Zen is een weg van bevrijding, verlossing. Bevrijding waarvan? Van het idee dat er een ik, een zelf is. Wie of wat is het die dit leest? Er is geen middelaar in de vorm of persoon van een ‘ik’. Er is enkel het zien, horen, proven, aanraken, het pure ervaren als manifestatie van dit ogenblik, de beweging van de geest in harmonie met alles en iedereen. Zodra we er een ‘ik’ aan verbinden ontstaat de duale kijk tussen een ‘zelf’ en de omgeving.

Echter, elke situatie is ten volle ongeboren aanwezigheid, heelheid, tegenwoordigheid van geest. We zien dit niet zo omdat we uitgaan van een vanzelfsprekend bestaand ‘ik’ dat wil controleren, wil hebben, wil weten, dat bevrediging, prestaties, bezit. Het ‘ik’ wil altijd iets, is niet tevreden met dit ogenblik maar zoekt naar iets achter de horizon, de vervulling van een droom, een wens, verlangen. Dit gewone, alledaagse, saaie, veeleisende en vaak pijnlijke bestaan kan volgens het ‘ik’ onmogelijk de zin van het leven bevatten noch manifestatie zijn van die zin. Het levensdoel, bijvoorbeeld vrijheid of rijkdom zitten in iets anders, het moet beantwoorden aan wat we ons ervan voorstellen en wat we willen. Bovendien, wat we najagen moeten we kunnen begrijpen, kunnen definieren en kunnen bezitten. En wat ons in de weg zit moeten we uit de weg kunnen ruimen. Die hardnekkige kijk en vooronderstelling is de belemmering die we opwerpen om het totaal van dit ogenblik te kunnen ervaren. De bizarre paradox is dat het juist om opgave van ‘ik’ vraagt om die totaliteit, het absolute nul-punt, te ervaren, de ware natuur van het bewustzijn dat het ‘ik’ voortbrengt.

Het gaat er niet om het ”ik” op te heffen. Het gaat er om te zien wat de ware aard is van wat we ervaren – ons denken, dit lichaam, alle zintuigen, alle verschijnselen en alle levende wezens. Als we dit nauwkeurig bestuderen, als we de totaliteit van aanwezigheid is ervaren, zien we met de oorspronkelijke klaarheid van onze blik dat dit leven of bestaan in zijn pure verschijningsvorm leegte is. Het heeft geen substantie, het bestaan is een holle ruimte, een oceaan waarin alles en iedereen een plaats heeft, een overvloed aan leven dat ons elk moment toevalt. Het is overweldigend, voor een mens teveel om aan te kunnen, teveel om te kunnen begrijpen. Dit bestaan, deze oceaan van oneindigheid en alomvattendheid is in de kern wat we Boeddhanatuur of God noemen. In de sutra’s wordt het omschreven als Juweel, Diamant.

Zodra we de onjuistheid van (de gehechtheid aan) een vast ik-concept kunnen doorzien en laten vallen, ervaren we dat mijn leven alle leven omvat. Het is geen persoonlijk bezit, kan niet gekocht of verkocht worden. Dit Juweel van het bestaan is pure ervaring. Vanuit die ervaring als grenzeloze context kunnen we het fenomeen ‘ik’ in vrijheid gebruiken en leven. Met alle pijn en verdriet, vreugde en blijdschap, ongemak en gemak. Met onze neus die ruikt, oren die horen, ogen die zien. Vanuit het diepe besef (niet-weten) wat we in werkelijkheid zijn, ervaren we een diepe onverbrekelijke verbondenheid. Aanwezigheid, deze situatie is immers grenzeloos, peilloos diep, oneindig, we weten niet waar een situatie begint of eindigt, we weten niet waar het bestaan begint of eindigt, waar ‘ik’ begin of eindig. Om die oneindigheid, dit Juweel in alles te bekrachtigen rest me het leven te leven, aanwezigheid voor te leven. Daarin, en alleen daarin, ligt bevrijding. Vrijheid reist met ons en openbaart zich enkel in het besef van een diepe verbondenheid met alles en iedereen.

Zen is luisteren. Naar wat? Naar de werkelijkheid. Maar wat is die werkelijkheid? Geen idee maar het manifesteert zich in wat zich hier en nu, dit moment voordoet in vele verschijningen en beelden, geluiden, gevoelens, emoties en gedachten. Het zijn aspecten van een werkelijkheid met een eigen taal, dat is waarnaar we luisteren. Met de oren aan mijn lichaam, maar vooral met de oren van die werkelijkheid zelf, de oren van de ruimte waarin alles zich voordoet.

