Alle religies zijn ooit ontstaan om de mens op weg naar die fundamentele ervaring te leiden. In de grote religies is dat verloren gegaan. Het zijn vooral de kleine marginale mystieke tradities binnen die religies die dit voortzetten, niet zelden tegen de verdrukking in. Het monddood maken van mystici binnen sommige religieuze stromingen is al eeuwen gaande, tot op vandaag de dag. Zo werd de Duitse Benedictijn en zenleraar Willigis Jäger in 2001 zijn spreek- en leerbevoegdheid ontzegd – hij had zich te vrij uitgelaten over de dogma’s van de kerk. Voor Jäger is het leven in al zijn facetten, aspecten en verschijningsvormen de manifestatie van Gods kracht. De Kerk zou die eerste werkelijkheid dichter bij de gelovige moeten brengen, in plaats van de eigen aanbidding en het eigen belang en voortbestaan voorop te stellen.

Kerkelijke instituten hechten aan hun voortbestaan vanuit dogma’s en wereldse macht, precies de aspecten die de eenheid met de bron, eeuwige wijsheid en waarachtige liefde en mededogen verborgen houden. Hun vertegenwoordigers zien zichzelf als middelaars tussen mens en de Almachtige. Maar in de mystiek is de kerk geen middelaar en is de kerk in feite uiteindelijk onnodig –in de mystiek geldt voor eerst de innerlijke bevrijding door de directe eenheidservaring, dus niet de ervaring van mens tot God maar de ervaring van de onmiddellijkheid van het onvoorstelbare – namelijk de mens als expressie van het goddelijke en het bewustzijn als functie van de Heilige geest waarin alles en iedereen oplicht, als een reflectie van het eeuwige Licht. De mens kan door de ervaring van die eerste werkelijkheid in dit leven de dualiteit en daarmee tijd en ruimte overstijgen en wedergeboren worden, de wederopstanding aan den lijve ervaren. De mystieke ervaring betekent het opstaan en ontsnappen uit het graf van de eindeloze cirkel van oorzaak en gevolg. Weliswaar dient het leven geleefd te worden in deze wereld maar zoals de mystici zeggen – we zijn levende in de wereld maar niet van de wereld.

(foto Pexels)

Wanneer je werkelijk aanwezig bent, laten we zeggen in het kijken, het zien, dan wordt er enkel nog maar gekeken. In feite is er niet iemand meer die kijkt en is er niet iets waarnaar gekeken wordt. De illusie van de dualiteit – een vermeend ‘ik’ dat naar iets of iemand kijkt – is voor een ogenblik opgeheven. Het geschapene is terug (getrokken) in de eigen essentie – degene die kijkt en dat waarnaar wordt gekeken zijn blijken één. Er is alleen een oergrond, zo-heid, Boeddhanatuur, het Onnoembare waaruit alles wat we ervaren en waarnemen oprijst en waarin alles weer terugkeert.

Zo-heid of leegheid kan niet zonder vorm. Er is niet zoiets als een leegte of een Boeddhanatuur aan de ene kant en een wereld van fenomenen aan de andere kant. Het is niet twee maar één en in feite 0. Fenomenen, de wereld zoals die we ervaren is ook niet ‘niets’. De verschijnselen bestaan en ze bestaan niet, tegelijkertijd. Ze bestaan in samenhang met elkaar. Ze brengen elkaar in feite voort, afhankelijk van condities, in wat we het ‘moment’ noemen maar dat geen moment is. In onze wereld leven we in tijd en ruimte. In het absolute, Boeddhanatuur, zijn tijd en ruimte afwezig. Er is enkel een eeuwig ‘is’ of Licht. Deze eeuwige natuur brengt alle fenomenen voort, alle (zintuiglijke) ervaring, het besef van relativiteit, van niet-duurzaamheid.  Wanneer we de fenomenen nader beschouwen en ‘demonteren’ komen we tot de kleinste deeltjes die zich als energiegolfjes gedragen en geen onafhankelijke substantie hebben of zijn. Een stoel, een vaas, een kopje, een auto, een lichaam – het zijn allen constructies van het ongrijpbare, van energie. Ze zijn beelden – ‘constructies’ –  van onze geest en daarmee per definitie verschijningen van Licht. Een zenleraar zei ooit: ‘We zoeken Licht en we missen het zicht op de werkelijkheid, namelijk dat we Licht zíjn!’

