Twee jaar duurde de renovatie en de uitbreiding van het Stiltecentrum Bethlehem van de Benedictijner abdij in Doetinchem, dat in die tijd ook een naamsverandering onderging: Abdijhoeve. In december jl werd de afronding gemarkeerd met de plaatsing in een voormalige schuurdeur van een bijzonder glas-in-lood raam. Abt Henry Vesseur vertelt erover: ‘Er is het nodige aan denk- en tekenwerk aan vooraf gegaan. Het eindresultaat zou je kunnen samenvatten met: de schepping van de wereld. Het Bijbelse verhaal van de schepping uit Genesis, hoofdstuk 2 past hier heel goed bij: “De Heer God liet uit de  grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten; daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad.” Als ik naar het raam kijk zie ik drie dimensies: de aarde, boven de aarde en de lucht. De boom staat  geworteld in de grond waarin ook allerlei zaad ontkiemt. Daarboven groeien bloemen en planten en de blauwe lucht completeert het geheel.  Tussen aarde en hemel zijn verschillende jakobsladders opgericht die de verbinding van natuur en bovennatuur symboliseren. In de Regel van Benedictus neemt de ladder van de nederigheid een belangrijke plaats in: de monnik klimt op naar de top van de volmaakte liefde door af te dalen in deemoed en zich te verzoenen met zijn menselijke broosheid. Net als de boom moeten wij geaard zijn: geworteld staan in onze menselijkheid,
maar met onze kruin in de hemel staan: verbonden met de Eeuwige. In die zin straalt het raam ook eenheid uit.’

Marina Poussart was al die jaren nauw betrokken bij ontwerp en vervaardiging van het raam. Zij stuurde deze informatie erover toe: ‘Het raam is ontworpen en gemaakt door Atelier Ruiten uit Sittard-Geleen. Glazenier Harrie Ruiten en een aantal van zijn leerlingen (Jean Colen, Rob Koenders, Marina Poussart Cor Kremers en Brigitte Thielen) hebben er tweeënhalf jaar aan gewerkt. Het raam vertelt meerdere verhalen. Genesis is er in te vinden maar ook de Jacobsladder. De levensboom kun je ook zien als een labyrint van een eindeloze lijn. De kijker kan zijn eigen verhaal zoeken of maken.

Het hart van het raam is ‘gefused’. Een techniek waarbij kleine stukjes gekleurd glas op het glas gesmolten worden. Een deel van het glas is bewerkt met grisaille waardoor de structuur van het reliëfglas benadrukt wordt en het gekleurde glas een dimensie extra krijgt door de schilderachtige lijnen. Naast het grote raam hangt een kleiner glas in lood object. Een Sedes Sapientiae, zoals er op meerdere plekken in het klooster te vinden is, in een ontwerp van Jean Colen. De drie cirkels symboliseren Maria, het Jezuskind en de wereldbol.’

De boom bevat in het centrum enkele spirituele regels. Voor een ervan werd Ben Sensei aangezocht. Zijn gedachte in het raamwerk is: Van de eeuwige Bron is niets en niemand uitgesloten. Na 15 jaar begeleiding van retraites in de abdij leidde hij in november jl de laatste retraite.

Het leven is één grote paradox – als we denken dat we alles hebben verworven in ons wereldse leven blijkt het op zeker moment toch niet alles te zijn, niet dat wat we werkelijk zoeken. En als we alles kunnen laten gaan, voorbij al die verworvenheden kunnen kijken, valt ons de werkelijke rijkdom tegemoet. En openen zich deuren die we zelf gesloten hielden – door onze vooringenomenheid, eigenzinnigheid, angst, weerstand enz. Als we die deuren (van het hart) kunnen openen ervaren we dat op alles een nieuw Licht valt, letterlijk.

In jezelf kunnen kijken, vraagt heel veel. En kost tijd. En als we werkelijk heel goed kunnen kijken, kunnen we een glimp opvangen van wat ons werkelijk beweegt en dat het die kracht is die ons laat zoeken. Daarom zeggen we ook: Boeddha zoekt Boeddha. Die kracht (of bron, Licht, geest – of hart) is alles wat er is en wil herkend, ervaren, erkend en geleefd worden.