Daartoe is het zitten, de contemplatie van belang. Dit helpt mij om ‘te verzaken’, het hart te reinigen. Het zijn niet de verschijnselen en beelden, de gevoelens en emoties die mij hinderen de werkelijkheid als werkelijkheid te ervaren, het is de bevangenheid met mezelf, met wat IK zie, IK wil, Ik wil weten, Ik wil hebben, IK wil doen. Ik ben zelf de grootste belemmering. Het zitten, verheldert die bevangenheid, zodra ik wat mij bevangt kan ‘laten’.  Daarmee ‘laat’ ik mijzelf. Want wat mij bevangt, daarmee identificeer ik me. Zitten en laten geeft niet mezelf maar de werkelijkheid de ruimte terug die ik met mezelf in nam. Ikzelf doe een stapje terug ten behoeve van de werkelijkheid die zich op zich moment, bevrijd van mij, aldus vrijelijk kan ontvouwen.

Dat stapje terug toont uiteindelijk geen andere werkelijkheid dan die waarin ik in de situatie van alledag functioneer. Nee, het plaatst die werkelijkheid in een ander, het eigenste licht. Het laat alles spreken vanuit zichzelf, niet gehinderd door de tussenkomst of ingekleurd door mijn idee, mijn gevoel en mijn emotie. Alle wezens en dingen kunnen zich tonen als geheel, het geheel waarvan mijn ‘ik’ getuige is en waarin ik me beweeg. Ik sta niet los van wat ik waarneem, ik ben de situatie die er op dit moment is. Hier is alles en hier wordt alles en het voltrekt zich aan jou en mij maar ook aan de koffiekop, de boom in de tuin, de vogel in de lucht, het vuil op straat, het water uit de kraan. Het voltrekt zich hier en het in het totale universum.

De waarde van zen is dat het mij iets aanreikt wat mij helpt mijzelf en dit leven te onderzoeken, er in af te dalen en uiteindelijk de dingen voor zich te laten spreken. Een levenswijze die mij terugbrengt naar de directe ervaring van leven zelf, naar de kwestie van leven en dood en, ja, uiteindelijk voorbij deze kwestie, een wedergeboorte die we kennen als, hoe wrang, de grote dood. Het ‘ik’ teruggekeerd in de functie die overeenkomt met de eigen natuur.

De zentraining is er een van verdieping, bewogen worden tot inspanning en van laten, van jezelf vergeten, voorbij jezelf leren kijken,  en vanuit de ervaring terug in de ervaring van het alledaags je  verantwoordelijkheid als mens ten opzichte van de ander en al het andere steeds helderder gaan zien. En daarin bewogen worden tot handelen.

Het thema van de retraitemidweek die ik van 21-26 november 2017 in de abdij in Doetinchem mocht begeleiden had als thema Hart van Zen. Dit Hart, deze tegenwoordigheid van geest als de onmiddellijkheid der schepping.

Het is daar waar de verticale en horizontale balk van Christelijk kruis op wijst, daar waar ze elkaar kruisen zijn we, de Schepping, dat zijn wij, ieder ogenblik weer. Daar staan we in het relatieve en in de tijdsbeleving (de horizontale balk) en tegelijkertijd in het eeuwige in de verticale balk. Universum, bergen, oceanen en sterren zijn dat kruispunt, het Hart van Zen, niet iets uitgezonderd. Soms ervaren we even een stukje universum, vaker het relatieve en tijdsbesef van de ontmoeting, de taken die gedaan worden, het eten maken, schoonmaken enzovoort. Maar altijd is daar de eeuwigheid, de kosmos onder elke activiteit en in ons denken.

Deze onmiddellijkheid der dingen werd verwoord door de Benedictijnermonniken op de derde dag van de retraite in de beurtzang van Psalm 139. Gij zijt mij nader dan ik mijzelf. Gij weet van mijn zitten mijn staan. Wat je ervaart is overvloed, pure overvloed, de Gaven Gods, te veel, te immens, in één enkelvoudig, onverdeeld en eeuwig durend ogenblik. Meer dan een mens kan bevatten en aan kan.