(foto: Pexels)

Het ‘juiste’ staat in de spiritualiteit niet voor het tegenovergestelde van ‘verkeerd’. Het ‘juiste’ overstijgt als het ware het oordeel van goed en fout, het overstijgt de tegenstellingen. ‘Juiste’ is een kwaliteit van eenheid, verbondenheid. In het boeddhisme kennen we het 8-voudige pad als een van de vier Edele Waarheden, als weg uit de bevangenheid van de tegenstellingen. Om het juiste perspectief – de Middenweg en de eenheid die we manifesteren – te onderhouden, is het van belang met regelmaat terug in je lichaam te komen, vanuit de veelheid in het hoofd terug naar hier, het Ongeborene, het Onnoembare, het 0-punt, de eenheid van het lichaam, daar waar de kosmos zich ieder ogenblik openbaart en ontvouwt. Ieder van ons heeft zo zijn of haar eigen wijze om dit te realiseren, te midden van de drukte van alledag. Sommigen maken enkele keren per dag een wandeling. Anderen trekken zich enkele keren per dag even terug, om op en met zichzelf te zijn. Iemand vertelde me dat voor haar een manier was om de zintuigen na te gaan: wat voel ik, wat hoor ik, wat proef ik? Weer iemand anders zei dat voor hem geregeld een tijd muziek van de favoriete band te beluisteren. Ja, door zichzelf hiermee te bedwelmen weer alles in perspectief terug te brengen.  Andere manieren zijn huishoudelijk werk doen, koken en, uiteraard, de eenvoud van het ademen. De in- en uitademing volgen vergt geen extra middelen, geen extra inspanning, het ademen is altijd bij de hand, je hoeft er niet iets extra’s voor te doen. Overal waar je bent kun je terug naar de adem, als een anker in hier en nu. De adem volgen is je ermee verenigen en daarmee met het Onnoembare, het is er niet van afgescheiden en omvat uiteindelijk alles en iedereen. Kijk wat voor jou werkt. En onderhoud het.

(foto: Pexels)

We zijn geneigd het geheugen en de werking ervan te zoeken in de hersenen, maar het is met name ons lichaam dat ‘herinnert’. Onze hersenen helpen bij de verwerking ervan. Het lichaam herinnert zich enerzijds wat het ‘is’, namelijk manifestatie van Licht, open en onbepaald, onbegrensde natuur. Anderzijds verwerkt het de bewegingen van dat Licht – te weten de dagelijkse ervaringen in de talloze situaties waarin we belanden en de emoties, gevoelens en gedachten die ermee gepaard gaan. Tegelijk wordt er informatie uit ervaringen in het lichaam opgeslagen en weer op volgende generaties overgebracht. Het lichaam bestaat grotendeels uit water en we weten, ook uit wetenschappelijk onderzoek (o.a.a Institut für Statik und Dynamik der Luft-und Raumfahrtkonstruktionen van de universiteit van Stüttgart ) dat water het vermogen tot geheugenvorming bevat en dat waterkristallen zich kunnen vormen al naar gelang de emoties.

‘Herinnering’ is in grote lijnen de weg van zen. Via meditatie leren we ‘gelatenheid’ beoefenen (contemplatie),  het leren ‘laten’ van alles wat opkomt en weer neerdaalt in het lichaam. Op den duur kunnen we op een moment van totale onbevangenheid de cirkel van bevangenheid (oorzaak en gevolg) van misvattingen, concepten, oordelen enzovoort voor een ogenblik doorbreken en ons herinneren waar en wat we werkelijk zijn. We ‘herinneren’ ons de overweldigende werkelijkheid hier en nu, de werkelijkheid die we manifesteren, de werkelijkheid waarvan niets en niemand is uitgesloten. We ‘herkennen’ wat gaande is, wie of wat de ander in werkelijkheid is. Niets of niemand is ons vreemd.

De mens is enerzijds de expressie van puur en eeuwig Licht, energie en anderzijds een tijdelijke verschijning die een weg door het stof te gaan heeft. Het Licht waarmee de Boeddha en Christus zagen, is hetzelfde Licht dat ons heden ten dage laat zien. Dat Licht kreeg vorm in miljarden jaren evolutie. En het is dat Licht dat zich in ons mens, in ons lichaam uitdrukt, als resultaat en uitdrukking van die miljarden jaren evolutie. De mens, jij en ik, wij zijn het resultaat van miljarden jaren van gebeurtenissen en ervaringen. Dat resultaat drukt zich met onze geboorte en onze levens uit in het tijdelijke. En alles wat daarin gebeurt, ‘vult’ die geheugenbank die ons lichaam is.

