoekers kunnen verwelkomen. Voor veel bezoekers met een christelijke achtergrond was en is het centrum een plek waar men de eigen christelijke traditie opnieuw kan verinnerlijken. Voor zenmeditatie is het niet nodig je eigen spirituele traditie te verlaten. Zen biedt juist de mogelijkheid die traditie te herontdekken, te verhelderen en opnieuw gestalte en vorm te geven.

Voor mij vormen beide tradities in de wijze van begeleiding en training die ik geef, een schatkamer van rituelen, symbolen, woorden, hulpmiddelen (upaya) en oorsprongsgetuigenissen. Het kruisbeeld als beeld van het leven in de tijd en geworteld in onze oorsprong, dit ogenblik. Het Boeddhabeeld met het begin van een glimlach op het gelaat als expressie van diep begrip en mededogen. Maria als het wezen van Bamhartigheid. De prachtige Bergrede, Prediker als zentekst, het Hartsoetra, de Sandokai-tekst, Mozes als ons eigen verhaal van zoeken en beoefening en de worsteling met onze persoonlijke (schaduw)kanten, gelijk het verhaal van Jezus en de Boeddha. Zenleraren uit historie en in onze tijd en christelijke mystici uit verleden en heden vormen boeiende inspiratiebronnen. En alles, werkelijk alles daarin, reflecteert dit bestaan, ons bestaan, de Weg die onze geest is en die zich in het volle Licht hier en nu ontvouwt, in een onbegrijpelijke grondeloosheid, veelzijdigheid en onmiddellijkheid.

Het is heel, heel bijzonder dit te kunnen delen en verkennen met cursisten, met mensen die zoekende zijn, vol verlangen en toewijding om het bestaan te doorgronden. Dat zullen we blijven doen. In andere vormen, op andere plaatsen.

Ik ben diep dankbaar voor de achterliggende jaren en wens de abdij en Abdijhoeve – hun gemeenschap en bezoekers alle goeds.

Met een hartelijke groet,

Ben Claessens Sensei

Ensō Zen Circle – Lelystad

 

Maria Wisława Anna Szymborska (1923 – 2012) behoort tot de belangrijkste dichters van haar generatie in Polen en is een van de meest gelezen én gelauwerde dichters van deze tijd. Ze schreef ca 400 gedichten die in 40 talen werden uitgebracht. In 1996 won ze de Nobelprijs voor Literatuur.

Een cursiste maakte me attent op haar. Ze stuurde me enkele gedichten toe, waarvan op deze plaats ‘Leven voor de vuist weg’ is opgenomen. Een wonderschoon gedicht, een Zen-vers over de mens van vlees en bloed in al zijn grootsheid, naaktheid en sterfelijke kwetsbaarheid.

Leven voor de vuist weg
Voorstelling zonder repeteren.
Lichaam zonder passen.
Hoofd zonder overleg.
De rol die ik speel, ken ik niet.
Ik weet alleen: hij is van mij, mag niet geruild.
Waar het stuk over gaat,
Moet ik maar raden op het toneel.
Beroerd voorbereid op de eer van het leven,
kan ik het opgelegde tempo nauwelijks aan.
Ik improviseer, hoewel ik walg van improviseren.
Bij elke stap struikel ik over mijn ondeskundigheid.
Mijn manier van doen riekt naar de provincie.
Mijn instincten zijn die van een dilettant.
De plankenkoorts die mijn excuus is, vernedert me nog meer.
Verzachtende omstandigheden ervaar ik als wreed.
Woorden en reflexen kun je niet terugtrekken,
te veel sterren om te tellen,
een karakter dat je als een jas al rennend dichtknoopt –
ziedaar de treurige gevolgen van dat overhaasten.
Als je maar voor één woensdag bijtijds kon oefenen,
tenminste één donderdag een keertje mocht herhalen!
Maar nee, daar komt de vrijdag al met een mij onbekend scenario.
“Is dat fatsoenlijk?” vraag ik
(met schorre stem,
Want ik mag achter de coulissen niet eens mijn keel schrapen).
Het is een illusie te denken dat het maar een vluchtig examen is,
dat in een provisoire ruimte afgelegd wordt. Nee.
Ik sta te midden van de decors en zie hoe stevig ze zijn.
Word getroffen door de precisie van de vele rekwisieten.
Het draaimechanisme van de vloer werk al een poos.
Zelfs de grootste toneellampen branden allemaal.
Nee, geen twijfel aan dat dit de première is.
En dat wat ik ook doe,
voor altijd verandert in wat ik heb gedaan.
(uit: Einde en begin. Verzamelde gedichten)