Die onmiddellijk van de eeuwigheid voltrekt zich aan ons, het is geen bewuste daad van onszelf, we deinen, bewegen mee in het geweld en de bries van de wind der geest. Meditatie maakt de geest voor deze bewegingsmogelijkheid rijp, flexibel genoeg, door leren ‘niet-doen’, niet ingrijpen, niet voeden, alles wat opkomt laten. Laten en doorlatend worden.

Zo kunnen we ervaren hoe we met elke stap het complete universum, ja, met elke twinkel van het oog, overbruggen. Wat ons toevalt in elk moment is overweldigend en dat diepe besef, die ervaring aan den lijve maakt me sprakeloos en emotioneel. Met alles en iedereen tezamen vormen we in deze oneindigheid het Hart van Zen. Hierin ligt ook een grote pijn, vanwege het gegeven dat dit wonder zich voltrekt aan eenieder en aan alle dingen maar dat niet ieder dat aldus ervaart.

Dit wordt bedoeld met de Lichtschat van de Dharma, de holle ruimte waarin alles oneindig tot volle expressie komt, in de meditatie en in het alledaagse leven, ook als we zijn opgeslokt door ons werk, een gesprek, een klus, achter het stuur, in de winkel. Overal en altijd.

Mijn eigen training begon in 1998 bij Nico Tydeman. Ik had hem daarvoor al eens ontmoet, in 1983. Begin jaren ’80 las ik over een zenleraar (Genpo Sensei) uit de VS die naar het scheen in de Bijlmer les gaf. In mijn zoektocht kwam ik uiteindelijk uit bij een van Genpo’s leerlingen, Nico Tydeman bij wie ik enkele avonden in de Kosmos in Amsterdam zazen volgde. Maar die training kwam te vroeg. De eerstvolgende keer dat we elkaar weer zagen was 15 jaar later. Begin 1998 volgde ik een zenweekend bij Jeroen Witkam, Trappist, abt en zenleraar in Zundert. De week daarop ging ik naar het Zen Centrum Amsterdam in Amsterdam Oost. Ik betaalde Meindert van den Heuvel (die in 2013 transmissie ontving) die aan de ontvangst zat gelijk voor een heel jaar, als stok achter de deur. Zeven jaar reed ik op dinsdagavond naar Amsterdam, in drie daarvan tevens als bestuurslid, secretaris. Daar ontmoette ik ook Maurice, we kwamen elkaar nagenoeg elke zenavond tegen. Een jaar na zijn eigen transmissie in 2009 vroeg ik Maurice of ik bij hem shokenstudent kon zijn. Nico en Maurice stemden in. Door de band met Maurice als leraar vond er een geleidelijke maar onmiskenbare en, ik denk ook, onvermijdelijke versmelting plaats. De cursisten in Lelystad gingen in 2013 officieel tot de Zen Cirkel van Izen behoren.

In 2005 had zenleraar Nico Tydeman al ingestemd met een zengroep in Lelystad. Nico’s ideaal was een ‘zendo op iedere hoek van de straat’ en hij propageerde enthousiast en met nadruk de start hiervan door mensen die er minimaal 6-7 jaar training op hadden zitten. Vanuit een bij mezelf moeilijk te duiden drijfveer en het vertrouwen dat Nico me gaf, begon ik destijds de begeleiding. Eén groep startte in 2006 op de maandagavond (tegenwoordig de dinsdagavond, frequentie: wekelijks) en kort daarna een op de woensdagavond (frequentie: elke 2 of  3 weken). In 2007 kwam daar de begeleiding van midweken en weekenden in de Slangenburg, de Benedictijnerabdij in Doetinchem bij. Dit op verzoek van wijlen pater Gerard Helwig die had gestudeerd bij de Duitse Jezuiet en zenleraar Hugo Lasalle en met wie ik al maandelijks  de teksten van Ruusbroec bestudeerde, iets wat we tot kort voor zijn dood in april 2013 zijn blijven doen.

De band met en werkzaamheid van Maurice als leraar en geestelijk leider is in dit alles wezenlijk, onmisbaar. Hij is beschikbaar, begeleidt, trekt en duwt, is vasthoudend en meegaand. Hij stimuleert studenten kritisch te blijven en de eigen verantwoordelijk goed in het oog te houden. De leraar belichaamt de traditie, manifesteert de levende Boeddha en spiegelt en leeft daarmee voor wat zich in wezen in ons allen en alles uitdrukt.

