In de paardenhouderij bestaat sinds oudsher het fenomeen ‘een paard breken’. Het staat voor een proces waarin een paard met het nodige geweld tot gehoorzaamheid wordt gebracht, dikwijls door eindeloos berijden, soms met een been gebonden. Het is een weg van dwang tot onderdanigheid. De mens die het paard zijn of haar wil oplegt. De Amerikaanse paardenkenner Monty Roberts is wars van het begrip ‘breken’. Hij bestudeerde als jonge man de paarden in hun natuurlijke omgeving, leerde hun gedrag en eigenheden kennen en luisterde naar wat deze pure, natuurlijke dieren nodig hadden. Op basis daarvan ontwikkelde hij een gedragsvorm (géén methode!): Join-up. Hij zegt daarover: ‘Join-Up is based upon a communication system creating a bond rooted in trust and an environment of cooperation. It must be nonviolent, non-coercive and can only be accomplished if both partners have willingly entered the process. To gain Join-Up with your horse, it is necessary to step into his world, observe his needs, conditions and the rules that govern his social order.’

Jaren geleden bezocht ik met een van mijn dochters een workshop met Monty Roberts, in het Duitse Aken en zagen we hem aan het werk. Monty is nu in de tachtig en nog steeds actief. Zijn kleindochter werkt met hem samen. Zij schrijft op haar website: ‘Ironically many great trainers have begun to write that it actually takes longer to ‘break’ a horse than the gentler methods of building trust. And the ‘broken’ horse is never as trustworthy. It’s time to embrace the new term ‘Starting’ and to shed our conversations of the word ‘Breaking.’ When people think about it, they will no longer be comfortable with the term. But many aren’t even aware that there is a different way to say it.’

Het antwoord in contact is uitgaan van vertrouwen. ‘Breken’ staat haaks op vertrouwen. Vertrouwen is uitgaan van heelheid en heel laten wat heel is. Breken is letterlijk breken wat heel is, het is de realiteit breken, forceren, geweld aan doen. We breken de realiteit wanneer ego-denken prevaleert, wanneer we willen controleren, bezitten, beheersen. Niet zelden laten we ons leiden door blind ‘willen’ – willen weten, willen hebben. De spirituele weg is een andere, niet wat ik wil maar doen wat de situatie vraagt, de weg van niet-doen, handelen in niet-weten, vanuit het mysterie van de bestaande eenheid, de natuurlijke band en daarmee vanuit oorspronkelijke afstemming in en met alles. Het gaat erom die afstemming met en tussen alles wat er is, in alle diversiteit die er bestaat niet te verstoren maar te bekrachtigen.

Het vereist dat je jezelf ervaart als deel van die eenheid, ja als drager, medium en hoeder daarvan. Met onze geboorte bezitten we al zoveel. Waarom doen we in ons leven toch zo hard ons best zoveel te vergaren, zoveel te bezitten en te controleren en beheersen? Waarom? Het is een blinde drift. We maken bijna een sport enkel ons eigen streven te volgen en keer op keer de realiteit te ‘breken’ – in de eigen familie, waar we werken, in het dagelijks verkeer. Waarom vragen we niet wat vaker ‘Wat is er nodig?’ alvorens te handelen? De Heilige Fransiscus sprak met bomen en dieren. Uitgaande van het gegeven dat we eenzelfde natuur bezitten, is dat niet vreemd. Monty spreekt op zijn wijze met paarden. Maar we kunnen ook met de dingen spreken, met een kopje, een vaas, een aardappel, een fiets of een auto, ook materie kunnen we vragen: Wat is er nodig? Wat kan ik voor je doen? Wat heb jij nodig?

Deze manier van vragen wordt vanzelf voortgebracht uit een diepe waardering en dankbaarheid voor alles wat er is, voor alles wat mij op mijn weg helpt en draagt. Koffie in een kopje. Een pan op het vuur. Water uit de kraan. We vinden het vanzelfsprekend en schenken er amper aandacht aan. Maar het is allesbehalve vanzelfsprekend. Het is wonderlijk, ja, magisch. Het is een van de belangrijkste oefeningen die ik cursisten mee geef. Ga na wat je zou zijn zonder allen en alles die jou op jouw weg hebben gedragen en ondersteund!