We zijn schepping van het Licht. Al onze emoties, gevoelens en gedachten zijn bewegingen van Licht, van energie. Het Licht zelf doet niets anders dan scheppen en aanwezig zijn. Het heeft geen oordeel, geen mening, geen tijd, geen ruimte. Het IS en vindt een expressie in een wereld die ieder moment lijkt te veranderen. Het is de verbindende kracht. We zijn van niets en niemand gescheiden. In de geest verschijnt het totale universum en hoewel de diversiteit daarin immens is, is alles tegelijkertijd één. We kunnen er nooit buiten vallen, het is wat we zijn!

Terwijl we opgroeien verliezen we er echter alle zicht erop. Ja, we bedenken zelfs de meest bizarre spinsels waarin we uitgaan van een almacht die we na onze dood zullen ontmoeten, en we noemen dat religie of filosofie. Terwijl het zich HIER EN NU ontvouwt, elk moment, eindeloos, in ons, door ons, met ons. We staan in  het levend water terwijl we onze dorst willen lessen. Deze woorden lezend – dat is het Berry, niets meer en niets minder. En als je op staat, koffie zet, de planten water geeft, gaat zitten en nadenkt. Dat is het!

Dat altijd aanwezige kloppend universeel hart wacht met eindeloos, eeuwig geduld op ons mensen om te worden herinnerd en te worden toegelaten. Hoe ironisch – het Licht wat ons schept, ons laat bewegen, ademen, denken, lopen, voelen, spreken en horen biedt ons daartoe ieder moment alle kans.

Waar het op aan komt, is dat je trouw aan het Licht, je hart (shin – Japans) kunt blijven. Het Licht leidt je doorheen goede en slechte tijden. Spirituele training omvat leren luisteren met heel je wezen, oprecht zijn, er naar leren handelen, je kunnen afstemmen op wat gaande is, aanwezig zijn. Telkens weer. Dat heet: je hart louteren (zuiveren). Zuiveren van de bezoedeling van je geest cq hart. Want we drijven telkens weer af – de spirituele beoefening is: we merken het op, halen diep adem, keren terug in de situatie en we nemen de volgende stap.

Langs deze weg wil ik alle cursisten en relaties danken voor het contact en de ontmoetingen dit jaar – live of online. Het was een meer dan opmerkelijk jaar, een jaar voor de geschiedenisboeken. Een verre van gemakkelijk jaar voor velen – voor hen die hun naasten en geliefden getroffen zagen door corona en in het meest ernstige geval hun dierbare verloren en daarbij dikwijls alleen op afstand afscheid konden nemen. Voor hen die in de zorgverlening vooraan staan om ouderen en patiënten te verzorgen en te ondersteunen en zij die werkten aan de coronatesten en preventie. Vergeet niet de velen die in supermarkten en andere plaatsen de samenleving bleven voorzien van het noodzakelijke. Voor hen die in meer of mindere mate in hun levensonderhoud werden geraakt. De vele jongeren die werden getroffen in hun relaties, studie, sport en bijbaan en kampten met een leven in isolatie. Denk aan de enorme ommezwaai in het onderwijs van fysiek naar online leren. Ouders van wie zoveel werd gevraagd in het combineren van (thuis)werk en de begeleiding van hun kinderen in online leren. De overheid die alle zeilen moest bijzetten om het schip van de samenleving enigszins op koers te houden.

Velen hadden het mentaal zwaar. Wat de gevolgen zullen zijn van een lange tijd zich houden aan, toch tegen de natuur in, druisende regels zoals afstand houden – geen hand, hug of kus geven, geliefden lange tijd niet kunnen zien – zullen we moeten afwachten. Het leven toonde zich dikwijls ongepolijst in alle karakteristieken die onder ‘normale’ omstandigheden zo gemakkelijk in het geruis en de prikkels van alledag verdwijnen. Zoals het feit dat we met dit bestaan allen in het zelfde staan. De onverbrekelijke en wederzijdse afhankelijkheid van elkaar. De onvermijdelijke eis van wendbaarheid en veerkracht die het leven van ons vraagt. En met name het gegeven dat onze controle op de gang der zaken gering is. We kunnen het leven en wat zich afspeelt naar eigen goeddunken kleur en betekenis geven, maar wat het volgende moment dat op ons afkomt ons biedt, hebben we niet in de hand.