Je bestaan als spiritueel pad leren kennen, ervaren en voorleven vraagt om dagelijks onderhoud – momenten waarop je jezelf herinnert waar je bent, wat je bent en met wie je bent. Her-inneren, dat wil zeggen, opnieuw verinnerlijken wat is. Onze wezensaard doordringt het universum en wordt hier en nu ervaren. Hier en nu kunnen we ons enige keren op een dag daartoe bekennen – alleen of in een groep. Het blijft een beoefening voor ons als individueel persoon steeds weer onszelf over te geven aan wat ‘is’ – wat ons en alles voortbrengt, bindt en vereend. Die beoefening kan op diverse wijzen plaatsvinden – enerzijds via spirituele rituelen en liturgie en anderszins in het oefenen om door de dag de zintuigen alert en open te houden en terug te komen in je lichaam – immers, het Koninkrijk Gods in u. Het is mij nader dan ik mijzelf – waar ik me met wie ook bevind, ongeacht wat ik doe of wat er gaande is.

De pdf die je hieronder kan aanklikken, bevat richtingwijzers voor de inrichting van een altaar, voor rituele momenten door de dag heen en liturgische teksten ter recitatie bij bepaalde gelegenheden. Richt aldus de dag in zoals die bij jou en het leven in samenzijn met anderen past. Van belang is het onderhoud ervan.

Voor de hele tekst klik Leidraad voor de Zenbeoefening.

Allereerst wil ik de hoop uitspreken dat eenieder van jullie en jullie naasten, familie, vrienden en collega’s gezond en wel zijn. Er staat ons niets in de weg om hierbij de hele wereldgemeenschap in ons gebed te betrekken, immers in de Geest zijn we één en niet gescheiden. Ook nu we vooral aan huis gebonden zijn leert het meditatieve leven ons dat we overal waar we gaan met alles en iedereen wandelen, niemand uitgezonderd.

Dat we nu niet samen kunnen zijn toont de werkelijkheid van de beoefening die helder wil maken dat er enkel een NU, dit moment, is waarin alles oprijst en weer verdwijnt, waarin verleden, heden en toekomst thuis zijn en waarin geen moment hetzelfde noch voorspelbaar is. Mijn eerste zenleraar Nico Tydeman schreef een boek met de titel: Dansen in het duister. Hoe moeilijk te vatten ook, dat is ons bestaan, met alle concreet ervaren vreugde en verdriet bevinden we ons in een mysterie.

Voor de hele tekst klik De spirituele beoefening is voor alle tijden.

Ieder individu reageert op een geheel eigen wijze op de huidige tijd en de gebeurtenissen daarin. We kunnen en mogen de emoties die mensen in hun greep krijgen en uiten niet ontkennen. Het is een gegeven. Spiritualiteit is onze persoonlijke beoefening waarin we alles en iedereen meenemen maar waarin we ieder ander kunnen laten zijn voor wie hij of zij is. Ieder bevindt zich op een eigen pad, in een eigen proces, doorloopt fases die bij hem of haar horen en ondergaat het bestaan en handelt in de situaties daarin al naar gelang het eigen vermogen.

Zo stort God of Boeddhanatuur de mystieke kracht van inzichten in eenieder zoals het heet ‘naar vermogen’, voor wat een ander aan kan, want alles heeft zijn tijd.

Voor ons is de essentie te weten dat in eenieder de aanwezigheid Gods of Boeddhanatuur een gegeven is. Ieder, zonder onderscheid, is de expressie, geschapen naar het beeld van het Scheppende. Onze natuur reflecteert zo bezien op levendige en voortdurend veranderende wijze een miljard gezichten. En in de ogen van eenieder straalt hetzelfde Licht. Het is Licht waarin zowel leven als dood thuis zijn, waaruit bloemen bloeien en verwelken, waarin de zon opkomt en ondergaat. Het is geen nieuw inzicht. Maar het is dit inzicht van niet-weten dat we ons in de spirituele beoefening weer herinneren en verhelderen en van waaruit we al vallend en opstaand leven en handelen.

Alle goeds, stay safe, Ben Sensei

Foto: Lo Wong (Pexels)

 

Beste lezer(es),

Om de verspreiding van het Corona-virus te beperken zijn de zenretraites in stiltecentrum Abdijhoeve Betlehem welke van 20-22 maart en van 17-19 april gepland staan afgelast. Wij vertrouwen op uw begrip voor deze beslissing. Uw reeds gedane betalingen zullen worden teruggeboekt op uw bankrekeningnummer.

Mede namens abt Henry Vesseur, Ben Claessens Sensei en pater Kees van den Muijsenberg:

Wij hopen u bij een volgende retraite weer te mogen ontvangen.

met hartelijke groet,
Hanno,
Secretariaat Stiltecentrum
p\a Abdijhoeve Betlehem