Ik ben en kan niets zonder anderen en zonder al wat mij wordt aangereikt. Alleen al op deze vierkante meter waarin ik deze woorden schrijf en ze via de website zichtbaar worden, zijn er tal van personen en objecten die mij op weg helpen. De laptop, de verbinding, de tafel, de stoel, de websitebouwer, het kopje en de thee erin, de woonkamer en het huis waar ik ben, de straat, de lucht en de zuurstof die ik inadem, de grond waarop alles gebouwd, de kleding die ik draag, het voedsel dat ik tot mij neem enzovoort, enzovoort. De lijst is eindeloos en gaat terug in de tijd, ver de tijd in de tijd waarin het zich steeds verder uitbreidt. Daarbij stilstaan en al dat wat ons hielp en helpt op onze levensweg is een duizelingwekkende oefening. En het is die oefening en praktijk die vanzelf diepe dankbaarheid en compassie wekt en je laat vragen: Wat kan ik voor je doen? Wat heb je nodig?

Foto: Lisanne Claessens

Witte Donderdag – het laatste avondmaal, Goede Vrijdag – de kruisdood, Stille Zaterdag – herdenking van de dood van Christus, Pasen – de wederopstanding. Het zijn niet ‘zomaar’ verhalen en geen verhalen ‘over iets’ – ze verwijzen direct naar ons eigen leven, naar hoe we in dat leven staan. En naar wat ons in ons leven als spiritueel pad te doen staat.

De symboliek en spiritualiteit van deze dagen bevatten verschillende Zen-thema’s. De bestudering van de christenmystiek en van de Zen traditie zijn voor mij altijd hand in hand gegaan, met dank aan de Zwitser Gustav Jung, aan mijn eerste Zen leraar Nico Tydeman Roshi en aan mijn mentor Christenmystiek de Benedictijn Gerard Helwig (94) die in 2004 overleed.

Religieuze symbolen bezitten het vermogen en de kracht om een religie, en daarmee het complete levensverhaal van de mensheid en ons eigen bestaan, te verbeelden en vertegenwoordigen. Dat werd mij duidelijk toen op een dag in 2005, tijdens een meditatie een kruisbeeld in mijn woonkamer zijn mystieke ‘geheim’ prijsgaf en het eeuwige en het tijdelijke, het ongelimiteerde en het gelimiteerde, het absolute en het relatieve zich in dat beeld openbaarde. Al het tijdelijke en het eeuwige viel samen in en met dat kruisbeeld – het totale bestaan hier en nu, in alle hoedanigheden.

De horizontale balk toonde zich in dat moment als ons sterfelijke, tijdelijke leven in de tijd, de lijn van geboorte tot dood. De verticale balk, geworteld in NU, was het beeld van het ongeborene, het onaantastbare, de bron van alles, het Licht, het eeuwige. Die eeuwigheid is de sacrale geboorteplaats van en vindt een expressie in al het tijdelijke, het niet-duurzame, het vergankelijke, alles van vorm en naam. Van dat eeuwige, deze tegenwoordigheid en aanwezigheid, zijn niets en niemand uitgesloten.

Beide balken – de horizontale en de verticale – kruisen elkaar. En het is in dat kruispunt van het verticale en het horizontale waarin het ‘hier en nu’ zich (altijd en eeuwig) ontvouwt, waarin het bestaan zich afspeelt, in ieder van ons! Wat we ook doen, waar we ook zijn, onder al ons handelen, gaat de eeuwigheid, de oneindige openheid schuil. Zoals we in Zen zeggen: of we de ene voet optillen, of de andere neerzetten, we verlaten de plek van Verlichting (de eeuwige Boeddhanatuur) nimmer. Lucas 17:21 stelt: ‘En ze zullen níet zeggen: zie, hier!, of: daar! want zie, het koninkrijk Gods is in uw midden!’

Boeddhanatuur, het Koninkrijk Gods, het is in ons! Het kruispunt ligt onder onze voeten.

