Je bestaan ervaren als een spirituele beleving, vergt – in de meeste gevallen – de innerlijke drang, een diep verlangen tot zoeken naar de essentie ervan door af te dalen in het bewustzijn en door te dringen tot de kern, de volstrekt open en onbepaalde ruimte die dit bestaan in diepste zin kenmerkt. Ik benadruk hier ‘in de meeste gevallen’ omdat sommigen die ervaring spontaan beleven, plotseling in een onbewaakt moment.

Mijn weg begon, wat ik me kan herinneren, rond mijn 7e toen ik me afvroeg wat dit leven was. Ik was me heel vroeg bewust van de strijd in de wereld, nabij en ver weg, en vroeg me, heel naïef af, af of dat de bedoeling kon zijn van ons bestaan. Het hield me zeer bezig. Op de basisschool en in het vo hield ik spreekbeurten over de Israëlisch-Arabische oorlog en over de Ierse kwestie, tussen Katholieken en Protestanten.

In 1983 maakte ik kennis met Nico Tydeman, maar pas in 1999 begon ik mijn Zenstudie bij hem, in Zen Centrum Amsterdam. In 2007 onderging ik bij hem de Jukai ceremonie. Hij gaf me de Chinees-boeddhistische naam Hui-Chao (Stille Verlichting). In 2011 werd Genko Maurice Roshi mijn tweede leraar. Hij wijdde me eind 2015 tot monnik en gaf me eind 2019 transmissie tot Zenleraar en priester.

Van mijn 7e tot het ceremoniële Shiho-weekend in december 2019 werden ruim 55 jaar overbrugd. De transmissie opende de deur naar een ander en volstrekt onvermoed proces. Een proces van verdere verdieping met enkele kernen:

– de mens als ‘vessel’, een vat voor de eigen onbepaalde, ongeboren en open natuur;
– en een studie naar het fenomeen verleden, heden en toekomst
– de magie van het bestaan vertaald in rituelen, tradities, ceremonies en symbolen

Enkele momenten kenmerken de opmaat naar dat proces. Ruim een jaar na de transmissie nam ik afscheid van het bestuur van de Zenschool van mijn leraar teneinde ruimte te krijgen voor de ontwikkeling van mijn eigen ‘dharma’ als Zenleraar. Een half jaar later – nu een jaar geleden – werd ik onverwacht ondergedompeld in een spiritueel proces dat, achteraf gezien, de integratie omvatte van wat we omschrijven als ‘verleden, heden en toekomst’ als zijnde bewustzijnsbeelden die voortkomen uit de continue en volstrekt open en onbepaalde NU-ervaring. De omvang en impact van dat proces is moeilijk in woorden te vatten want op zichzelf onbegrijpelijk. Het proces was hoe dan ook diep ingrijpend en bij tijd en wijle pijnlijk en zeer emotioneel.

Mijn leven is tot dusver in grote cirkels te omschrijven:

–        De eerste cirkel was tot mijn 21e jaar – jaren van verwarring;

–        De tweede cirkel – (zelf)onderzoek in de wereld privé en in werk tot mijn 42e. Die cirkel was rond toen ik medio 1998 voor het eerst in mijn leven een grond en diepe kalmte in mezelf ervoer. Dat was de ingang tot de volgende cirkel;

–        De derde cirkel – januari 1999 kennismaking en aanvang met (de eerste fase van) de Zen training, tot eind 2019, de Shiho transmissie – een periode van heling en transmissie; Een belangrijk proces dat deel uitmaakte van deze cirkel was – uiteindelijk – het ‘afscheid’ nemen, het achterlaten, van het boeddhisme. Het bestaan is niét de Boeddha. We gebruiken wel terminologie en woorden uit een bepaalde levensbeschouwelijke richting maar net als het woord ‘boom’ niet weergeeft wat er in onze tuin of in het bos staat, zo kan het begrip Boeddha of Boeddhanatuur niet weergeven wat we werkelijk zijn of ervaren.

–        Met de transmissie begon een vierde cirkel en een tweede grote fase van de Zentraining – verder afdalen in mezelf en, in dienst ervan, ervaren hoe dit universum beweegt, hoe het minste of geringste in de fysiek begrensde bestaan wordt ingegeven door en plaatsvindt in het oneindig ongeborene.