Maurice is eens per maand op een avond of middag sparringpartner en supervisor. We vertellen bij die gelegenheid vanuit de eigen ervaring en Maurice gaat in op de dilemma’s en kwesties die ter tafel komen. Het behoort voor mij tot de meest ingrijpende en dankbare ervaringen om op een zo open wijze van student/monnik tot zenleraar, van mens tot mens, Boeddha tot Boeddha, ieder vanuit de eigen ervaring en situatie maar in het besef van de ene aanwezigheid, met elkaar omgang te hebben.

Maurice leidt sinds enkele jaren in voor- en najaar een workshop in Lelystad waaraan leerlingen uit Lelystad en vanuit het land deelnemen. De essentie waarin het bij Izen en de Zen Cirkels gaat en draait is het eigen leven als zenpad te ervaren en te onderhouden. Het is mooi te zien hoe studenten uit de Zen Cirkel in hun leven en werk zelf en op geheel eigen wijze op meditatie en innerlijke verdieping gerichte initiatieven nemen.

Sinds 2006 mag ik stilteretraites in het Stiltecentrum van de abdij in Doetinchem begeleiden, zo’n 4-5 per jaar. Ze zijn in weekenden van vrijdagavond 18.00 uur tot zondagmiddag 15.30 uur en in midweken van dinsdagavond tot zondag. Ze kennen een programma waarin zenmeditatie en kapeldiensten van de monniken zijn verweven. Het is een vast stramien dat qua schema ‘s ochtends om 05.45 uur begint en om 20.45 eindigt. Van de gemiddeld 18 deelnemers is 60-70% vaker in Doetinchem geweest en 30-40% nieuwkomer.

De omgeving is bosrijk. Het Stiltecentrum is volledig ingericht op het beoefenen van stilte en de innerlijke verdieping. De voor Europa unieke zenzolder kent verschillende meditatieruimtes en een Japanse rotstuin. De sessies bieden gelegenheid tot persoonlijk onderhoud en dagelijks in de ochtend een teisho. Voor enkele deelnemers van christelijke huize is zenmeditatie in Doetinchem een heilzame weg om met knelpunten in de eigen geloofsbeleving in het reine te komen. We zeggen altijd: Er is geen noodzaak de christelijke traditie te verlaten. Zen biedt hen echter ruimte en richting. Het is minder complex, meer transparant en uiteindelijk in de beleving van deelnemers helend. De rituelen (zazen, buigen, sutra, onderhoud, teisho) bieden de gelegenheid aldus de eigen spiritualiteit te ontdekken en binnen te gaan in de essentie van zen cq het Koninkrijk Gods. In Doetinchem heeft zich door de jaren heen ook een groep deelnemers ontwikkeld die in de sessies geregeld terugkomt en meer begeleiding wil. Twee studenten, Heleen en Luc, hebben in december 2015 bij Maurice Jukai gedaan. Met hen en andere studenten spreek ik geregeld af, bij mij thuis, elders in het land of we zien en spreken elkaar tijdens de sessies in Doetinchem en/of workshops in Lelystad.

De natuurlijke eenheid ervaren, vraagt om innerlijke verstilling, alle geluid en prikkels, emoties, gevoelens en gedachten te kunnen laten voor wat ze zijn. In de meditatie kan het troebele water van onze onrustige geest weer verhelderen. Die transformatie wordt mogelijk als we afleren om ons steeds weer te laten meeslepen door prikkels van buiten die vooral verstrooiend werken. Dat is de oefening van de meditatie – afleren iets te doen, de geest niet te vertroebelen of te verduisteren en daardoor steeds meer open te staan voor de situatie van het eigen bestaan in dit moment. En het volgende moment. Ons alledaagse leven leiden is de verstilling van het mysterie beleven.

Ons leven blijkt zich niet gisteren of morgen af te spelen maar altijd in NU, dit ogenblik. Dit heeft een bevrijdend effect op de eigen beleving en daarmee op het gezamenlijk beleven van dat bestaan – het samen leven. Het denken in onderlinge tegenstellingen maakt meer en meer plaats voor de oorspronkelijke en natuurlijke verbondenheid. Ieder mens is weliswaar uniek maar tevens onlosmakelijk met de ander en de omgeving verbonden. Alles en iedereen blijkt bij te dragen aan onze levensweg. We dragen daarmee de zorg voor elkaar, een grote verantwoordelijkheid, immers al ons denken en doen heeft effect op onze omgeving.