Terwijl we altijd in dat kruispunt verkeren, ja, het met ons leven lijfelijk manifesteren, beleven we doorgaans vooral de horizontale tijdlijn waarop alle wereldse gebeurtenissen op afstand lijken plaats te vinden plaatsvinden. Die illusie van afstand hebben we omdat we vooral naar buiten hebben leren kijken, we hebben leren zien met de ogen van een individu, niet met de ogen van de ruimte. We zijn opgevoed en geschoold in termen van ‘jij en de omgeving’. We herkennen onszelf te weinig in de omgeving, het voelt als vreemd, soms als bedreigend. Het bestaan is een ervaring die zwenkt tussen vreugde en verdriet, succes en falen, een wereld van tegenstellingen en tegenstrijdigheid waarin we geneigd zijn of ons gedwongen voelen te kiezen. En hoe realistisch die ervaring ook is, het is slechts één kant van de zaak.

De spirituele training van Zen (of elke ander spirituele beoefening) is ontwikkeld om ons te helpen herinneren aan de ‘andere’ kant, de bron van dit alles, de geestgrond waarin we staan en waaruit alles oprijst. Dat wekken van de Grote Herinnering gebeurt door de bestudering van spirituele teksten, in het onderhoud met een geestelijk leraar en via meditatie/gebed. Al dat helpt ons de wereld te ‘verzaken’ en in het geleidelijk afdalen in ons bewustzijn. Door meditatie en contemplatie, het zitten in ‘niet-doen’ (Zazen) wekken we de stilte der eeuwigheid in ons. het is de stilte die in al het gewoel (samsara) van de wereld schuil gaat, de stilte die onze geest kalmeert en die ons helpt  uitstijgen boven dat gewoel en ons in een rechtstreekse ervaring verenigt met onze oneindigheid (nirvana).

Zo vallen we op een zeker moment als sterfelijk mens samen met onze eeuwigheid – in het punt waarin de balken van het beeld elkaar kruisen en ervaren we samsara en nirvana als zijnde één. De hemel blijkt schuil te gaan in de weerbarstigheid (de ‘hel’) van de wereld, de weerbarstigheid die we in onszelf creëren doordat we hangen aan en ons identificeren met alles wat ons ego voortbrengt waardoor we (ver)dwalen in het eigen bewustzijn.

Sterven aan het kruis is het moment van overgave en de bevrijding uit dat dwaalspoor van het bewustzijn. Het staat voor het ‘vallen van lichaam en geest’, het binnengaan in de stroom van oneindigheid (Prajnaparamita) die de bron van alle bestaan is, en daarmee van ons mens en ons bewustzijn. Daarmee ervaren we de werkelijkheid – onbelast door wat we ervan maken, niet verkleind door de namen die we aan alles geven, of verhuld achter concepten, opvattingen en oordelen. Het universum kan zich tonen in de volle oorspronkelijkheid. De bergen en oceanen, de hele mensheid, de maan, de zon en sterren – het is allemaal ‘hier’ en wordt in ons, in dit lichaam ten volle ervaren.

Afdalen in jezelf betekent meer en meer zien van jezelf en daardoor meer en meer zien van de ander. Het opent ons voor de vreugde en het verdriet van de ander, voor het gegeven dat we in ons mens-zijn niet zoveel van elkaar verschillen, ja, dat we in feite allen familie van elkaar zijn. En dat er buiten al het zichtbare om ‘iets’ is dat alles voortbrengt, bindt en verenigt. Het ‘vallen van lichaam en geest’ staat voor loutering van de geest, het ervaren dat alle begripsvorming, alle woorden, de werkelijkheid niet weergeven. Een ‘boom’ of een ‘mens’ zijn oneindig veel meer dan de vier letters die naar hen als fenomeen verwijzen. Als het geen ‘boom’ en geen ‘mens’ is, wat is het dan wel?

