Het lijkt zo onrealistisch – te veronderstellen dat er zoiets als eenheid bestaat in ons drukke, op prestatie en resultaat gerichte, soms bizar chaotische leven en in de vele ellende die plaatsvindt en bestaat.

En toch, de Kersttijd symboliseert wat in de spirituele beleving elke dag, elk moment gaande is en nooit van onze zijde wijkt. Ieder moment is in feite Kerst-tijd, want ieder moment manifesteert een eeuwig Licht zich in alle dingen, in alles en iedereen. Het onzichtbare toont zich in het zichtbare. De Kerstboom is daarvan een mooie metafoor – de boom van het veranderende leven dat oprijst en verdwijnt in het eeuwige Licht. Het tijdelijke voortgebracht door het eeuwige.

In het westen wordt gesproken van geest. In de Oosterse spiritualiteit van shin, oftewel hart. Het hart van eenheid. Daarom zei een Perzische dichter ook: Mijn hart en jouw hart zijn oude bekenden. We kennen elkaar – in dat hart zijn we één. Het is in feite niet iets nieuws. In de vroegste kindertijd waren we ermee vertrouwd. Alleen, in onze discursief ingestelde en al te vaak op uiterlijk vertoon en prestatie gerichte samenleving is het ondergesneeuwd en zijn we het vergeten. En precies daar ligt veelal ook de oorzaak van ongelijkheid, onrecht en geweld. Spiritualiteit wil ons opnieuw her-inneren aan wat onder ons aller voeten ligt, wat hangt onder al ons doen en denken: eenheid, fundamentelijke gelijkwaardigheid.

Wanneer we onze geschillen en de zo vaak gebezigde nadruk op onderscheid en tegenstellingen (dualiteit) voor een moment terzijde kunnen schuiven en rechtstreeks in ons hart (onze geest) kijken, kunnen we de ander werkelijk als medemens zien. Geen wezenlijk verschil. We komen voort uit een gemeenschappelijk hart, we zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en wederzijds van elkaar afhankelijk. We leven met alles en iedereen in een alomvattende en onlosmakelijke samenhang. De Engelse dichter John Donne zei het al: De mens is geen eiland. Het zijn niets meer dan de oerwetten van de natuur.

Ons leven gebeurt ieder moment in een weefsel van een onnoembaar aantal gebeurtenissen. We worden letterlijk ‘bewogen’ door wat ons omringt en door alles wat er gaande is. Ga bijvoorbeeld eens na wat er voor nodig is om thuis, op ons werk of bij klanten een kopje koffie te drinken, welke lange weg die koffie heeft afgelegd, hoeveel handen daaraan te pas zijn gekomen. Hetzelfde geldt voor het kopje waaruit wordt gedronken, de tafel waar we aan zitten, de stoel, onze kleding, ons transport, de computer, de smartphone, ons huis en de gehele inrichting. Het is duizelingwekkend. Het maakt wat bescheidener wanneer we af en toe ons ‘afgezonderde’ eigen leven in dat gemeenschappelijke ‘licht’ kunnen zien. Het mooie is – dat licht bestaat niet alleen in Kersttijd maar in ieder moment van ons leven, overal waar we zijn. Laat je niet misleiden door uiterlijk vertoon – Kijk! En zie! Het gebeurt en is te vinden daar waar je gaat en staat!

Ik wens eenieder alle goeds voor de Feestdagen en voor 2020!

Ben Claessens Sensei

Foto: Tim Mossholder – Pexels

Last weekend (7-8 december 2019) I witnessed the sacred and secret ritual of initiation into zen buddhist priesthood where, on the second day of this impressive rite of passage, none other than my brave father stepped into the role of Sensei.

Outer initiations are performed after completing a training, often witnessed by others to celebrate and acknowledge a shedding of skin and putting on a new suit. Anthropologists have been studying this part of the human condition for years. After receiving a diploma or certificate from a teacher, it may feel empty or you may feel like needing to fill it with further Outer opinion, because the Inner initiation has not yet been granted. The student continues up the path paved by the desire for inner recognition, battling untruths on the Way. A beautiful path indeed.

Then there are Inner initiations, not witnessed, not celebrated, not acknowledged by outside spectators. This initiation is between you and You. When an inner initiation occurs, oftentimes, it feels so light, so natural, so much a part of you. You celebrate it differently. It is a celebration of what Is, the wonder and marvel of You.

