Het misverstand dat Zen enkel meditatie is, zittend op een kussentje, is wijdverspreid. Echter, Zen verwijst naar een staat van geest, in feite elke staat van geest op enig moment in je leven. En in die geest verschijnt ieder moment alles. En iedereen. Niets is uitgesloten. Dat betekent: jij en ik, wij zijn in de kern alles. En het is via ons bewustzijn dat we daar notitie van kunnen nemen. Want dat bewustzijn is een functie van die oneindige, mysterieuze geest.

Hoe treden we die geest, in feite onszelf, en al wat daarin verschijnt op de best mogelijke wijze tegemoet? Dat is de vraag stellen: Hoe gaan we om met de medemens? Hoe treden we die medemens tegemoet? Hoe gaan we om met al wat ons ter beschikking staat, de planten- en dierenwereld, alle dingen en voorwerpen, van een fiets tot een kopje, van een laptop tot een pan op het vuur.

Werkelijk gaan zien dat al dat, niets uitgezonderd, zich onlosmakelijk, onvervreemdbaar, onverbrekelijk ‘in’ ons bevindt (d.w.z. in onze geest) is een essentieel aspect van de Zen training. Dat inzicht toont ons namelijk dat het nooit anders is geweest. Alles was al ‘hier’. Vanaf het begin.

Dat gaan zien betekent dat de herinnering gewekt is aan wat we vergeten waren. En het is die nieuwe herinnering die we dienen voor te leven. Waar we voorheen vooral met een duaal georiënteerd bewustzijn leefden, wordt met die herinnering aan de werkelijkheid van onze geest een zo lang niet ervaren dimensie aan ons bestaan toegevoegd, namelijk die van eenheid. Een eenheid die ongeboren is, die oorspronkelijk is, waarin alles en iedereen thuis is.

Hoe treden we dit alles tegemoet? Vanzelfsprekend in eenvoud. Bijvoorbeeld door bij het opstaan de ochtend en onze naasten te groeten. Door voor het slapen gaan de dag te laten bezinken. Door in alles wat we omhanden hebben, in alle momenten van ontmoeting en in het  gebruik van alle dingen nu en dan stil te staan en te beseffen: dit ben ik ook. Het is wat mij vormt, helpt, steunt, begeleidt, troost enzovoort. De realisatie van het diepe besef van eenvoud in een wereld die voorheen zo duaal leek, haalt enorm veel zorgen van je schouders. Je ziet en weet nu, het is anders dan ik altijd dacht. ‘Ik’ ben anders dan ik altijd dacht. Je bent zoveel meer. Jij bent niet jij want je ziet en beseft nu: Zonder de medemens en zonder de planten en dieren, zonder de lucht, de bergen, oceanen en de sterren ben ik niet wie ik ben.

Het knagende gevoel van ontheemd en eenzaam zijn kan plaats maken voor een diep vervuld zijn van verbonden zijn, van samen zijn, van vervuld zijn. Natuurlijk blijven we mens en blijven we gevoelens en emoties ondervinden. Maar we kunnen ze ongemoeid laten en laten opgaan in die eindeloosheid van de geest. Telkens weer kunnen we ervaren: Alles is hier. En het is nooit anders geweest. Daarin zit de kern van meditatie, van contemplatie: jezelf vergeten en de ervaring leven van bewogen worden en dat ‘iets’ door jou heen ziet, hoort, spreekt, proeft en ademt. Van ‘ik’ naar ‘niet-ik’. Het begrensde is in feite onbegrensd. Het eindige oneindig.

Foto: Lotte

Spirituele teksten zijn geen artikelen zoals je die leest in kranten, of roman of wetenschappelijke taal. Kranten, romans en wetenschap produceren wereldse taal, de taal van analyse, feiten, onderzoek of de verbeelding. En hoewel ook die teksten en woorden de beweging van de geest manifesteren weerspiegelen ze vooral het functioneren van bewustzijn, het denken en de gevoelens en emoties van personen. Het zijn teksten waarvan men ‘denkt’ dat men die zelf produceert. Ze gaan uit van een wereld buiten ‘mij’ die wordt gevolgd, geanalyseerd en beschreven. En elke dag veranderen de teksten over mensen, samenleving, politiek, wetenschap, onderwijs handel enz.

Die teksten zou je de golven op de oceaan kunnen noemen, geschreven vanuit wat zich afspeelt aan de oppervlakte die altijd in beweging is, dat wil zeggen, in beweging teweeg gebracht door onrustige geesten die in woorden willen vatten wat niet in woorden te vatten is.

Spirituele teksten willen inwijden in wat niet in woorden te vatten is. Een voorbeeld. Wanneer er over een boom wordt gesproken, wordt een beroep gedaan op ons voorstellingsvermogen. We hebben een ‘idee’ waarover het gaat. Maar ‘boom’ is slechts een begrip, een vierletterwoord. Een begrip als ‘bos’ heeft slechts drie letters. De spiritualiteit stelt: een boom is veel meer dan een vier-letterwoord. Een bos is oneindig veel meer dan de drie letters die we gebruiken. In werkelijkheid staan die letters en woorden voor iets dat ‘onzegbaar’ is. Net als ‘mens’, of willekeurig elk woord. We benoemen en beschrijven voortdurend met woorden wat in werkelijkheid niet onder woorden te brengen is. Want wat is het geval?