Al dit herinnert ons aan een groot en machtig gegeven: We leven in de palm van Gods (of de Boeddha’s) hand, wat we ook doen, waar we ook zijn, ieder ogenblik. Het is nooit anders geweest en zal nooit anders zijn. Ons daaraan herinneren, het nu en dan werkelijk ervaren, dat is de spirituele beoefening die we dagelijks onderhouden.

Dat brengt ons tot de Paasdagen. Na het sterven aan het kruis volgt de opstanding uit het graf. Je kunt het vertalen als: de cirkel van oorzaak en gevolg doorbreken, opstaan, je masker laten vallen, stáán voor je leven, worden wie je nog niet eerder was. Loskomen van je ego-gerichtheid, je overgeven aan en geleid weten door het grote, oneindige, ongeboren geheel dat een expressie in ieder van ons vindt (we zijn immers geschapen naar Gods beeld). Het staat voor: leven in waarachtigheid. Je masker laten vallen, is de illusie loslaten, de gehechtheid aan de opvattingen over jezelf en anderen laten vallen, loskomen van de ingesleten conditie dat we in de wereld, voor het oog van anderen, ‘iemand’ moeten zijn, een ander dan die we van nature zijn. Het is: uit je graf van pretenties opstaan, je authentieke zelf kunnen en durven manifesteren, opstaan en wandelen in waarheid. Zonder ooit te (willen of kunnen) weten wat die waarheid is, in al je kracht en in al je kwetsbaarheid. Leven in niet-weten. Enkel wandelen en handelen omwille van het wandelen en handelen. Zijn omwille van het zijn. Geheel, onvoorwaardelijk vertrouwen op wat ‘is’ en wat door ons heen gaat, ieder moment.

Foto: Weebly.com – het lege graf van de wederopstanding

Soms hoor je mensen die, met al hun goede bedoelingen, het leven willen relativeren en zeggen: ach, goed beschouwd rommelen we maar wat aan. We rommelen maar wat aan. Is dat wat het krijgen van kinderen en hun opvoeding is, aanrommelen? Het bereiden van eten en de verzorging van het huishouden in een huishouden, is dat aanrommelen? Is dat wat artsen en verpleegkundigen of politiemensen of docenten doen, of mensen in de ouderenzorg? Of het lot van (ongeneeslijk) zieken? Of wat automonteurs doen als ze je auto nakijken? Wat de gemeentelijke ambtenaren doen, of piloten? Is dat wat de regering doet? Of wat slachtoffers in een op de 7 huishoudens ondervinden waar sprake is van huiselijk geweld? Rommelen de medewerkers in een supermarkt maar wat aan? Of de boeren en vissers die dag in dag uit voor ons voedsel zorgen? Mogen we de overlevingstocht van bootvluchtelingen ‘een maar aanrommelen’ noemen, of de demonstraties voor democratie in autoritaire regimes? Of het handelen van autocraten?

Je hoort ook wel mensen zeggen: neem jezelf toch niet zo serieus. Het kan niet serieus genoeg genomen worden. Dergelijke relativering miskent de enorme inspanning die zeer velen zich getroosten om dit bestaan een vorm, inhoud en betekenis te geven. Het miskent de onmisbare en onmiskenbare inzet van zovelen voor anderen. Zelfs als we thuis zijn en een middag niet weten wat we zullen doen en we dat kwalificeren als aanrommelen, missen we daarmee de essentie. Aanrommelen bestaat niet. Een persoon zei me eens dat zoveel van wat we doen ‘triviaal’ is. Mijn opvatting staat daar vierkant tegenover – alles wat we doen en denken doet er toe. Iets triviaal noemen, of aanrommelen of zeggen ‘neem het niet al te serieus’ doet het leven schromelijk tekort, is een diskwalificatie van de inspanning van velen. En van je eigen leven. Immers, wat een ander doet draagt bij tot wat wij zelf doen en zijn. En andersom. En je wilt toch niet je unieke bijdrage een kwestie van ‘aanrommelen’ is.

Ook als we het ergens niet mee eens zijn, van alles vinden van wat iemand doet, is en blijft het van groot belang die inspanning die mens zich getroost niet uit het oog te verliezen. Onze levensweg is lang en gelardeerd met en gevormd door tienduizenden situaties. En elke situatie heeft ons gebracht op het punt waar we staan en zijn. Het is dankzij de inbreng van velen, van vele, vele handen dat we dat punt hebben kunnen bereiken. En geen van die momenten was triviaal of een kwestie van ‘aanrommelen’.