When an Inner initiation has occurred, the Outer ritual between teacher and student is a splendidly humble event where the student gracefully receives what he knows is His. I think this is why the ritual I was granted to witness between my father and his Teacher, since the very beginning starting with Shakyamuni Buddha, was between Student and Teacher only. There is no need for further witnesses.

The deeper seated the Inner initiation, the less words, actions, movements, resources and declarations are necessary to reinstate someone. My father realized his Inner initiation at the moment his teacher suggested he was ready to become Sensei. He cried tears of gratitude when realizing the Truth in his teacher’s words. A year of preparation went into the ritual. The Inner initiation was granted time to sink, settle, embody. When the time was there to perform the physical ritual, he went through the movements lightly, though with deep reverence, presence and gratitude.

The Outer ritual serves as an instatement of embodiment; Truth has descended in the Body. Now he can help others let Truth descend and guide them on their paths. Have you ever experienced receiving an Inner initiation? We come to this world as initiates. It is your secret, your Gift and Expertise. You know this art better than anyone, it brims in every cell of your bones.

Since it is almost xmas, ask yourself what it is that feels so natural to you, that you have so much of, that you are gifting others all the time, usually without being aware of it.  Give it to yourself this year.

Lisanne Claessens

Op de lange trainingsweg wordt gerealiseerd en bekrachtigd dat dit bestaan niet-mijn bestaan is. Het zenpad beweegt je ertoe door te dringen tot in de essentie van dit bestaan, dat bestaan onvoorwaardelijk aan te nemen en voor te leven, niets meer, niets minder. Daarvoor is het nodig het starre besef van een ‘zelf’ te doorgronden en achter te laten’, alles te laten vallen, tot aan het ‘iets laten vallen’ toe.

Hier geldt: Niet mijn Wil maar uw Wil geschiedde. Deze Wil is de Universele scheppingskracht die expressie vindt in dit zelf van de individuele mens, een zelf dat niet is onderscheiden van al het andere en toch ook zichzelf is. Ruusbroec sprak van ‘Leven zonder waarom’. Dag Hammerskjöld van ‘volmondig ja zeggen tegen het leven’. De mens, dit bestaan, is uitdrukking van wat we Boeddhanatuur noemen, de wezensnatuur die zich in alles en iedereen als onbegrensde en peilloze aanwezigheid uitdrukt. Aan de praktijk verandert het weinig. Er is uiteindelijk niets waarop ik me kan beroepen. Ik blijf elke ochtend gewoon opstaan en overdag mijn werk doen en zal mezelf daarin telkens weer geconfronteerd zien met mijn menselijke  tekortkomingen. Dat is ‘t. Daarmee heb ik het te doen. Maar wat het in de kern is weet ik niet. Wat rest, is dit wonderlijke leven leven in niet-weten.

Op zondag 8 december 2019 heeft Ben Hui-Chao Claessens Dharma transmissie ontvangen van Maurice Genko Knegtel Roshi in het Graalhuis te Utrecht. Hij is nu formeel priester en leraar (Sensei) in de Soto Zen traditie. De ceremonie van de transmissie (of overdracht) is meerdaags en kent eeuwenoude Chinese en Japanse rituelen uit de traditie van de Soto Zenlijn. In de  eerste ceremonie (Denkai) werd hij op 7 december tot priester in de Sototraditie gewijd. In de tweede ceremonie (Denbo), op 8 december, werd hij formeel opgenomen als leraar in de 24 eeuwen oude ‘bloedlijn’ van zijn eigen leraar. Ben Claessens Sensei is daarmee formeel opvolger en Patriarch in de 83e generatie in deze lijn die – via de VS, Japan en China – rechtstreeks teruggaat tot Shakyamuni Boeddha in India.

Een klein deel van de laatste ceremonie, de Denbo, werd voor het oog van de aanwezigen uitgevoerd. Leraar en Successor maken, met het gezicht naar elkaar, drie buigingen.

Foto’s: Lotte

 

De vrij functionerende essentie ervaar je soms, veelal in een onbewaakt moment. Soms na veel discipline – oefening baart kunst. Kun je het in alle aspecten van je leven ervaren? Immers, waar je gaat daar is je weg. Je belichaamt de Weg. Essentie vindt een expressie in al wat verschijnt, gaande is, ervaren wordt, in het kleinste, in het totale universum. Vandaar – onder al ons denken en doen hangt het universum (naar Evelynn Underhill).
Is er nog wel een Weg wanneer je het ervaart, er totaal in op gaat? Het vrij functionerend principe omvat alle aspecten van ons leven, het brengt ze voort, het verlaat ons nimmer. En van dat principe is niets en niemand uitgesloten, het omvat alles. Vrijheid is te vinden in de overgave, wanneer je je verenigt, bent afgestemd met alles en iedereen, voor een moment jezelf vergeet. Oplost.