Ervaringen blijven ons bij, ze worden opgeslagen. Gevoelens en emoties die onverwerkt en weggestopt zijn, uiten zich fysiek, denk aan buik- en maagpijn, spanning op de borst, nek- en hoofdpijn, rugklachten. Verwerkte ervaringen maken gestolde energie weer vrij, energie die kan bijdragen tot groei van onze persoonlijkheid. Het lichaam is dan ook een graadmeter voor onze fysieke en mentale gezondheid. De lichaamshouding die we aannemen toont onze staat van geest – trots, geslagen, vrolijk, verheugd, boos, gekunsteld, ongekunsteld.

In het drukke leven van alledag, te midden van onze bevangenheid, kunnen we op ieder moment terug naar het lichaam en alles ‘laten’, de openheid wekken die we ten diepste zíjn.

Foto: Pexels – Oleksandr Pidvalnyi

We zoeken te ver. We kijken te ver. Maar soms is dat op je zenweg nodig om uiteindelijk daar aan te komen waar we naar zoeken. Iedere stap op die weg herbergt de plek waar je naar zoekt maar je ziet het niet, je ervaart het niet. Het is nooit ver weg geweest maar je kan het niet zien zolang je zelf aan iets anders denkt, op iets anders hoopt, niet bij machte bent te zien en te ervaren waar je bent. Dat het niets anders is dan de plek waar je nu bent en altijd bent geweest. Hier en nu. Hier en nu verlaat je nimmer, daarom heet het hier en nu. Het punt is dat hier en nu ook ‘verleden’ en ook ‘ toekomst’ omvat. En daar liggen de valkuilen waar we maar al te graag en te vaak intrappen. Want hier en nu is niet interessant, te lastig, minder rooskleurig als we dachten dat het zou zijn, minder hoopvol, minder bevredigend. We zijn zen gaan doen omdat er iets anders in het leven moet zijn. Meer harmonieus, minder conflict, minder pijn, meer liefde, vriendschap, minder leugens enzovoort. We bouwen een heel Utopia dat ogenschijnlijk los komt te staan van waar we zijn, want waar we zijn is nu juist waar we eigenlijk niet willen zijn. Daarom zijn we zen gaan doen.

We voelen dat we iets kwijt zijn, het leven knaagt, wringt en daarom gaan we op zoek. Het is onze hardnekkigheid die ons ertoe brengt te blijven geloven dat ‘het’ overal maar niet hier kan zijn, die ervoor zorgt dat we jarenlang onderweg zijn. Soms reizen we de hele wereld af op zoek naar het einddoel, de harmonie, de Heilige Graal, de betekenis van alles. Tien, twintig, dertig jaar duurt het soms vooraleer we tussen alle Utopia-gedachten een glimp opvangen van de plek waar we naar zoeken. En wat blijkt? Het is niet aan de andere kant van de wereld, hoewel, toen je aan die kant van de wereld waren was het daar ook. Het blijkt namelijk overal te zijn waar je bent, waar je gaat. Want overal waar je bent is hier en nu. Het loopt en reist als het ware met ie mee. Je bent ermee vervlochten. Je kan namelijk niet buiten hier en nu. Dat hier en nu is de manifestatie van jouw bewustzijn, jouw  bewustzijn als functie van iets wat oneindig is en wat we Boeddhanatuur noemen. We zijn Boeddhanatuur. Die grenzeloze natuur drukt zich in alles en iedereen uit, hier en nu. En jij ervaart in jouw, in jouw lichaam. Jouw zoekende geest is het functioneren van die natuur, die Essentie, dat Licht. Waarom zag je het niet? Omdat je eerst het zoeken, jouw ego-gedrevenheid moet opgeven om het te kunnen ervaren. Er is een moment van opgave, van overgave voor nodig. Daarom is het zo moeilijk. ‘Ik’ kan het niet bewerkstelligen. De vrucht valt van de boom als die rijp is. de vrucht kan niet zichzelf laten vallen. Het is een proces dat tijd vraagt. Pas als de omstandigheden in harmonie zijn, valt de vrucht. Pas wanneer jij het eind van je eigengereidheid heb bereikt, kan je als een vrucht vallen, in de peilloosheid van dit moment. Niet eerder.