Te midden van alle vreugde en verdriet, is het besef van eenheid en de wijze waarop de ene natuur een unieke expressie vindt in alles en iedereen, als beleving onmisbaar om alles op en naar waarde te schatten. Te midden van dit alles roept het leven ons telkens weer wakker uit onze mijmeringen, onzekerheid en twijfel om met ons handelen en ons denken naar vermogen het bestaan en al wat zich daarin bevindt, te dienen. Daar, precies op de plek waar we zijn, waar ons pad is en de Weg zich openbaart, hebben we het te doen. Laten we dat als blijvende oefening telkens opnieuw voor ogen houden, ook in 2021.

Voor jullie, je naasten en voor al met wie we verbonden zijn,

alle goeds voor 2021, Ben Sensei

(foto: Lin)

In 2021 organiseert Ensō – Zen Circle o.l.v Ben Sensei twee eigen sesshins (voorjaar & najaar) van elk drie dagen in de Hooischuur, het nieuwe gedeelte van de Abdijhoeve, met name bedoeld voor eigen cursisten en studenten. Het maximum aantal deelnemers is 12.

  • Voorjaarsesshin – donderdagmiddag 6 mei – zondagmiddag 9 mei 2021
  • Najaarsesshin– donderdagmiddag 30 september – zondagmiddag 3 oktober 2021

Kosten pp € 355,00 all-in.

Meld je tijdig aan, uiterlijk 9 weken voor de retraite, dit i.v.m. met aangepaste regels van de Abdijhoeve die met ingang van 2021 gelden voor reserveringen door externe groepen. Je dient de helft van de kosten bij inschrijving te voldoen en de rest uiterlijk 9 weken voor het begin van de sesshin op IBAN nummer NL87 INGB 0001 8696 81 t.n.v. B. Claessens o.v.v. Naam + Sesshin voorjaar of najaar.

Voor de voorjaarsretraite 2021 gelden i.v.m. corona vooralsnog speciale voorzorgsmaatregelen en zendo-indeling.

Voor alle informatie en aanmeldingsmogelijkheid zie de website.

‘We moeten mee, we hebben geen keus’. Je hoort het nogal eens. Dat is een begrijpelijke maar beperkte wijze van naar het leven kijken. Er is een andere mogelijkheid, namelijk: Ik wíl mee, ik zeg ‘ja’, hoe uitdagend, moeilijk of onmogelijk de situaties en omstandigheden ook zijn. Zo’n omslag in de wijze van kijken betekent tot wasdom komen, vol-wassen worden, zoals de maan van een sikkel tot volle wasdom groeit. Menswording. Het leven zelf ís namelijk geen keuze, het is gegeven.

Tot wasdom komen in die zin heeft weinig te maken met succes of prestaties, hoewel het leven deze aspecten niet bij voorbaat uitsluit. Maar het heeft meer te maken met jezelf ‘op het spoor’ komen, in je eigen levensspoor komen, zoveel mogelijk van jezelf zien en leren kennen, heel worden als mens. Het betekent gaan zien dat je gaat zien dat wat je doet effect heeft op de omgeving, dichtbij en verder weg en dat je daarmee verantwoordelijk bent voor wat je doet en denkt.

‘Mens worden’ verwijst naar: op dat vlak heel worden, volgroeien. Het betekent de vermogens die we tot onze beschikking hebben wekken en laten volgroeien. Dat kan niet zonder inbreng van en afstemming met wat ‘de buitenwereld’ noemen toelaten. Sterker, de buitenwereld staat niet op afstand, maar is nabij, en wel heel nabij, namelijk hier, in ons, dat wil zeggen in ons bewustzijn. Het is hier, in ons, waar die ‘buitenwereld’ kleur krijgt – in de oordelen, opvattingen, reacties en de gevoelens en emoties erover. Buiten is dus goedbeschouwd ‘binnen’. Als we de wereld inkleuren door er iets van te vinden, kleuren we de mensen erin mee. We vinden hen zus of zo, ze staan ons aan of niet. Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar veel van die meningen en opvattingen zijn niet altijd ergens op gebaseerd, het is van horen zeggen, van misschien een eerste indruk.

Mens worden is, leren doorheen oppervlakkige meningen heen te prikken, onszelf daarin te leren waarnemen en meer de diepte in te gaan en te zien dat er achter die meningen iets anders schuil gaat, dimensies die veel dieper reiken dan we ons kunnen voorstellen en uiteindelijk ons taalvermogen overstijgen. Zodra we de ander ‘in ons’ vrij kunnen laten van onze eigen neiging tot meningsvorming kan die mens vrij komen en zich vrij ontvouwen en ontplooien, letterlijk. Die ‘ander’ blijkt niet zo ver van ons af te staan als we aanvankelijk geneigd waren aan te nemen. Op een of andere wijze blijken we die persoon te kennen. Misschien niet bij naam, we weten niet waar hij of zij woont, maar het is niet zo’n vreemde als eerder werd gedacht.

