Je bestaan ervaren als een spirituele beleving, vergt – in de meeste gevallen – de innerlijke drang, een diep verlangen tot zoeken naar de essentie ervan door af te dalen in het bewustzijn en door te dringen tot de kern, de volstrekt open en onbepaalde ruimte die dit bestaan in diepste zin kenmerkt. Ik benadruk hier ‘in de meeste gevallen’ omdat sommigen die ervaring spontaan beleven, plotseling in een onbewaakt moment.

Mijn weg begon, wat ik me kan herinneren, rond mijn 7e toen ik me afvroeg wat dit leven was. Ik was me heel vroeg bewust van de strijd in de wereld, nabij en ver weg, en vroeg me, heel naïef af, af of dat de bedoeling kon zijn van ons bestaan. Het hield me zeer bezig. Op de basisschool en in het vo hield ik spreekbeurten over de Israëlisch-Arabische oorlog en over de Ierse kwestie, tussen Katholieken en Protestanten.

In 1983 maakte ik kennis met Nico Tydeman, maar pas in 1999 begon ik mijn Zenstudie bij hem, in Zen Centrum Amsterdam. In 2007 onderging ik bij hem de Jukai ceremonie. Hij gaf me de Chinees-boeddhistische naam Hui-Chao (Stille Verlichting). In 2011 werd Genko Maurice Roshi mijn tweede leraar. Hij wijdde me eind 2015 tot monnik en gaf me eind 2019 transmissie tot Zenleraar en priester.

Van mijn 7e tot het ceremoniële Shiho-weekend in december 2019 werden ruim 55 jaar overbrugd. De transmissie opende de deur naar een ander en volstrekt onvermoed proces. Een proces van verdere verdieping met enkele kernen:

– de mens als ‘vessel’, een vat voor de eigen onbepaalde, ongeboren en open natuur;
– en een studie naar het fenomeen verleden, heden en toekomst
– de magie van het bestaan vertaald in rituelen, tradities, ceremonies en symbolen

Enkele momenten kenmerken de opmaat naar dat proces. Ruim een jaar na de transmissie nam ik afscheid van het bestuur van de Zenschool van mijn leraar teneinde ruimte te krijgen voor de ontwikkeling van mijn eigen ‘dharma’ als Zenleraar. Een half jaar later – nu een jaar geleden – werd ik onverwacht ondergedompeld in een spiritueel proces dat, achteraf gezien, de integratie omvatte van wat we omschrijven als ‘verleden, heden en toekomst’ als zijnde bewustzijnsbeelden die voortkomen uit de continue en volstrekt open en onbepaalde NU-ervaring. De omvang en impact van dat proces is moeilijk in woorden te vatten want op zichzelf onbegrijpelijk. Het proces was hoe dan ook diep ingrijpend en bij tijd en wijle pijnlijk en zeer emotioneel.

Mijn leven is tot dusver in grote cirkels te omschrijven:

–        De eerste cirkel was tot mijn 21e jaar – jaren van verwarring;

–        De tweede cirkel – (zelf)onderzoek in de wereld privé en in werk tot mijn 42e. Die cirkel was rond toen ik medio 1998 voor het eerst in mijn leven een grond en diepe kalmte in mezelf ervoer. Dat was de ingang tot de volgende cirkel;

–        De derde cirkel – januari 1999 kennismaking en aanvang met (de eerste fase van) de Zen training, tot eind 2019, de Shiho transmissie – een periode van heling en transmissie; Een belangrijk proces dat deel uitmaakte van deze cirkel was – uiteindelijk – het ‘afscheid’ nemen, het achterlaten, van het boeddhisme. Het bestaan is niét de Boeddha. We gebruiken wel terminologie en woorden uit een bepaalde levensbeschouwelijke richting maar net als het woord ‘boom’ niet weergeeft wat er in onze tuin of in het bos staat, zo kan het begrip Boeddha of Boeddhanatuur niet weergeven wat we werkelijk zijn of ervaren.