Spiritualiteit poogt ons voorbij de dingen te brengen, voorbij de woorden. Zelfs voorbij een woord als God of Boeddha. De 12e eeuwse Japanse Zen leraar Dogen stelt: Je moet lichaam en geest laten vallen. ‘Laten vallen’ betekent doordringen tot het hart van Zen, onmiddellijk zien, direct ervaren, herenigd zijn met hetgeen waarmee je altijd al één was. Dat is de geboorteplaats van spirituele taal. Spirituele taal is geen dagtaal, geen taal van het denkbewustzijn, het komt vanuit de diepte.

We zien een boom. De een zegt ‘dat is een boom’. De ander kan in een verwonderende emotie alleen maar uitbrengen ‘oohhh!’. Twee mensen zien hetzelfde en toch totaal anders. De een vanuit een bewustzijn vernauwend denken, de ander vanuit de oorspronkelijke openheid waar de boom een onvervreemdbare plaats heeft en als het ware ‘in’ hem of haar ‘zit’, immers, het heeft dezelfde ongeboren aard. Dat wat we boom en mens noemen, zijn manifestaties van een en dezelfde wezensaard, mind. Het is een jong kind van nature gegeven zo de wereld te bezien, als één, het kent het duale onderscheid nog niet. Maar gaandeweg raakt het die onschuld en onbevangenheid kwijt, door scholing en opvoeding. Want ouders, leerkrachten en alle mensen en boeken zeggen allemaal hetzelfde: Dat is een boom. Op school leert het kind: vier letters. En daarmee verdwijnt de magie en het oorspronkelijke uit ons leven. De magie is niet weg, maar we zijn het vergeten. Dat is wat wordt bedoeld met uit het Paradijs, het Hof van Eden verstoten zijn.

In ieder (en in alles) leeft dat Paradijs voort, onder de oppervlakte van een druk en door uiterlijkheden beheerst bestaan. Dat we ons in een oceaan bewegen, in feite de hemel op aarde, ontgaat ons omdat we niet zien en ervaren dat we er zelf de volledige expressie van zijn. Al dat gaat schuil achter het krachtige schild van ons denken en bewustzijn. De wereld leeft vooral vanuit concepten, ideeën en (voor)oordelen en in een wijze van denken dat die waar zijn. De beelden die we van onszelf en de wereld hebben, worden waarheden en doorheen de hele historie hebben mensen en volkeren gevochten over wat de beste waarheid is. Door alleen de concepten en zonder de magische oorspronkelijke bron te leven, maken we slechts de buitenkant van ons bestaan mee. En we klampen ons er met alle kracht ook nog volhardend aan vast. We persen het leven eruit omdat we de magische bron niet kennen. Ja, ontkennen. Welk een tragiek.

Het bestaan, de ervaring van leven en dood, is op zichzelf geen illusie, het is werkelijk in alle schoonheid en weerbarstigheid, maar door de blinde hechting aan concepten, woorden, mensen, groepen en dingen verwordt het tot illusie. We klampen ons vast aan een ideologie, een huis, een auto, status en bepaalde personen en scheppen een totale illusie. Ja, een dubbele illusie. We staan los van de magische bron in ons en aanbidden de buitenwereld. Vanuit deze situatie komen mensen zelden tot een spiritueel pad. Het vraagt niet zelden een schokmoment om te durven en te gaan twijfelen aan vermeende zekerheden. Een gebeurtenis zoals een periode van ziekte bijvoorbeeld. Het verlies van een dierbaar persoon of dier of een ongeval of het verlies van een baan. Zulke ingrijpende gebeurtenissen kunnen ons vaste zelf- en wereldbeeld aan het wankelen brengen.

Spiritualiteit staat voor afdalen in het eigen bewustzijn – het is een onszelf afwenden van de buitenkant van een boom en een inkeer tot in de diepte van de ongrijpbare en ondefinieerbare plek waar die boom ontstaat, namelijk ‘in’ onszelf, in deze geest, in dit lichaam. Daar, in ieder van ons, ontvouwt het hele universum zich, ieder moment. Daar heeft ‘iets anders’ het voor het zeggen, niet ik. Wat zich ‘ik’ noemt, is slechts de hoeder van dit alles, van de boom, de mens, de planeet, ja het universum. Al dat gaat door ons heen, ieder moment weer want het complete universum wordt wedergeboren, onophoudelijk, het drukt zich onvermijdelijk en op niet te weerhouden wijze uit in mij, in jou, in alles en iedereen en zo sterven we en worden opnieuw geboren.

Afdalen in onszelf gebeurt met hulp van spirituele teksten, waarop we telkens weer kauwen. Als we ‘denken’ ze te snappen, slaan we de plank mis. Het gaat niet om begrijpen. Het gaat om bevrijden. Jezelf bevrijden van je wil, je weten, de neiging te willen pakken en hebben. Lichaam en geest laten vallen.

De werkelijkheid van een boom of bos doorgronden, is onze eigen werkelijkheid doorgronden en ervaren hoe onverbrekelijk verbonden we zijn in een oceaan die ons allen verbindt, van het kleinste tot het grootste. Ja, we hebben de wereldse taal en het wereldse leven nodig, maar om te waarderen wat gaande is, om de werkelijkheid die we zijn ook werkelijk te kunnen leven, dienen we ons bestaan te doorgronden en tot die diepste werkelijkheid door te dringen.

Een boom, een bos, een mens. Het zijn meer dan letters. Oneindig veel meer. En we zijn het ten diepste zelf. Maar wat zijn we dan ten diepste…?

Foto: Lotte

Op 23 september 2021 vindt eindelijk de langverwachte opening plaats van het geheel vernieuwde gastenverblijf en stiltecentrum van de Sint-Willibrordsabdij in Doetinchem. Na een verbouwing van ruim twee jaar werd in november 2020 het project afgerond.

KLOOSTERKRACHT • 28 JULI, 2021 |