Meegaan in allerlei ongefundeerde meningen ontaardt in ‘geleend’ gedrag. We zijn onszelf niet. Zodra we die gewoonte kunnen afleggen, komen we letterlijk meer bij en tot onszelf. Dat wil zeggen bij onszelf als een persoon die in staat is met een onbevooroordeelde blik de wereld in te kijken. Het betekent de transformatie van de persoonlijke verengde blik waarvan we mensen en dingen uitsluiten naar de blik van de ruimte waarin alles en iedereen een plaats heeft. Menswording.

Foto: Unsplash – Mark Tegelhoff

 

The Guardian 12 nov 2020 |
The Dalai Lama has appealed to world leaders to take urgent action against climate change, warning of ecological destruction affecting the lives of billions and ruining the planet, including his birth country, Tibet.

As a call to action he has brought out a new book declaring that if Buddha returned to this world, “Buddha would be green”.

In an interview for Channel 4 News and the Guardian, the Buddhist spiritual leader spoke from the Indian city of Dharamsala, where he has been exiled for six decades. He warned that “global warming may reach such a level that rivers will dry” and that “eventually Tibet will become like Afghanistan”, with terrible consequences for at least a billion people dependent on water from the plateau “at the roof of the world”.

Foto: Unsplash – Yevgeni Nelmin

In de nieuwsbrief van november 2020 aan cursisten en relaties ben ik ingegaan op de betekenis en kracht van het gebed, de meditatie.

Gebed is, althans wat mij betreft, geen kwestie van een hogere voorzienigheid verzoeken om zaken te regelen. Voor mij was al vroeg duidelijk dat ’God’ geen persoon is en in feite niets doet. En ook: niet-iets ‘is’. God handelt niet. Het is geen kwestie van God is ‘tegen’ of God is ‘voor’. Je zou kunnen zeggen: God, of dat waar het voor staat, stelt zichzelf enkel ter beschikking – in de zin van scheppingskracht die zich manifesteert als onze totale bestaan – in onze vermogens zoals de wil, het geheugen, het denken, de zintuigen, ons lichaam, ons bewustzijn.

Die kracht hebben we in duizenden van jaren gepersonaliseerd, er is een naam aan gegeven, een geslacht en soms een beeld van een persoon met een baard boven de wolken of een stem in de Bijbelse teksten. We praten ermee, prijzen of vervloeken ‘Hem’. Generaties groeiden en groeien ermee op en de scheppingskracht is daarin uit het dagelijkse leven verdwenen en heeft een plaats in het hiernamaals gekregen. In de perceptie van velen leven we een weerbarstig bestaan waarin geen God of iets soortgelijks is te bekennen.

Zoals Carl Gustav Jung het zei – we zijn de verbinding met onze eigen natuur kwijt. In de zin van verloren, vergeten. Als sleutels tot een poort naar een ongedeeld natuurlijk landschap waartoe we als peuter nog wel toegang hadden maar dat we gaandeweg achter ons lieten – de poort is dicht en de sleutels liggen ergens, verborgen.

Velen ervaren niet langer de kracht van die natuur in alle dingen die we doen en denken noch de onmetelijkheid van de geest waarvan ons bewustzijn een wonderbaarlijke functie is. Onze zintuigen zijn werkzaam dankzij die kracht. Daarom ook: Het oog waarmee God mij ziet, is het oog waarmee ik God zie. Daarom ook: Gij zijt mij nader dan ik mijzelf. En daarom ook: Wij geloven niet genoeg. Wij geloven niet dat we, zoals mijn leraar het noemt, ‘paradoxale dubbelwezens’ zijn, bodhisattva’s – sterfelijke wezens geschapen in en uit Licht.  Ja, we zijn Boeddha’s. In de wereld doen we er alles aan om mensen tot ontwikkeling en groei te laten komen, zichzelf te vertrouwen en te overtreffen in kennis, carrière enz. Maar de meest voor de hand liggende bewustwording, leren ervaren en zien wat we werkelijk van nature zijn, laten we buiten beschouwing, op grond van misvattingen, waarvan misschien de grootste is een diep geworteld ongeloof: Ik? Een bodhisattva, een Boeddha? Nee, niet ik!

