Aandacht aanwezig zijn, inkeren. Inkeer duidt op jezelf innerlijk ‘verzamelen’ door alles te ‘laten’ wat er opkomt en door puur aanwezig te zijn sensitief te worden voor het mysterie, de eenheid van de Heilige Geest en de daaraan verbonden alomvattende stilte. ‘Gelatenheid’ is niet hetzelfde als onverschilligheid of niets doen. Het is niet ‘iets’ doen. We laten de buitenwereld voor wat die is. Evenals alles wat op komt. Met andere woorden, we doen er ‘niet teveel mee’. We keren steeds weer terug naar ‘hier’, we keren in. Er is aanwezigheid, schouwen, hier zijn (waar we overigens al zijn en altijd al waren) en daarmee als vanzelf bij de handelingen en de dingen zijn, meer nog, in de handelingen en de dingen, waarachtig zijn. De aangeleerde neiging om direct te reageren op prikkels en neigingen ‘laten’ we. We gunnen de zintuigen een vakantie. Niet ik adem, ‘het’ ademt. Gedachten laten we komen en gaan. We staan open voor…ja, wat is het wat zich aan mij voordoet , wat door mij heen gaat, wat is dit zien, dit bewegen, horen, proeven, bewegen, voelen? Dat is de beoefening van gebed en meditatie en het kost tijd, want uiteindelijk is het een je laten veroveren door, een opgaan in het grotere geheel. De sluier valt weg, de mist trekt op, de appel valt van de boom.

Aldus versmelt ‘ik’ in de tijd met het antwoord op de vraag: Wat raakt en bezielt mij?

Grote dankbaarheid overheerst bij het in de herinnering roepen van de workshops, cursussen en retraites in het afgelopen jaar, van de vele samenkomsten, de talloze ontmoetingen en gesprekken, openhartig, emotioneel, soms met tranen, dikwijls met een lach.

De weg die we (samen) gaan, is een uitnodigende en veeleisende. Het is een pad dat ons dieper in het bestaansmysterie leidt en waarop we ontwaken tot het diepe besef dat we dit mysterie met ons eigen leven, dit bestaan zoals het zich hier en nu ieder ogenblik ontvouwt, manifesteren. DIT is het, zonder dat we nu precies weten wat het is. De Weg is dus niet ver, nee ze is onmiddellijk, ze beweegt zich hier, het is wat hier zit en deze woorden leest.

We leven het alomvattende mysterie met ons leven, in dit lichaam en onze vermogens voor en ervaren het daarin als heel concreet. Soms concreter dan we wensen. Het leven is onontkoombaar, het draait er niet om heen. Vluchten kan niet. Het confronteert en is daarbij glashelder, precies wat het is, zoals Maurice Knegtel Sensei placht te zeggen, wat we er ook van maken en ook al willen we het niet altijd onder ogen zien. We hebben geen andere keuze dan het te leven en de uitdaging aan te gaan dit op een oprechte, verantwoordelijke en liefdevolle wijze te doen. Eyes wide open, kijkend met de blik van de ruimte, de eenheid ervaren die we in alle verscheidenheid zijn, en daar naar handelen. Handelen, enkel omwille van het handelen, voortkomend uit en in overeenstemming met de situatie die zich voordoet en die we manifesteren.

Uiteraard lukt ons dat de ene keer beter dan de andere keer. We zijn mens, kwetsbaar, feilbaar, telkens weer. Onze ware ongeboren natuur drukt zich immers in ons uit als sterfelijk wezen, als de ervaring van leven en dood, als succes en falen. Wat we ook van dit leven denken en vinden, de ware natuur in ons zwijgt heeft er geen mening, geen oordeel over. Het drukt zich enkel uit, onophoudelijk, ieder moment en blijft daarmee met eindeloos geduld aan onze deur kloppen en fluisteren: Wees wakker! Zie!

Hoe troostend. We zoeken onze toevlucht tot de Boeddha, we bewegen ons in de kracht, de handpalm van de Boeddha, we zien met diens oog, horen met diens oren. Zo dichtbij is de Weg.

In de novembermidweek (22-27 nov) van 2016 in de abdij St. Willibrord in Doetinchem waaraan 18 ervaren zenbeoefenaren deelnamen, hebben twee studenten een ontwakingservaring beleefd. ”Het moment waarop de kruik barst”, noem ik het. Het is de ervaring van eenwording, samenvallen met jezelf, ontwaken tot je diepste wezen, ervaren wat IS. Gate, gate, paragate, parasamgate, bodhi, svaha (gegaan, gegaan, naar de overzijde gegaan) heet het in het Hart Soetra – een van klassieke soetra waarin de bodhisattva Avalokitesvara ‘de stroom van prajna-paramita’ binnen gaat. De stroom staat voor de eigen eenvuldige aanwezigheid, de alomtegenwoordige geest, het hart, het eigenste der eigene. Wie dit overkomt beseft: ”Dit is het! Het is allemaal hier, deze situatie, dit alles ben ik ten diepste.’

Deze ervaringen doen zich in kleinere of grotere intensiteit voor en overkomen een persoon als de ‘appel rijp’ is. Dat wil zeggen als de weerstand tot een minimum is terug gebracht en men innerlijk bereid is lichaam en geest te laten vallen. De bereidheid daartoe gebeurt in jarenlange beoefening en het moment waarop de vrucht rijp is, komt onverwacht. Het kan overal gebeuren en de trigger kan van alles zijn: een geluid, een woord, een bepaald beeld. In de zenweek in Doetinchem overkwam het de twee deelnemers door het lezen een regel in een boek en het geluid van een bezem. Zo eenvoudig kan het zijn. Een van de twee deelnemers zei: ‘Zo iets kleins opende iets zo iets groots. Ik liep er van over.’

Ik ben er overigens van overtuigd dat veel mensen deze ervaringen meer dan eens beleeft maar er amper bij stil staat of niet weet wat ermee te beginnen. Het is ook niet gebonden aan de beoefening van een spiritueel pad. Maar hoe dan ook, wie het overkomt overziet in een moment van volledige openheid het hele geestelijke landschap. Men kan daar niet in blijven hangen. Uiteindelijk dient men weer af te dalen naar de bewoonde wereld en daar de draad van alledag weer op te pakken. De ervaring laat zijn sporen na in het leven en hoe men daar in staat. Maar uiteindelijk rest enkel datgene wat het volgende moment te doen staat. De twee deelnemers zullen deze diepgaande ervaring geleidelijk in hun leven integreren, de draad ervan weer oppakken en hun beoefening voortzetten.