Deelname aan meditatie gebeurt vrijwillig. De inzet vanuit het eigen verlangen en toewijding zijn namelijk bepalend. Het gaat in essentie niet om succes of prestatie. En evenmin om begrijpen. Het gaat om bevrijden, innerlijke bevrijding en het innerlijke besef (niet-weten)– dit is mijn bestaan waarin niets en niemand van kan worden uitgesloten, hier draag ik de zorg voor.

Zen gaat niet ‘’ergens over’’. Het is onze alledaagse leven als zijnde weg van de Boeddha, de uitdrukking van onze natuur, en alles en iedereen daarbij inbegrepen als zijnde vrijheid, wijsheid en genade. Dat is de weg van de bodhisattva. Bodhisattva’s leven uitsluitend voor anderen. Wat in me boven kwam is de uitspraak van Albert Schweitzer: leven is leven dat temidden van leven wil leven. De laatste woorden van het Hart Soetra: gate gate parasamgate, hebben daar evenzeer betrekking op Gegaan, gegaan, naar de overzijde gegaan. De geest transformeert in zichzelf, ervaart zichzelf als ware natuur als Boeddha-mind, Dharma, Sangha. Boeddha zoekt Boeddha en realiseert uiteindelijk zichzelf, bevrijdt zichzelf van de ketens van de eigenwaan van het denkende ik. Het ego beseft dat het niet losstaat van Boeddha-mind maar er uitdrukking van is. Een functie. Het leven van alledag IS de Weg, in elke handeling, in vallen en opstaan, onbegrensd, peilloos, heden, verleden en toekomst zijn nergens anders dan hier. En wat we doen en denken is ingegeven door de situatie die niets en niemand uitsluit. We leven de situatie, zijn getuigen, hoeders van deze aarde en mede verantwoordelijk voor het welzijn van de ander.

Alle momenten zijn in potentie momenten van leren, sterker nog, van afleren, van het openbreken van het ego zodat de wijsheid van het leven kan binnenstromen. Tenminste als we daartoe bereid zijn, als we daar aan toe zijn. Je kan je ook blijven vasthouden aan eigen concepten, ideeën, vooronderstellingen en het leven als het ware buiten jezelf houden. Zo leven we vaak, het leven buitensluitend, leven in onderscheid tussen binnen en  buiten. Zo worden we ook opgevoed en geschoold, helaas. Natuurlijk hebben we kennis van onszelf en onze omgeving nodig om te kunnen overleven. Maar dat is niet het hele verhaal.

Waarmee we onvoldoende of niet opgroeien is de dimensie van verbindende heelheid en eenheid, onze geest, de ‘mind’ oftewel shin, het hart zoals het wordt aangeduid in het oosten. Die mind is wijsheid, daarin zijn leven en dood thuis, het is de schatkamer, Boeddhanatuur, het Pure Land waarvan alles en iedereen de expressie is.
Een kopje thee en de geur, een bloem en een glimlach, de sterren en de maand, het lopen en zitten, geeuwen en praten, lachen en huilen, het is allemaal uiting van de onbegrensde, peilloos diepe wijsheid van dit bestaan. Alles spreekt derhalve ook tot ons, van het beeld van een vallend blad van een boom, tot het geluid van auto’s en vogels, van de wind die waait, het tikken van het werk op deze laptop en het geluid van radiomuziek. Alles is DIT en DIT is de geest, de onmiddellijke ervaring, deze ervaring van onmiddellijkheid en aanwezigheid waarin alle dingen, alle verschijnselen naamloos zijn. Hier komt geen tussenpersoon aan te pas, geen bemiddelaar, alles is direct, zonder tussenkomst, de leegte en volheid van de geest. Deze directheid is in alles wat we doen, zeggen, denken.

Maar het is onze starre gewoonte om alles wat vorm heeft namen en eigenschappen toe te dichten die een kloof schept tussen onszelf en de omgeving, die ons belemmert de onmiddellijkheid van de eenheid te ervaren. Door die neiging – lichaam en geest – een ogenblik te laten vallen en onbevangen te zijn, zonder ‘ik-besef’, ontvouwt zich de complete werkelijkheid in één keer. Onze blik, al onze zintuigen blijken verenigd met alles en iedereen. Het hart is niet versplinterd zoals we soms denken en voelen, maar is onverminderd en onverbrekelijk één. We zijn één immens lichaam. Het lichaam, het Koninkrijk Gods, Boeddhanatuur.

Met de zomer en de traditionele pauze van de zencursussen in het verschiet, wil ik alle deelnemers voor hun aanwezigheid, deelname en inzet hartelijk danken.