Foto: Unsplash – Bofu Shaw

De naam Zenschool Ensō – Zen Circle is niet zomaar. Het is een naam die voortkomt uit Zen Cirkel Lelystad. Voor mij persoonlijk kent de cirkel vele betekenissen. De cirkel is kosmisch – onbegrensd en heel concreet ons leven. Het is zonder begin, zonder einde, ieder moment volkomen open. Het symboliseert de lange weg van je huis verlaten op het Zenpad en uiteindelijk weer thuiskomen. Maar ook – ons leven, ons bestaan gebeurt in een cirkel van onlosmakelijke verbondenheid met alles en iedereen. Die verbondenheid helpt ons in alles wat we doen en maakt ons tot wie we zijn. De cirkel is onze voedingsbron, onze levenslijn. De herkenning van die fundamentele verbondenheid brengen we onvermijdelijk tot uiting in wat we doen en denken. Het is die herkenning waardoor we onszelf in de ander en in alle dingen zien, die ons geweten voedt, die mededogen wekt, die tot diepe dankbaarheid aanleiding geeft. Het niet herkennen van die verbondenheid kan gemakkelijk leiden tot enige vorm van geweld jegens anderen en daarmee jegens jezelf. In fundamentele verbondenheid zijn we de ander, dat is de betekenis van ‘fundamenteel’. De cirkel is een symbool voor meditatie, contemplatie – we geven er expressie aan, we dragen de cirkel met ons mee.

Foto: June Wong – Unsplash

Shared from BBC: The future may be set in stone
BBC Woensdag 5 Februari 2021
Physics suggests that the future has already happened.

Our intuition tells us that the future can be changed, but Einstein’s theory of relativity suggests that there is no real difference between the future and the past. The future, present and past may actually not be as different as we think, says science writer and astrophysicist Adam Becker. He explains this mind-bending idea to Michael Marshall and Melissa Hogenboom, with help from the animators at Pomona Pictures.

Twee jaar duurde de renovatie en de uitbreiding van het Stiltecentrum Bethlehem van de Benedictijner abdij in Doetinchem, dat in die tijd ook een naamsverandering onderging: Abdijhoeve. In december jl werd de afronding gemarkeerd met de plaatsing in een voormalige schuurdeur van een bijzonder glas-in-lood raam. Abt Henry Vesseur vertelt erover: ‘Er is het nodige aan denk- en tekenwerk aan vooraf gegaan. Het eindresultaat zou je kunnen samenvatten met: de schepping van de wereld. Het Bijbelse verhaal van de schepping uit Genesis, hoofdstuk 2 past hier heel goed bij: “De Heer God liet uit de  grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten; daarbij was ook de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad.” Als ik naar het raam kijk zie ik drie dimensies: de aarde, boven de aarde en de lucht. De boom staat  geworteld in de grond waarin ook allerlei zaad ontkiemt. Daarboven groeien bloemen en planten en de blauwe lucht completeert het geheel.  Tussen aarde en hemel zijn verschillende jakobsladders opgericht die de verbinding van natuur en bovennatuur symboliseren. In de Regel van Benedictus neemt de ladder van de nederigheid een belangrijke plaats in: de monnik klimt op naar de top van de volmaakte liefde door af te dalen in deemoed en zich te verzoenen met zijn menselijke broosheid. Net als de boom moeten wij geaard zijn: geworteld staan in onze menselijkheid,
maar met onze kruin in de hemel staan: verbonden met de Eeuwige. In die zin straalt het raam ook eenheid uit.’