 

Misschien wel een van de meest fascinerende ervaringen op het zenpad, is dat, naarmate het lijkt of het bestaan helderder en concreter – in feite onmiddellijk en zonder tussenkomst – wordt, het mij elk idee erover ontneemt. Wat is het dat ons beweegt? Wie of wat is het dat hoort, denkt, spreekt, aanraakt, ziet? Terwijl ik mijn alledaagse leven leidt, besef ik: wat hier gaande is, is dit noch dat, het ontglipt me, laat zich niet ‘vatten’. Wat zich in alle momenten ontvouwt, is al weer opgelost en voorgoed uit zicht voordat we er echt goed bij stil hebben kunnen staan. We zijn onszelf een mysterie. Als we er naar reiken, wijkt het. In psalm 139 heet het:

U kent elk woord van mij,
nog voordat ik het heb gezegd.
U bent aan alle kanten om mij heen
en uw hand rust op mij.
Het is te wonderlijk om te begrijpen.
Het is te bijzonder, ik kan er niet bij

Vandaar ook het belang van meditatie/contemplatie. Er bij stilstaan is er bij gaan zitten, en in dat zitten – jaar in jaar uit – ontvankelijker worden, gaandeweg jezelf vergeten en ‘jezelf zien in alle dingen’ (Dogen Zenji). Ervaren dat mijn leven het Licht is waarin alles verschijnt en verdwijnt, waarbuiten niets is en waarvan niets en niemand is uitgesloten. Maar daarmee is het niet gedaan. De mystici zeggen: het Ene ervaren, is één ding, maar het Ene vruchtbaar laten zijn in wat je doet en denkt, is een ander. Het Onnoembare weer in het lichaam krijgen en er in je leven handen en voeten aan (leren), er intiem mee worden, is het spirituele pad van het dagelijks leven. Een eindeloos pad, want elke dag, elk uur, elk moment is nieuw en ongebaand en stelt me voor de vraag en de opgaaf: wat staat me te doen?

Essentieel op de weg, en een blijvende uitdaging, is onszelf niet los te zingen van ons sterflijk zijn, van ons feilbaar zijn, van ons mens-zijn. Het is juist een weg van menswording, volledig en onvoorwaardelijk ‘ja’ zeggen tegen het concrete weerbarstige bestaan. Een weg waarin ik me op geen moment kan beroepen op dat ongrijpbare, dat mysterie waaraan ik geen enkele verdienste kan ontlenen en waaraan ik niets kan toedichten. Een weg van her-innering, het opnieuw verinnerlijken van het ongrijpbare als zijnde tevens de directe concreetheid van dit bestaan – in alle vreugde en in alle verdriet.

Spiritualiteit is het zoeken naar en ervaren van het Ene dat ligt onder alles wat in ons leven oplicht, wat we in de onmiddellijkheid van hier en nu ervaren, al onze vreugde en verdriet, oorlog en vrede. Het zijn deze tegenstellingen waarin de mens zich verliest en mee identificeert en een (niet bestaande) kloof tussen zichzelf en de wereld schept. Echter, in spiritualiteit is vrede niet het tegenovergestelde van oorlog of geweld. Spirituele vrede is de grote Vrede, verwant met het Ene, het Licht, de innerlijke stilte, het Onnoembare, het Ongeborene, God of Boeddhanatuur. Ja, met grote Liefde, Groot Mededogen. Grote Vrede kun je niet sluiten met een overeenkomst of verbreken. Grote innerlijke vrede is enkel te ervaren door een verbond met je diepste Zelf. Het belangrijkste om ervan te weten is dat je het niet zelf tot stand kan brengen. Het enige wat de mens in deze kan doen is het wegwerken van elke belemmering, teneinde de grote Vrede ruim baan te geven. Alles is in feite uitdrukking van grote Vrede en alleen te ervaren in een mens dat diepe vrede met zichzelf gesloten heeft, dat de ziel en de zintuigen gereinigd heeft en voor een moment kan zien met de ogen van de ruimte. Of zoals het in Sanskriet heet

Yatha bhuta nana dassana

Door te kijken met de ogen van een Boeddha

Grote Vrede is de grond van groot Vertrouwen, het Vertrouwen in eenieder – vriend of vijand. Niet om een bepaalde reden maar enkel omwille van het Groot Vertrouwen. Groot Vertrouwen, grote Vrede kent geen waarom, het is daar omdat het onze ware aard is, onze wezensnatuur.