 

We praktizeren, we volgen en spiritueelpad om in de verwarrende veelvoud van alledag de  eenvoud, het Ene, te ervaren – het is allemaal niet ver weg, het is in feite geen haarbreed verwijderd, nader dan ik mijzelf, en toch, en toch…de weg erheen is lang, oneindig lang, omdat ik het niet kan bewerkstelligen.

Ons krachtig vasthouden aan ‘ik’ hindert ons. Hoe vaak zeggen we niet: ik denk, ik heb een idee, ik wil dit, ik wil dat weten, ik voel dit of dat. Maar wie of wat is ‘ik’? We zijn als  een golf in een onmetelijke oceaan, vloeibaar, we hebben niet iets in of tot ons bezit – we zijn alles – ons gevoel, emotie, gedachten, bewustzijn. We zijn een bundeling daarvan, een instabiele, beweeglijke, kwetsbare bundeling die voortdurend overvloeit in de verschijnselen om ons heen, in alles, dichtbij en ver weg, eenvoudig omdat we onlosmakelijk verbonden zijn met alles en iedereen. Waarom zou je nog aan iets vasthouden als het niet kan?

 

Het zitten in stilte maar ook onze acties in het alledaagse leven vragen om oprechtheid, openheid, ontvankelijk zijn, recht doen aan onze onverbrekelijke verbondenheid met alles. Meditatie – het leren ‘laten’ van wat er opkomt – is een vorm van zelfonderzoek, van (zelf)confrontatie, per definitie. We houden onszelf letterlijk tegen het Licht. En we komen van alles tegen, emoties, gevoelens, gedachten. Ook wat we liever niet willen zien, ook angst en de dingen waar we bang voor zijn. Dat is wat afdalen in jezelf doet – je komt steeds weer nieuwe lagen van energie tegen waarin zich ervaringen, meningen, gevoelens en emoties hebben vastgezet. Het is zaak het te onderzoeken, niet zozeer om ervan af te komen. We zetten onszelf heel gauw gevangen, met onze ideeën over onszelf en anderen. Het gaat er daarbij niet om van ideeën af te komen maar om ze te ‘laten’, er niet iets mee te doen, als wolken die voorbij drijven. Ik denk dat daar het aspect van menswording werkzaam is. In het Licht zijn we in staat onszelf te aanvaarden, dat we in de kern goed zijn zoals we zijn, dat helpt ons over bepaalde zaken heen te komen, ervaringen te integreren en ook te werken aan onszelf. Het is gaan zien dat onze natuur goddelijk van aard is (maar dat dit geen verdienste geeft of iets is waar we ons op kunnen beroepen) en tegelijkertijd dat we diep menselijk zijn, met al onze zwaktes en sterkten. Spiritualiteit is wat mij betreft het leren onderkennen, herkennen en doorgronden van patronen en onze conditionering. Die patronen en conditionering maken ons ook wie we zijn als mens, als persoon. En we komen ze overal in het dagelijks leven tegen.

Hier ligt dus de paradox: enerzijds gaat het eeuwige Licht door ons heen en dragen we dat Licht met ons mee en anderzijds leiden we een sterfelijk leven. Het spirituele pad is nu om gaandeweg beiden als niet losstaand van elkaar maar als één te ervaren, anders gezegd, te zien dat het Licht de basis en bron van ons bestaan IS en altijd al was en zal zijn. Daarom zeggen we ook: nirvana = samsara. Het eeuwige drukt zich uit in het sterfelijke, het vergankelijke. Onder de beweging van een kopje thee optillen, schuilt het hele universum. Als we spreken, spreekt het Licht, het goddelijke door ons heen. We zijn geschapen naar Gods beeld. Voor mij is het kruisbeeld een prachtig beeld van die paradox. De horizontale balk is onze reis, ons leven in de tijd. De verticale balk is de eeuwigheid, altijd geworteld in en werkzaam vanuit NU. Waar de balken elkaar kruisen, daar zijn wij, daar vindt alles plaats, leven en dood. Heel vaak verwijlen en dwalen we op de horizontale balk. Waar we de eenheid ervaren, is het kruispunt, precies daar waar je nu bent (was en altijd zult zijn). En de ervaring daarvan kan inderdaad een moment van sterven, van wedergeboorte zijn.