Marina Poussart was al die jaren nauw betrokken bij ontwerp en vervaardiging van het raam. Zij stuurde deze informatie erover toe: ‘Het raam is ontworpen en gemaakt door Atelier Ruiten uit Sittard-Geleen. Glazenier Harrie Ruiten en een aantal van zijn leerlingen (Jean Colen, Rob Koenders, Marina Poussart Cor Kremers en Brigitte Thielen) hebben er tweeënhalf jaar aan gewerkt. Het raam vertelt meerdere verhalen. Genesis is er in te vinden maar ook de Jacobsladder. De levensboom kun je ook zien als een labyrint van een eindeloze lijn. De kijker kan zijn eigen verhaal zoeken of maken.

Het hart van het raam is ‘gefused’. Een techniek waarbij kleine stukjes gekleurd glas op het glas gesmolten worden. Een deel van het glas is bewerkt met grisaille waardoor de structuur van het reliëfglas benadrukt wordt en het gekleurde glas een dimensie extra krijgt door de schilderachtige lijnen. Naast het grote raam hangt een kleiner glas in lood object. Een Sedes Sapientiae, zoals er op meerdere plekken in het klooster te vinden is, in een ontwerp van Jean Colen. De drie cirkels symboliseren Maria, het Jezuskind en de wereldbol.’

De boom bevat in het centrum enkele spirituele regels. Voor een ervan werd Ben Sensei aangezocht. Zijn gedachte in het raamwerk is: Van de eeuwige Bron is niets en niemand uitgesloten. Na 15 jaar begeleiding van retraites in de abdij leidde hij in november jl de laatste retraite.

Het leven is één grote paradox – als we denken dat we alles hebben verworven in ons wereldse leven blijkt het op zeker moment toch niet alles te zijn, niet dat wat we werkelijk zoeken. En als we alles kunnen laten gaan, voorbij al die verworvenheden kunnen kijken, valt ons de werkelijke rijkdom tegemoet. En openen zich deuren die we zelf gesloten hielden – door onze vooringenomenheid, eigenzinnigheid, angst, weerstand enz. Als we die deuren (van het hart) kunnen openen ervaren we dat op alles een nieuw Licht valt, letterlijk.

In jezelf kunnen kijken, vraagt heel veel. En kost tijd. En als we werkelijk heel goed kunnen kijken, kunnen we een glimp opvangen van wat ons werkelijk beweegt en dat het die kracht is die ons laat zoeken. Daarom zeggen we ook: Boeddha zoekt Boeddha. Die kracht (of bron, Licht, geest – of hart) is alles wat er is en wil herkend, ervaren, erkend en geleefd worden.

We zijn schepping van het Licht. Al onze emoties, gevoelens en gedachten zijn bewegingen van Licht, van energie. Het Licht zelf doet niets anders dan scheppen en aanwezig zijn. Het heeft geen oordeel, geen mening, geen tijd, geen ruimte. Het IS en vindt een expressie in een wereld die ieder moment lijkt te veranderen. Het is de verbindende kracht. We zijn van niets en niemand gescheiden. In de geest verschijnt het totale universum en hoewel de diversiteit daarin immens is, is alles tegelijkertijd één. We kunnen er nooit buiten vallen, het is wat we zijn!

Terwijl we opgroeien verliezen we er echter alle zicht erop. Ja, we bedenken zelfs de meest bizarre spinsels waarin we uitgaan van een almacht die we na onze dood zullen ontmoeten, en we noemen dat religie of filosofie. Terwijl het zich HIER EN NU ontvouwt, elk moment, eindeloos, in ons, door ons, met ons. We staan in  het levend water terwijl we onze dorst willen lessen. Deze woorden lezend – dat is het Berry, niets meer en niets minder. En als je op staat, koffie zet, de planten water geeft, gaat zitten en nadenkt. Dat is het!

Dat altijd aanwezige kloppend universeel hart wacht met eindeloos, eeuwig geduld op ons mensen om te worden herinnerd en te worden toegelaten. Hoe ironisch – het Licht wat ons schept, ons laat bewegen, ademen, denken, lopen, voelen, spreken en horen biedt ons daartoe ieder moment alle kans.