Carl Gustav Jung, die voor mij een brug naar Zen en initiatie vormde, omschreef het na decennia van diepe introspectie uiteindelijk zo: ‘Ik geloof niet meer, ik weet’. Niet in de zin van een intellectueel weten als zij het een bezit, maar een innerlijk en universeel (niet)weten. De natuurlijke aard der dingen waarvan wij (en alle dingen) de levende expressie zijn was hem helder geworden. Het bewustzijn was gelouterd, de verduistering van misvattingen was opgetrokken en de klare, heldere werkelijkheid ontvouwde zich voor hem.

Deze klare, heldere onvatbare werkelijkheid kent geen religie, kleur, partij, geweld, emoties, gevoelens maar toont zich tegelijkertijd in al dat – het totale palet van onze, van ieders beleving. Daarin ligt de valkuil. We vereenzelvigen en verwarren dat wat we God noemen met onze eigen beleving. Oordelen over onszelf en anderen bijvoorbeeld. Dat brengt de dwaling en misvatting voort dat God er wel net zo over moet denken. Met alle gevolgen van dien voor de soms vreselijke gebeurtenissen die we in de wereld, nabij en verder weg, zien.

God ‘zien’ is de ongedeelde scheppingskracht de kans geven zich voor ons, beter nog, in ons te ontvouwen. Gebed of de meditatie is daartoe een mogelijkheid, een weg, de beoefening waarin we alles ‘laten’, het drukke en volle bewustzijn niet langer ‘voeden’ waardoor het kan kalmeren, waarin we geduld en discipline oefenen, waarin we het bewustzijn ontledigen, bewogen worden voorbij het denken in tegenstellingen te gaan, waarin wat verstrooid weer tot natuurlijke eenheid kan komen, waarin we stil vallen in de universele stilte van zoheid, waarin het Onnoembare ons beweegt zichzelf toe laten en ons helpt tot overgave te komen, waarin we samenvallen en oplossen in dit ene en dit ene ogenblik en ervaren dat we nooit van dat ene gescheiden waren (en daarmee nooit van anderen), dat alles hier en nu volledig aanwezig is, in ons, door ons en met ons.

Gebed, de meditatie vormt een geschenk aan de mensheid. Het is de houding van eenheid waarin alles een unieke plaats kan hebben. Het is je laten vervullen van alle leven en je vanuit de eenheid van geest laten leiden – in woord, gedachte en handelen. Spirituele scholing begint derhalve wellicht op een kussen of bankje maar het dient uiteindelijk uit te vloeien naar alle aspecten in het dagelijks leven, het leidt tot een meditatief leven, een leven waarin alles wat we doen in feite een gebed is, omdat alles wat we doen is ingebed in het universele moment, en voortkomt uit dat moment. Niets maar dan ook niets is daarvan uitgesloten. En het is dé enorme uitdaging aan ons daaraan gehoor te geven en hetzelfde te doen.

Gassho, Ben Sensei

Foto (eigen): Meditatieruimte in Stiltecentrum Abdijhoeve, Abdij St. Willbrord, sept 2020

We spreken van – wat we noemen – leegte, of als we andere begrippen gebruiken: Boeddhanatuur, God, hart, geest, het Onnoembare, Zoheid, niet-iets.
Het is het absolute nulpunt – de essentie van onze levenservaring waar leven en dood thuis zijn.

En die Zoheid brengt alle verschijnselen (dharma’s) voort. Ook bewustzijn met denken, voelen en emoties, is dharma. Wij mensen ervaren daardoor een wereld waarin van alles gebeurt, waarin we van alles zien, ruiken, horen, voelen. Ons bewustzijn speelt ons parten – die legt op alles wat het ervaart een naam. We leven in en met concepten. Daar is op zich niets mis mee. Maar er is meer dan dat.

Bewustzijn is een functie van Zoheid of Boeddhanatuur. Zodra we het bewustzijn kalmeren en laten rusten (Dogen noemt dat lichaam en geest laten vallen) en we even geen neiging of behoefte meer hebben iets te benoemen kan het zijn dat er ruimte ontstaat waarin alles zich heel natuurlijk kan ontvouwen – dat heet ontwaken. We zien niet iets nieuws – maar we ervaren ”wat is” – namelijk de wereld, ja het universum, ‘’uit 1 stuk’’, onverdeeld, totaal, oneindig, grondeloos, ongeboren en oorspronkelijk.

