Het is onbeschrijflijk

Want het is niemand gelukt deze Kracht te beschrijven

Het is onnoembaar

Want niemand is deze Kracht vooraf gegaan

In het boeddhisme wordt veelvuldig verwezen naar wat we boeddha-natuur noemen. We vertalen het ook wel als sunyata, wezenskern en wijzen op de varianten in andere culturen: God, Allah, Atman enz. Het zijn namen of begrippen die in de historie op basis van een directe menselijke ervaring zijn gegeven aan ‘iets’ wat ons begripsvermogen te boven gaat. Alle teksten zijn pogingen tot aanduidingen van, letterlijk, het ‘onnoembare’. En toch willen we telkens weer een poging doen. Ook in dit geval, aan de hand van een vroeg Christelijke tekst.

Voor de hele tekst klik hier Het Onnoembare en Onbeschrijflijke – Johannes

(foto: Apocryphon van Johannes)

Woorden doen ertoe. Vraag het diegene aan wie de liefde verklaard wordt, aan hen die worden opgehemeld en hen ons op ons woord geloven en vertrouwen. Maar ook aan diegenen die gepest worden, bedreigd of uitgescholden, aan hen die keer op keer horen hoe weinig waard ze zijn en ongewenst.

Woorden doen ertoe. Waarom anders met elkaar spreken? Boeken en kranten volschrijven en lezen?

Woorden doen ertoe. Waarom anders voeden we op met woorden en gebaren, geven we onderricht, begeleiden en coachen we, luisteren we naar de nieuwslezers? Omdat woorden ertoe doen. Als je ziet en leest wat er rondgaat zijn we getuige van banden die gesmeed worden en verbroken, op basis van woorden.

Waarom ontkennen sprekers van woorden van gif, mits ermee geconfronteerd, zo vaak hun intentie, of zelfs dat ze de woorden hebben gesproken? Impuls. Onnadenkendheid. Een moment van emotie. Hoe dan ook, hebben hier opvoeding en onderwijs tekort geschoten. Heeft het leven zelf, de ontelbare ervaringen dag in, dag uit, hen niets geleerd?

Kwetsen, bedreigen en onwaarheden verspreiden met woorden zijn in de samenleving tot kunst verheven. De kunst van het onvermogen de ander te zien als jezelf, om in de ander jezelf te zien en te zien hoe afhankelijk je van haar of hem bent. Ons gehoor is een krachtig vermogen, wat er binnenkomt bouwt op of breekt af.

Woorden, opkomend en uitgesproken, verdampen ze op hetzelfde moment in het eeuwige Licht van de eeuwigheid. Van klanken naar woorden in een evolutie waarin ze in tal van culturen bijdroegen in de overdracht van generatie op generatie.

Woorden – wat je uitspreekt en de wijze waarop – kunnen bevrijdend werken of gevangenissen scheppen, niet zozeer naar de buitenwereld toe als wel in onszelf, waar die buitenwereld ontstaat en tot leven komt! Daar en alleen daar kunnen we de wereld verduisteren of tot klaarheid brengen. Daar en alleen daar vinden de woorden hun geboorte en laten we verbinding of de onwil daartoe spreken.

Leven is als een jonge plant die vraagt om een vruchtbare grond en water – verbindende woorden zijn als helder, fris water, al het andere is als een gif dat de aarde tot een doods veld maakt.

De werkelijkheid kunnen en mogen we niet ontkennen – de oceaan van liefde, vertrouwen en saamhorigheid kan omslaan in een oceaan van haat, wantrouwen en conflict. Maar wat er ook gaande is, welk veld willen we in onszelf aanplanten? Welke bron aanboren? Welke woorden uitspreken en verspreiden.

Woorden doen ertoe.

Realisatie en het voorleven van die realisatie – die realisatie op een spiritueel pad als Zen is verreikend en alomvattend. De beoefening is daar in het alledaagse leven handen en voeten aan te geven, met andere woorden, het inzicht (van geen-inzicht) vruchtbaar laten zijn.

Realisaties kunnen zijn

  • het hele verleden in een eeuwig fundamenteel open NU heeft plaatsgevonden en dat van die fundamentele openheid
  • niets en niemand ervan zijn uitgesloten
  • alles wat verschijnt in deze natuur of geest fundamenteel open is – al onze ervaringen, gedachten, emoties.
  • dat daarmee alles en iedereen in die openheid bijdraagt aan mijn weg en de weg van ieder ander.
  • dat we daarin bewogen worden en elkaar dragen.
  • dat we in het Licht gewoon mens zijn, met alle zwaktes en sterktes, onze verscheidenheid en kwetsbaarheid.
  • Alles, ieder moment is openbaring van eeuwigheid en betrekkelijkheid. In al ons doen en laten gaat het universum schuil
  • Alles is mij nader dan ik mijzelf
  • Of je achterom kijkt, in het verleden of vooruit naar wat nog komt, weet dat je blik hier en nu die van de ruimte is.
  • Met gassho brengen we bijeen wat nooit gescheiden was.
  • Met wierook tonen we de vergankelijkheid en met de kaars het eeuwige licht.
  • Als je te ver vooruit kijkt of teveel achterom, als je verblind wordt door een last die je met je meedraagt en niet ziet waar je bent – kan de blik van de ruimte zich nooit ontvouwen.
  • De dharma van verwondering – het eeuwige dat zich uitdrukt in het niet duurzame.
  • Vragenderwijs: wat heb je nodig – wat kan ik voor je doen.
  • We dragen de leer van de Boeddha, we belichamen Boeddhanatuur, er is niets en niemand uitgesloten van het sacrale, van deze ongeboren aanwezigheid.

Hoe geven we in ons weerbarstige alledaagse daar handen en voeten aan? Hoe leren we onvoorwaardelijk vertrouwen op niet-weten? Hoe leef je dat voor?

Door

  • de zentraining aan te gaan – meditatie, persoonlijk onderhoud, studie en duiding van teksten
  • het ongeloof dat ons geregeld overvalt te overwinnen
  • discipline en toewijding
  • meer en meer of plotseling de samenhang der dingen diepgaand te ervaren en te zien hoe alles jou draagt en van alles voorziet op je weg
  • uitwisseling met (mede)cursisten in kleine groepen of individueel
  • je pad te realiseren als een door en door fysieke ervaring
  • steeds weer te ervaren hoe verduistering van geest ontstaat
  • onvoorwaardelijk te vertrouwen op niet-weten
  • te zien hoe de wijsheid van de dharma functioneert – alles valt in elkaar, alles is fundamenteel open, de dharma heeft geen bijbedoelingen.
  • je door de dag telkens weer die fundamentele bestaansgrond te herinneren. Drie keer per dag een half uur zazen.
  • gedurende de dag telkens weer tot jezelf te vinden, door vanuit bevangenheid en vooringenomenheid de openheid op te zoeke
  • voor een gesprek of een activiteit weer een moment te nemen en in je lichaam te komen.

In alledaagse praktijk is de beoefening van gelatenheid de grondoefening. Wat opkomt niet voeden. Afleren als praktijk.

Zelfonderzoek is een pijler – je conditionering en patronen leren kennen.

Je onderzoekt het gebruik van woorden – hun vluchtigheid, openheid en hun lading