Waar het op aan komt, is dat je trouw aan het Licht, je hart (shin – Japans) kunt blijven. Het Licht leidt je doorheen goede en slechte tijden. Spirituele training omvat leren luisteren met heel je wezen, oprecht zijn, er naar leren handelen, je kunnen afstemmen op wat gaande is, aanwezig zijn. Telkens weer. Dat heet: je hart louteren (zuiveren). Zuiveren van de bezoedeling van je geest cq hart. Want we drijven telkens weer af – de spirituele beoefening is: we merken het op, halen diep adem, keren terug in de situatie en we nemen de volgende stap.

Langs deze weg wil ik alle cursisten en relaties danken voor het contact en de ontmoetingen dit jaar – live of online. Het was een meer dan opmerkelijk jaar, een jaar voor de geschiedenisboeken. Een verre van gemakkelijk jaar voor velen – voor hen die hun naasten en geliefden getroffen zagen door corona en in het meest ernstige geval hun dierbare verloren en daarbij dikwijls alleen op afstand afscheid konden nemen. Voor hen die in de zorgverlening vooraan staan om ouderen en patiënten te verzorgen en te ondersteunen en zij die werkten aan de coronatesten en preventie. Vergeet niet de velen die in supermarkten en andere plaatsen de samenleving bleven voorzien van het noodzakelijke. Voor hen die in meer of mindere mate in hun levensonderhoud werden geraakt. De vele jongeren die werden getroffen in hun relaties, studie, sport en bijbaan en kampten met een leven in isolatie. Denk aan de enorme ommezwaai in het onderwijs van fysiek naar online leren. Ouders van wie zoveel werd gevraagd in het combineren van (thuis)werk en de begeleiding van hun kinderen in online leren. De overheid die alle zeilen moest bijzetten om het schip van de samenleving enigszins op koers te houden.

Velen hadden het mentaal zwaar. Wat de gevolgen zullen zijn van een lange tijd zich houden aan, toch tegen de natuur in, druisende regels zoals afstand houden – geen hand, hug of kus geven, geliefden lange tijd niet kunnen zien – zullen we moeten afwachten. Het leven toonde zich dikwijls ongepolijst in alle karakteristieken die onder ‘normale’ omstandigheden zo gemakkelijk in het geruis en de prikkels van alledag verdwijnen. Zoals het feit dat we met dit bestaan allen in het zelfde staan. De onverbrekelijke en wederzijdse afhankelijkheid van elkaar. De onvermijdelijke eis van wendbaarheid en veerkracht die het leven van ons vraagt. En met name het gegeven dat onze controle op de gang der zaken gering is. We kunnen het leven en wat zich afspeelt naar eigen goeddunken kleur en betekenis geven, maar wat het volgende moment dat op ons afkomt ons biedt, hebben we niet in de hand.

Te midden van alle vreugde en verdriet, is het besef van eenheid en de wijze waarop de ene natuur een unieke expressie vindt in alles en iedereen, als beleving onmisbaar om alles op en naar waarde te schatten. Te midden van dit alles roept het leven ons telkens weer wakker uit onze mijmeringen, onzekerheid en twijfel om met ons handelen en ons denken naar vermogen het bestaan en al wat zich daarin bevindt, te dienen. Daar, precies op de plek waar we zijn, waar ons pad is en de Weg zich openbaart, hebben we het te doen. Laten we dat als blijvende oefening telkens opnieuw voor ogen houden, ook in 2021.

Voor jullie, je naasten en voor al met wie we verbonden zijn,

alle goeds voor 2021, Ben Sensei

(foto: Lin)

In 2021 organiseert Ensō – Zen Circle o.l.v Ben Sensei twee eigen sesshins (voorjaar & najaar) van elk drie dagen in de Hooischuur, het nieuwe gedeelte van de Abdijhoeve, met name bedoeld voor eigen cursisten en studenten. Het maximum aantal deelnemers is 12.

  • Voorjaarsesshin – donderdagmiddag 6 mei – zondagmiddag 9 mei 2021
  • Najaarsesshin– donderdagmiddag 30 september – zondagmiddag 3 oktober 2021

Kosten pp € 355,00 all-in.