Ik wil de vierde cirkel kort toelichten. In elke rechtgeaarde spirituele training komen we er vroeg of later, maar onvermijdelijk, op grond van eigen ervaring achter dat ALLES in het totale universum hier, op dit punt waar staan en gaan, plaatsvindt. Tijd en ruimte – heden, verleden en toekomst. Het is hiér, op dit moment, het gaat door mij en jou heen. De Weg van Zen IS de ‘mind’ waar0ver een Zenleraar ooit zei: We zijn er niet van gescheiden, noch zijn we ermee verenigd.

Het bestaan is tegelijk een vluchtig idee én een diepgaande ervaring. Alles van vorm en naam is vluchtig, niet duurzaam, van voorbijgaande aard. Zoals de Bijbel zegt: ‘geen steen blijft op de ander’. Wie zich bovenmatig hecht aan iets of iemand maakt het leven tot illusie. En tegelijkertijd zijn we met alles en iedereen onlosmakelijk verbonden – in de geest! Die verbondenheid volledig toelaten en leven en tegelijkertijd de ander en de dingen vrij laten – d.w.z. niet aan je binden – is de beproeving van het spiritueel leven. Een beproeving die bij tijd en wijle ondraaglijk kan zijn. We zijn mens en kennen emoties, gevoelens en gedachten.

Het spirituele leven omvat ook het besef dat verleden, heden en toekomst geen losstaande eenheden of dimensies zijn maar gedachten die in een en hetzelfde moment – Hier en Nu – opkomen en door elkaar lopen – als herinneringen en als gedachten voor een planning voor ‘straks’. We groeien op met die concepten, we worden erin geschoold, we leven ermee en ‘gisteren’ en ‘straks’ of ‘morgen’ lijkt allemaal werkelijk te zijn. Totdat we ervaren dat verleden, heden en toekomst behoort tot de totale ervaring NU. Wat mij vorig jaar – als een vervolg op die ervaring – overviel was het besef dat, als alles hier en nu is, ik er niet aan ontkwam mijn eigen ‘verleden’ in die NU ervaring te herkennen.

Het bestaan NU verschijnt in een eeuwig Licht maar alles wat ik doe, zie en denk heeft een kleur die gevormd is uit voorgaande levenservaringen. Dat besef bracht me er maandenlang toe bij vele momenten stil te staan en na te gaan waarom ik dacht en handelde zoals ik deed. ‘Vroeger’ was niet ‘ooit geweest’ en weg. Nee, ‘vroeger’ was en is ‘NU’, volop levend en actief in alles wat ik beleefde.

Dé grote kans die het spirituele pad ons biedt, is dat we meer over ons zelf leren. Dat had ik natuurlijk al op vele momenten gehoord en gelezen maar nu begreep ik de diepgaande consequentie. Namelijk, hoe essentieel het is je hele verleden – alles wat er heeft plaatsgevonden en hoe je het hebt ervaren – aan te nemen en deel te laten zijn van het leven NU. Juist dáárin schuilt de kracht van heling. Heling is niet enkel het Licht ervaren, het is je hele leven zien en terugzien in dat Licht.

Onze diepste wezensaard is het groot en eeuwig Licht waarin de hele evolutie plaatsvindt. Het is de mens die in dit Licht verschijnt, die daarin en vandaaruit leeft en handelt. Een spiritueel pad gaat niet zozeer over dat eeuwige Licht, het verwijst vooral naar de onlosmakelijke en wederzijdse afhankelijkheid met alles en iedereen en hóe we in dat Licht antwoorden op de uitdagingen en gestand doen aan die wederzijdse afhankelijkheid. En daarvoor is het essentieel diepgaand te ervaren hoe verleden, heden en toekomst in al on denken en in al onze handelingen tot uiting komen.

De neiging en verleiding om alles toe te schrijven en te ontlenen aan het eeuwige Licht zijn groot. Maar je kan en mag je niet verschuilen achter God, Boeddha of je positie als boeddhist of Zenleraar. Dat zijn de grote valkuilen van het spirituele pad. Nico Tydeman Roshi zei ooit tegen me: Zen geeft geen verdienste. En je kan niets toeschrijven of ontlenen aan Zen.

Dát is waaruit het proces van afgelopen jaar in feite bestond. Het gebeurde allemaal te midden van alle handelingen en werkzaamheden door de dag heen. Het spirituele trainingstraject is een autonoom gebeuren, het gaat zijn of haar gang. Ongeacht waar je bent of wat je doet. Het gedijt op de beoefening van aandacht. En het is ook verklaarbaar. Immers, alles wat we doen en denken was altijd al de werking van de ene geest, ook al zien we dat (nog) niet. Ons ware gezicht was er al van vóór onze geboorte en zal er ook zijn ná ons overlijden.