Graag wil ik de aanleiding nemen om kort in te gaan op de begeleiding van de groep cursisten die zich sinds 2006 in en vanuit de abdij Doetinchem heeft gevormd. Het gaat om zo’n vijftien personen van wie ik een aantal cursisten door het jaar ook elders ontmoet, bij mij thuis of anderszins. Een aantal is officieel student geworden, enkele hebben bij Maurice Knegtel Sensei jukai gedaan, de ceremonie waarin men zich bekent tot de 16 boeddhistische voornemens. Het is goed om in het kader van de zenstudie deze begeleidingsvorm eens kort te belichten.

In Lelystad zie en spreek ik cursisten van twee groepen, de ene groep wekelijks , de andere 2- of 3 wekelijks. De frequentie is daarmee tamelijk gelijkmatig. In beide groepen lezen we teksten, we hebben uitwisseling, we hebben gesprekken en we hebben meditatie, allen middelen ter wekking van onze oorspronkelijke aanwezigheid, de verheldering van het inzicht daarin en de uitwerking daarvan in dit leven als zenpad.

Bij de cursistengroep ‘Doetinchem’ is de frequentie waarin we elkaar zien en spreken minder hoog. Een aantal zie ik twee, drie keer per jaar in Doetinchem, sommigen tussendoor ook bij andere gelegenheden, bijvoorbeeld tijdens de halfjaarlijkse workshops met Maurice Knegtel Sensei, mijn leraar of een workshop bij de zengroep in Zeist of in Hengelo.

De meeste van mijn cursistengroep ken ik inmiddels zo’n 7-10 jaar. Een aantal van hen bezoek ik zelf een of twee keer per jaar thuis, met anderen mail ik geregeld, sommigen telefoneren op gezette tijden en met anderen maak ik afspraken elders in het land. Dat is dus een totaal andere situatie en frequentie dan een wekelijkse cursusavond of, het leven in een zenklooster. Tijdens het laatste zenweekend in Doetinchem, 12-14 mei jl hebben we met vijf van hen samen kunnen uitwisselen over hun ervaringen en vragen.

Het geeft weer hoe zenbegeleiders in het westen blijvend zoeken naar mogelijkheden voor begeleiding van hen die zich buiten een klooster of een reguliere zengroep toch tot zen willen rihten. Het is zoeken naar wegen die recht doen aan enerzijds de westerse setting én anderzijds aan waar zen zelf voor staat. Aan dat laatste kan niet getornd worden, het betreft immers de kern – het wezen en de uitwerking daarvan in en als ons eigen bestaan zoals we het ervaren en de eeuwenoude traditie van overdracht van begeleider/leraar op student. Zen is derhalve gebaat bij een goed en serieus contact tussen begeleider/leraar en cursist, bij toewijding en discipline.

In de cursist wordt aldus een verloren gewaande herinnering gewekt, de herinnering aan het oorspronkelijke, aan dat zich iets in ons en in alles uitdrukt waarin we één zijn en dat we kunnen benoemen noch begrijpen. In het samen op weg gaan komen het verlangen van de cursist naar de realisatie en de beschikbaarheid van de leraar samen. De activiteit van een begeleider is als van een vroedvrouw, zo vergeleek Socrates het. Socrates hielp mensen tot waarheid komen door hen te laten zien dat in feite misvattingen, idealen en oordelen het zicht op waarheid vertroebelen. Het pellen van een ui. Jarenlang zoeken we naar wat in feite onder onze neus gaande is en zich in alles uitdrukt.

Leven is in de spirituele context geen kwestie van ‘ik doe wat ik wil’. In spiritualiteit staat het zoeken via de innerlijke weg centraal, het zich geleidelijk en uiteindelijk openen, zelf de Bron ervaren en als zijnde manifestatie en drager van die bron daaruit gaan leven en er in de praktijk uitdrukking aan geven. Er is een kracht die leven en dood in zich draagt en die de roep tot leven en ontplooiing bij ieder van ons neerlegt. Het is niet vrijblijvend. Het is zaak te ontdekken wat ons te doen staat, de betekenis en zin ervan te achterhalen en voor te leven. De zin en betekenis die volledig zit in elke handeling en gedachte omwille van de handeling en gedachte als uitvloeisel van de situatie die wordt gegeven en nooit hetzelfde is. De situatie waarin alles en iedereen inwerkt op alles en iedereen.