Meld je tijdig aan, uiterlijk 9 weken voor de retraite, dit i.v.m. met aangepaste regels van de Abdijhoeve die met ingang van 2021 gelden voor reserveringen door externe groepen. Je dient de helft van de kosten bij inschrijving te voldoen en de rest uiterlijk 9 weken voor het begin van de sesshin op IBAN nummer NL87 INGB 0001 8696 81 t.n.v. B. Claessens o.v.v. Naam + Sesshin voorjaar of najaar.

Voor de voorjaarsretraite 2021 gelden i.v.m. corona vooralsnog speciale voorzorgsmaatregelen en zendo-indeling.

Voor alle informatie en aanmeldingsmogelijkheid zie de website.

‘We moeten mee, we hebben geen keus’. Je hoort het nogal eens. Dat is een begrijpelijke maar beperkte wijze van naar het leven kijken. Er is een andere mogelijkheid, namelijk: Ik wíl mee, ik zeg ‘ja’, hoe uitdagend, moeilijk of onmogelijk de situaties en omstandigheden ook zijn. Zo’n omslag in de wijze van kijken betekent tot wasdom komen, vol-wassen worden, zoals de maan van een sikkel tot volle wasdom groeit. Menswording. Het leven zelf ís namelijk geen keuze, het is gegeven.

Tot wasdom komen in die zin heeft weinig te maken met succes of prestaties, hoewel het leven deze aspecten niet bij voorbaat uitsluit. Maar het heeft meer te maken met jezelf ‘op het spoor’ komen, in je eigen levensspoor komen, zoveel mogelijk van jezelf zien en leren kennen, heel worden als mens. Het betekent gaan zien dat je gaat zien dat wat je doet effect heeft op de omgeving, dichtbij en verder weg en dat je daarmee verantwoordelijk bent voor wat je doet en denkt.

‘Mens worden’ verwijst naar: op dat vlak heel worden, volgroeien. Het betekent de vermogens die we tot onze beschikking hebben wekken en laten volgroeien. Dat kan niet zonder inbreng van en afstemming met wat ‘de buitenwereld’ noemen toelaten. Sterker, de buitenwereld staat niet op afstand, maar is nabij, en wel heel nabij, namelijk hier, in ons, dat wil zeggen in ons bewustzijn. Het is hier, in ons, waar die ‘buitenwereld’ kleur krijgt – in de oordelen, opvattingen, reacties en de gevoelens en emoties erover. Buiten is dus goedbeschouwd ‘binnen’. Als we de wereld inkleuren door er iets van te vinden, kleuren we de mensen erin mee. We vinden hen zus of zo, ze staan ons aan of niet. Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar veel van die meningen en opvattingen zijn niet altijd ergens op gebaseerd, het is van horen zeggen, van misschien een eerste indruk.

Mens worden is, leren doorheen oppervlakkige meningen heen te prikken, onszelf daarin te leren waarnemen en meer de diepte in te gaan en te zien dat er achter die meningen iets anders schuil gaat, dimensies die veel dieper reiken dan we ons kunnen voorstellen en uiteindelijk ons taalvermogen overstijgen. Zodra we de ander ‘in ons’ vrij kunnen laten van onze eigen neiging tot meningsvorming kan die mens vrij komen en zich vrij ontvouwen en ontplooien, letterlijk. Die ‘ander’ blijkt niet zo ver van ons af te staan als we aanvankelijk geneigd waren aan te nemen. Op een of andere wijze blijken we die persoon te kennen. Misschien niet bij naam, we weten niet waar hij of zij woont, maar het is niet zo’n vreemde als eerder werd gedacht.

Meegaan in allerlei ongefundeerde meningen ontaardt in ‘geleend’ gedrag. We zijn onszelf niet. Zodra we die gewoonte kunnen afleggen, komen we letterlijk meer bij en tot onszelf. Dat wil zeggen bij onszelf als een persoon die in staat is met een onbevooroordeelde blik de wereld in te kijken. Het betekent de transformatie van de persoonlijke verengde blik waarvan we mensen en dingen uitsluiten naar de blik van de ruimte waarin alles en iedereen een plaats heeft. Menswording.

Foto: Unsplash – Mark Tegelhoff