Foto: Lisanne

Wat door alle mystici in de religieus en culturen doorheen alle eeuwen wordt beschreven, is de weg van de sterfelijke mens die zoekt naar een antwoord op vragen rond de essentie en terugvindt tot (de eeuwige wezens)kern van het bestaan, hier en nu. Het is een weg van her-innering – we herinneren ons en ver-innerlijken wie of wat we ten diepste zijn en wat de aard van dit bestaan, onze aard, is.

De Japanse zenleraar Dogen (11e eeuw) omschreef het spirituele pad aldus:

Het boeddhisme bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet.
Ontwaken door alles wat zich voordoet is de bevrijding/ontwaken
van je eigen lichaam en geest en die van anderen.
Geen spoor van ontwaken blijft over en dit spoorloze
ontwaken in eindeloos.

Wat er op dit pad feitelijk gebeurt, en daar zit het trainingselement, is de realisatie van een grote paradox. We houden onszelf voor dat we als individu op zoek zijn naar van God of Boeddhanatuur om er vervolgens achter te komen dat dat ‘het’ altijd al aanwezig was en ons in wezen op weg zette. We ontwaken uiteindelijk tot het Licht dat zich in alles en iedereen uitdrukt – vandaar de grote realisatie van de Boeddha in zijn nacht van ontwaken: hij zag dat onze wezensnatuur de sterren, de maan, de bergen en oceanen omvat. Een dat die hee natuur in onszelf, in onze geest aanwezig is. Zoals Jezus zegt: Het Koninkrijk Gods (de oneindige geest) is in u. Kijk naar de sterren, de maan, de oceanen en de bergen en ervaar: er is niets wat tussen mij en de sterren staat – we zijn één in de alomvattende geest die ons met alles verbindt.

Ons spirituele pad is de lange (eindeloze) weg om de directe ervaring van dat eeuwige Licht te integreren in ons dagelijks leven, als zijnde ons dagelijkse leven. Het is het door en door gaan zien en ervaren dat het Licht er altijd is, dat het zich (in onze geest) van moment tot moment als de totale wereld en het universum ontvouwt. Nico Tydeman zei eens: we zoeken Licht, maar we zijn Licht! Elk moment is de volle en nieuwe manifestatie ervan. Waarom dit pad zo veel tijd vergt, is omdat we zo eigenwijs (en niet zelden zo ongelovig erover) zijn. We denken: nee, het Licht, God kan nooit zó nabij zijn, dat is mij niet gegeven, het is te veel, het is onmogelijk. Maar gaandeweg en onvermijdelijk ervaren we die nabijheid meer en meer. Daarom heet het in Psalm 139 kortgezegd ook: ‘Gij zijt mij nader dan ik mijzelf’. God is het scheppende Grote principe. We leren het Licht (God, Boeddhanatuur of de Scheppende Energie) te vertrouwen en meer en meer in het bewustzijn toe te laten (we noemen het Licht ook wel het Grote Principe van de bewustzijnsbron). Maurice noemt dit langdurige proces van integratie en het leren ernaar te leven het afdalen van de berg – in je dagelijks leven handen en voeten geven aan het Licht. Spiritualiteit begint voor velen met zitten op het kussen of op een zitbankje maar daar eindigt het niet. Uiteindelijk leren we via meditatie/contemplatie het Licht in ons leven te ervaren en actief in het dagelijks leven te brengen en aldus een meditatief leven te leiden.

Foto: Lisanne

In deze maanden wordt de bevrijding van Nederland, 75 jaar geleden herdacht. (zie de NOS-site). We herdenken de bezetting, ook die in vele andere landen, de gruwelijke onderdrukking en de immense gevolgen, de vele miljoenen mensen die in die oorlog stierven. We beseffen niet altijd dat die oorlog destijds wereldwijd aan 55-70 miljoen mensen het leven heeft gekost. Onvoorstelbaar. De waan van sommigen kan miljoenen in zijn greep krijgen en eenmaal ontketend is de kracht van het geweld amper of zelfs niet meer te beheersen.