Vrede is in de spiritualiteit derhalve niet het tegenovergestelde van strijd of oorlog. Zo min als innerlijk stilzwijgen het tegenovergestelde is van spreken. Innerlijk stilzwijgen ligt onder spreken én zwijgen. De spirituele beoefening leidt er uiteindelijk toe dat zowel spreken als zwijgen de uitdrukking is van innerlijk stilzwijgen. Je kan ook zeggen: spreken, luisteren, voelen, horen, aanraken zijn uitingen en functies van de innerlijke grond, het Licht.

Op 7 februari jl overleed in Steggerda onze dierbare vriend en kunstenaar Guus Hellegers. Guus overleed thuis na een ziekbed van enige weken in het bijzijn van zijn vrouw Marion en hun twee kinderen. Guus was een kunstenaar met een grote bekendheid. Door heel Nederland staan beelden van hem op openbare plaatsen. De afgelopen jaren waren er diverse overzichtstentoonstellingen in het land, waaronder een overzicht van penningen in Museum Beelden aan Zee in  Scheveningen en een in Gorredijk.

 Look at me – Guus Hellegers

Hij was opgeleid tot beeldhouwer aan de Koninklijke Academie in Den Haag maar kwam uiteindelijk tot een geheel eigen vorm en stijl die grote erkenning genoot. In ruim een halve eeuw is hij tot de voorhoede van de Nederlandse medailleurs gaan behoren.

Voor een interview uit mei 2017 met Guus klik hier

Guus vervaardigde een prachtig beeld van de glimlachende Boeddha. Voor een korte tekst daarover, klik hier

Guus en Marion waren zeer vertrouwd met de stilteretraites in het Stiltecentrum (nu de Abdijhoeve) van St.Willibrordsabdij. Ze bezochten de retraites onder leiding van wijlen pater Dom Gerard Helwig al  sinds de jaren ’80, kort na het begin ervan. Guus kreeg in 2007 een herseninfarct waarvan hij herstelde. Ze bleven nadien elk jaar deelnemen aan de novemberretraite in het Stiltecentrum, voor het laatst afgelopen november 2018.

In de ontmoetingen met hem uitte Guus steevast zijn diepe dank voor de steun en liefde van zijn vrouw Marion, in lief en leed. Beiden waren zeer dankbaar voor elke dag die hen vergund was na Guus’ aandoening. Zijn twee kernwoorden waren Verbinding en Vertrouwen. Hij had ze verbeeld in een speciaal klein kunstwerkje dat hij in brons had gegoten en altijd bij zich droeg, ter herinnering. Wij zullen Guus zeer missen. Wij wensen zijn vrouw Marion, hun naasten, hun vrienden en relaties veel sterkte voor de komende tijd.

Lees hier het kort essay over onlosmakelijke verbondenheid met alles en iedereen, zoals opgenomen in de nieuwsbrief van Zen Cirkel Lelystad februari 2019.

Klik hier Verbondenheid febr 2019

(Foto: Lisanne)

Dit lichaam zelf is de poort van verlichting. Terugkeren naar het lichaam is in zen een wijze van beoefening. Terug naar je ademen bijvoorbeeld. En je laten meevoeren door de  natuurlijke cadans ervan. Of je in situaties afvragen: wat zie ik? Wat hoor ik? Wat proef ik? en vervolgens ook: Wie of wat is het dat hoort? Wie of wat is het dat ziet? Wie of wat is het dat proeft?

Wanneer de neiging tot controle en beelden erover wegvallen en datgene dat ziet, hoort, proeft, ademt zich kan manifesteren blijkt het de oneindige Aanwezigheid te zijn, het Licht dat zich in dit lichaam en in alles en iedereen manifesteert in wat we ervaren als vormen, klanken, geuren, smaken. Emoties, gedachten en gevoelens. Derhalve zijn alle verschijnselen van oorsprong open, onbepaald, kennen ze geen begin en geen einde, onverbrekelijk met elkaar verbonden.

En alles ervaren we hier in dit lichaam. Daarom noemen we het ook de Poort van Verlichting. Van ontwaken. Door intiem te worden met deze sterfelijke ‘jas van huid en botten’ worden we meer en meer doordrongen van het Licht dat er altijd al was en altijd zal zijn.

Foto Samad Deldar – Pexels