De derde component van de studie – de magie van het bestaan vertaald in rituelen, tradities, ceremonies en symbolen – komt de komende tijd aan bod. Al vele jaren ben ik gefascineerd door de onbegrijpelijkheid en daarmee de mystiek en magie van het bestaan. En hoe dit zich vertaalt in religies, rituelen en tradities. Het zijn uitingen van menselijke onmacht en creativiteit. Daarover tzt meer.

Ben Sensei

Zie ook Het Vers van verleden, heden en toekomst – Zen Cirkel Lelystad (zenmeditation.eu)

Spirituele wegen kunnen zeer verwarrend zijn, wellicht onnodig verwarrend, vooral omdat ze niet zelden zo de nadruk leggen op de grondleggers en specifieke terminologie die door de grondleggers en de opvolgers worden gebezigd. En door de enorme variëteit aan interpretaties van navolgers en opvolgers. Zoekers naar de zin der dingen worden op die manier niet zelden het bos ingestuurd en spenderen jaren en decennia om de kluwen wol die wordt gesponnen te ontwarren. Wat er gebeurt is – je duikt in de materie van een specifieke spirituele richting. En je moet je er vervolgens weer van ontdoen. Afkicken, zoals dat heet. En voor je het weet ben je twee, drie decennia verder.

Dat is jammer want de werkelijkheid is in feite heel eenvoudig en ontvouwt zich voor onze ogen. Die werkelijkheid heeft feitelijk geen specifieke en/of complexe taal of woorden nodig.

Het gaan van een spiritueel pad betreft tot inkeer komen, een ‘in’ onszelf moeten kijken, in het eigen bewustzijn en leren zien wat de ware aard ervan is. We moeten daartoe afdalen in dat bewustzijn, zoals Johannes van het Kruis het noemt. Een spiritueel pad is inderdaad een ‘scholing van het bewustzijn’ zoals het boeddhisme stelt.

Het menselijk, individueel bewustzijn is een functie van een alomvattende ondefinieerbare natuur en alles wat er in verschijnt is een manifestatie van die natuur. Dát is de crux en de kern. We hebben geen boeddhistische of christelijke taal nodig om daar woorden aan te geven – voor zover dat tenminste mogelijk is. En omdat die natuur ondefinieerbaar is, is in feite ook alles wat er in verschijn ondefinieerbaar. We zijn onszelf een raadsel, een mysterie.

Meditatie staat hoog in het vaandel. Maar spiritualiteit is geen meditatie. Spiritualiteit helpt terug te keren naar je originele en eigen wijze van zien en leven, een wijze die alleen voor jou geldt, voor niemand anders. Het is om die reden dat mystici niet zelden zo’n verrassende levenswijze hebben en onvoorspelbaar zijn. Wie niet langer leeft volgens conventies en opgelegde patronen kan (niet anders dan) de gang van het leven zelf volgen. Hij of zij is bevrijd. Dat is wat we noemen een meditatief leven, een leven in originaliteit, oorspronkelijkheid.

Originaliteit betekent het diepe besef dat er geen twee is, enkel één. Hoewel we leven met een idee van twee (ik en de ander), was en is er altijd maar één. Want álles verschijnt in het ene, de oorspronkelijke aard.

Aan deze werkelijkheid zijn door vele eeuwen heen in tal van culturen verschillende benamingen gegeven. En die namen zijn onder bevolkingsgroepen een eigen leven gaan leiden en hebben tot tal van conflicten en oorlogen geleid. Tot op de dag van vandaag. Spiritualiteit is de persoonlijke ‘quest’ door alle misvattingen en neigingen heen te klieven, in het eigen bewustzijn. Telkens weer zien – nee dit is het niet, dat is het niet. De ui pellen. Totdat je daar komt waar niets meer te pellen valt. En te zien dat dat gewoon het alledaagse leven is zoals we het leiden. Want de werkelijke aard van het alledaagse leven is de gepelde ui, de grenzeloos open ruimte die altijd al open en onbepaald was.

Als je onderweg bent, blijf nuchter, laat je niet misleiden, verdwaald niet. Ervaar proefondervindelijk wat werkelijk is en wat niet. Zie alles als een reflectie van het eigen bewustzijn en daarmee van de eigen geest die ons allen verbindt, waar we allen één zijn.