Een van de personen die er aan den lijve mee werd geconfronteerd, is Etty Hillesum, een jonge Joodse schrijfster die in maart 1941, ze was toen 27, een dagboek begon. Ze bleef daarin schrijven, evenals in vele brieven, bijna tot op de dag dat ze vanuit kamp Westerbork, waar ze vanaf eind juni 1942 met tussenpozen zat, met haar ouders en haar broer Mischa naar Auschwitz werd deporteerd. Daar overleed ze op 30 november 1943. Vermoord, omdat ze Joods was. Etty volgde een pad van inkeer, een spirituele weg, als autodidact, geheel op eigen kracht, een kracht die haar verlangen  naar zingeving aanwakkerde, een kracht die haar deed uitstijgen boven de weerbarstigheid, boven de gevaren en boven de waanzin van alledag. Niet door dit alles te omzeilen of te ontkennen maar juist door alles toe te laten, zich ervoor open te stellen, zonder reserve, onvoorwaardelijk, door dit alles te verteren als zijnde haar bestaan en aldus door te dringen tot de diepten van alle dingen.

Een belangrijke gewaarwording in haar vroege schrijfperiode is wanneer ze beseft hoe ‘zinnelijk’, ja ‘hebberig’ ze is, dat ze datgene naar waar ze lichamelijk sterk verlangt, wil hebben, een verlangen dat langs die weg ‘nooit te bevredigen was’. Ze ontdekt dat ze door naar buiten te kijken op een dwaalspoor zit. Ze wordt ertoe bewogen op zoek te gaan naar een andere mogelijkheid ‘bij het leven te komen’. In september 1942 schrijft ze dat ze niet goed weet hóe bij het leven te komen. ‘Dat was, omdat ik nog niet bij het leven in mijzelf gekomen was.’

Temidden van de onmenselijke hogedrukketel van de oorlog en de vervolging van de joden, leert ze door te dringen tot haar kern. En daarmee tot de kern van ons aller bestaan. ‘Het leven in mij heb ik weten te bereiken ( )’. Ze omschrijft de weg er heen als volgt: ‘Ik heb bij mensen wel eens het gevoel of ze te massief zijn, ze me het uitzicht op iets benemen, een gevoel, ze van me af te willen duwen. Wat verwacht je voor een uitzicht, als je al het substantiële om je heen wegduwt? Verwacht je daar dan de échte werkelijkheid? Niet het substantiële wegduwen, maar doorhéén kijken, het zó doorbelichten met je begrip dat het transparant wordt en de daarachterliggende werkelijkheid opduikt. Niet wegduwen, omdat je dan in het luchtledige komt, maar dóórlichten. ( ) Je hebt nergens voor je zelf een houvast aan concrete dingen in deze dagelijkse werkelijkheid, je gaat er aan voorbij omdat je opzoek bent naar een andere werkelijkheid, maar die weg gaat alleen maar door die substantiële, grijpbare, realiteit. Als je die verwaarloost, tuimel je op een gegeven moment in het luchtledige en mis je je houvast. En sta je daar opeens als een dronken dwaas.’

Ze doorklieft de wilde, ja, overweldigende golven van de gebeurtenissen en ervaart de grote oceaan in zichzelf: ‘Wanneer men, na een lang en moeizaam proces, dat dagelijks verder gaat, is doorgebroken tot die oerbronnen in zichzelf, die ik nu maar God wens te noemen, en wanneer men er voor zorgt, dat die weg tot God vrij en onverbarricadeerd blijft – en dat geschiedt door ‘werken aan zichzelf’ – dan vernieuwt men zich steeds weer aan die bron en dan hoeft men ook niet angstig te zijn, dat men te veel krachten geeft.’ ( ) ‘En zo is mijn levensgevoel tegenwoordig: mijn leven gaat als een grote, rijke, machtige stroom door me heen, gevoed door oneindig vele kleine bijriviertjes…’

Ze komt in Westerbork en verstaat de medemens en tijd: ‘En toen werd ik plotseling geslingerd in een brandpunt van menselijk lijden, aan één van de vele kleine fronten die over heel Europa zijn. En daar beleefde ik plotseling dit: uit de gezichten van de mensen, uit duizenden van gebaren, kleine uitingen, levensgeschiedenissen, begon ik deze tijd – en veel meer dan deze tijd alleen – bijeen te lezen. Doordat ik in mezelf had leren lezen, bemerkte ik, dat ik ook in anderen kon lezen. Het is me daar werkelijk geweest, alsof ik met gevoelige vingertoppen getast heb langs de contouren van deze tijd en van het leven. Hoe komt het toch, dat dat met prikkeldraad omrasterde stukje heidegrond, waar zoveel mensenlot en –lijden áán en dóórspoelde, als bijna liefelijk in m’n herinnering is achtergebleven? Hoe komt het dat m’n geest daar niet verduisterde, maar veeleer verlicht en verhelderd is? ( ) Daar tussen de barakken, vol opgejaagde en vervolgde mensen, heb ik de bevestiging gevonden van mijn liefde voor dit leven.’