Het maakt dus in zekere zin niets uit wat we denken of doen – de essentie verandert niet. Maar het maakt wel wat uit als we besluiten de heelheid te dienen. We leven in de wereld en via zen (of een andere weg of leefwijze die leidt tot een spirituele ervaring) kunnen  we ons verdiepen in de eenheid van het bestaan en van daaruit leren leven in een wereld en samenleving waarin zeer verschillend wordt gedacht. Essentieel is de ervaring dat de wereld, het universum niet buiten mij is maar door mij heen gaat. Het koninkrijk Gods is in u. Dus wat er aan verscheidenheid in de wereld ook gebeurt, het vindt plaats binnen de eenheid in mij.

 

In dit bestek richt ik me op ons bestaan, als een niet-duurzame expressie van een eeuwige essentie. We leven allemaal dit leven en we leven allemaal dit ogenblik. Goed beschouwd manifesteren we dit leven ten volle en zijn we dit ogenblik, de situatie.

Lees hier Zen – de situatie die we zijn

De spirituele weg vraagt volharding, toewijding en een groot verlangen. De weg naar binnen is een lange weg, met perioden die we als ‘dor’ kenmerken, perioden waarin niets zinvol lijkt en alles vruchteloos. Het vertrouwen en het geduld worden veelvuldig op de proef gesteld. We weten niet waarheen de weg ons leidt of wat ons op dit pad beweegt. Maar al naar gelang we vorderen op de weg vergroten we en verdiepen we, met vallen en opstaan, het vertrouwen in en de intimiteit en de afstemming met de weg die ons leven is. Zodra we leren ons werkelijk open te stellen voor de kracht die ons leven schenkt, valt alles ons toe.

Wat ons leven schenkt, is wat ons in al onze stappen beweegt, het is de onzichtbare kracht die zich in alles manifesteert – in alles van vorm en naam. Het is deze kracht die een onlosmakelijke verbondenheid betekent met en tussen alles en die de kracht en het wonder van mededogen en vergeving bewerkstelligt.

Ons afwenden van die weg van eenheid brengt emoties en gedachten van verdeeldheid, ons toewenden, herstelt die eenheid en laat ons delen in de kracht van de liefde. Daarin ligt dus het geheim – in de mate waarop we ons kunnen en durven openstellen, de mate waarin we onszelf kunnen laten ‘vallen’ in de onmetelijke en peilloze diepte van de scheppingskracht waarvan we zelf de expressie zijn. Dat is waarom we het ‘thuiskomen’ en ‘wedergeboorte’ noemen. Het is de her-innering aan wat we zijn, aan waar vandaan we komen en waarheen we gaan. Niet in de tijd gezien, maar hier en nu, in ieder moment.

De scheppingskracht die we Boeddhanatuur of God noemen is ons nader dan wij onszelf en omdat we er niet bij kunnen en we onszelf er alleen aan kunnen overgeven, is en blijft het een mysterie, is en blijven we onszelf een mysterie. Nee, we kunnen onszelf niet kennen, hoezeer we onszelf ook kleden met namen, titels, deugden en voornemens, we weten het niet.

Dit pad en dit mysterie staat niet op afstand van ons leven – het manifesteert zich in iedere stap op de weg, in al ons doen en laten en het is onze opgaaf dit doen en laten op te dragen aan het mysterie waarin we met de medemens en alles wat is één zijn. Daarom gaan we de weg uiteindelijk niet voor onszelf maar staat die ten dienste van de ander en van alles wat is. Telkens weer vermoeien we ons de verdeeldheid te laten en de eenheid te wekken en vandaaruit te handelen, te denken, te luisteren en te spreken. Juist omdat al onze vermogens, ons lopen en ons ademen, enkel in en door en met de scheppingskracht, de Boeddhanatuur, kunnen plaatsvinden, is onze beoefening erop gericht ons voor die natuur open te stellen conform het credo Niet mijn wil maar Uw Wil geschiede. Waarbij wat we ‘Wil’ noemen geen menselijke wil is maar staat voor de totale scheppingskracht die ons beweegt. Zodra we ons open stellen worden we opgenomen en bewogen door die kracht. We leven dankzij, in en door die kracht en derhalve spreekt het voor zich dat het ons beweegt en leidt en dat, wanneer we er werkelijk gehoor aan kunnen geven, we ons ermee willen afstemmen en opgaan in de diepste verbinding met alles, in dat wat we liefde en mededogen noemen.