Haar innerlijke proces roept ons allen aan. Het gaat er niet om wat we ervaren weg te drukken of te ontkennen, integendeel. Het is juist dát, die directe ervaring in en van ons alledaagse bestaan, waar de ingang tot onze innerlijke wereld zich bevindt. Ze schrijft: ‘Men loopt zo vaak weg van zichzelf – men ziet en hoort dit voortdurend om zich heen –  onder het motto: dat is toch niet belangrijk, of: er gebeurt zoveel belangrijks in de wereld, dan kan ik toch niet teveel drukte van mezelf maken. En er blijft zo verschrikkelijk veel in deze mensen liggen als onverwerkte grondstof, omdat ze geloven dat hún grondstof de moeite van het bewerken niet waard is.’

‘Ach we hebben het toch immers alles in ons, God en hemel en hel en aarde en leven en dood en eeuwen, vele eeuwen. Een wisselend decor en handeling van de uiterlijke omstandigheden. Maar wij dragen alles in ons en de omstandigheden zijn tóch niet het doorslaggevende, omdat er immers altijd omstandigheden zullen zijn, goede en slechte en het féit van de omstandigheden, de goede en slechte moet men aanvaarden, wat niet belemmert, dat men zijn leven er aan kan wijden de slechte te verbeteren. Maar men moet weten, uit welke motieven men die strijd voert en moet beginnen bij zichzelf, iedere dag opnieuw bij zichzelf.’

Bron: En mijn verrukte ogen lezen – Etty Hillesum lezing 2000

Foto: Kamp Westerbork , kunstenaar: Ralph Prins (foto: Gouwenaar – Wikipedia)

 

Wat voor velen herkenbaar zal zijn, is de worsteling tussen voor jezelf zorgen en voor de ander, voor de omgeving. Hoe bewaar ik daarin een soort van evenwicht? Is er een mogelijkheid te handelen in dienst van mezelf en tegelijkertijd van de omgeving? Hoe bewaar ik een zekere gelijkmoedigheid onder de omstandigheden en in situaties? Hoe kan ik bij de ander laten wat bij de ander hoort? Dat zijn grote uitdagingen die ons een leven lang bezig houden. We komen daarin onvermijdelijk telkens weer onze patronen en conditionering tegen. In feite drukken situaties en de personen daarin telkens op knoppen die van alles in ons oproepen. Het is niet altijd wat we willen en waar we om vragen. De omgeving en anderen op afstand zetten, is een mogelijkheid. En soms nodig. Maar het is maar één facet. Want een ander facet is wat ons in de directe ervaring wordt getoond: namelijk dat we onlosmakelijk en onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Elke situatie heeft in die zin twee kanten van een en hetzelfde: mijn persoonlijke indruk en ervaring als zijnde de uitdrukking van totale openheid, het Ene waarvan niets en niemand is uitgesloten.

In mijn ogen is elke situatie en elke ervaring een uitnodiging om daarnaar te kijken en waar mogelijk de emoties en gevoelens die opkomen ‘te laten’, er niet al te veel mee te doen, niet te voeden. Dat verheldert, zowel de patronen, als de eenheid en verbondenheid. Het kan me duidelijk maken dat handelen geboden is. Of afwachten. Of het helemaal laten rusten. En daar kan nu juist meditatie behulpzaam zijn. Het is als een brug tussen realisatie en manifestatie. Onze beoefening biedt een mogelijkheid om in onszelf tegelijkertijd tegenover onszelf plaats te nemen en te zien wat er gaande is. Niet alleen op het kussen maar door de dag heen, in ons alledaagse bestaan, uiteindelijk als zijnde ons alledaagse bestaan. Niet zozeer om een begrijpelijk antwoord te krijgen, maar vooral om zaken die we lastig vinden, toe te laten, om te beseffen: dat is (ook) mijn bestaan, dat ben ik ook. In feite weten we op een of andere manier wel wat ons te doen staat, en de vraag daarbij is steeds, wat hindert mij?