–        Met de transmissie begon een vierde cirkel en een tweede grote fase van de Zentraining – verder afdalen in mezelf en, in dienst ervan, ervaren hoe dit universum beweegt, hoe het minste of geringste in de fysiek begrensde bestaan wordt ingegeven door en plaatsvindt in het oneindig ongeborene.

Ik wil de vierde cirkel kort toelichten. In elke rechtgeaarde spirituele training komen we er vroeg of later, maar onvermijdelijk, op grond van eigen ervaring achter dat ALLES in het totale universum hier, op dit punt waar staan en gaan, plaatsvindt. Tijd en ruimte – heden, verleden en toekomst. Het is hiér, op dit moment, het gaat door mij en jou heen. De Weg van Zen IS de ‘mind’ waar0ver een Zenleraar ooit zei: We zijn er niet van gescheiden, noch zijn we ermee verenigd.

Het bestaan is tegelijk een vluchtig idee én een diepgaande ervaring. Alles van vorm en naam is vluchtig, niet duurzaam, van voorbijgaande aard. Zoals de Bijbel zegt: ‘geen steen blijft op de ander’. Wie zich bovenmatig hecht aan iets of iemand maakt het leven tot illusie. En tegelijkertijd zijn we met alles en iedereen onlosmakelijk verbonden – in de geest! Die verbondenheid volledig toelaten en leven en tegelijkertijd de ander en de dingen vrij laten – d.w.z. niet aan je binden – is de beproeving van het spiritueel leven. Een beproeving die bij tijd en wijle ondraaglijk kan zijn. We zijn mens en kennen emoties, gevoelens en gedachten.

Het spirituele leven omvat ook het besef dat verleden, heden en toekomst geen losstaande eenheden of dimensies zijn maar gedachten die in een en hetzelfde moment – Hier en Nu – opkomen en door elkaar lopen – als herinneringen en als gedachten voor een planning voor ‘straks’. We groeien op met die concepten, we worden erin geschoold, we leven ermee en ‘gisteren’ en ‘straks’ of ‘morgen’ lijkt allemaal werkelijk te zijn. Totdat we ervaren dat verleden, heden en toekomst behoort tot de totale ervaring NU. Wat mij vorig jaar – als een vervolg op die ervaring – overviel was het besef dat, als alles hier en nu is, ik er niet aan ontkwam mijn eigen ‘verleden’ in die NU ervaring te herkennen.

Het bestaan NU verschijnt in een eeuwig Licht maar alles wat ik doe, zie en denk heeft een kleur die gevormd is uit voorgaande levenservaringen. Dat besef bracht me er maandenlang toe bij vele momenten stil te staan en na te gaan waarom ik dacht en handelde zoals ik deed. ‘Vroeger’ was niet ‘ooit geweest’ en weg. Nee, ‘vroeger’ was en is ‘NU’, volop levend en actief in alles wat ik beleefde.

Dé grote kans die het spirituele pad ons biedt, is dat we meer over ons zelf leren. Dat had ik natuurlijk al op vele momenten gehoord en gelezen maar nu begreep ik de diepgaande consequentie. Namelijk, hoe essentieel het is je hele verleden – alles wat er heeft plaatsgevonden en hoe je het hebt ervaren – aan te nemen en deel te laten zijn van het leven NU. Juist dáárin schuilt de kracht van heling. Heling is niet enkel het Licht ervaren, het is je hele leven zien en terugzien in dat Licht.

Onze diepste wezensaard is het groot en eeuwig Licht waarin de hele evolutie plaatsvindt. Het is de mens die in dit Licht verschijnt, die daarin en vandaaruit leeft en handelt. Een spiritueel pad gaat niet zozeer over dat eeuwige Licht, het verwijst vooral naar de onlosmakelijke en wederzijdse afhankelijkheid met alles en iedereen en hóe we in dat Licht antwoorden op de uitdagingen en gestand doen aan die wederzijdse afhankelijkheid. En daarvoor is het essentieel diepgaand te ervaren hoe verleden, heden en toekomst in al on denken en in al onze handelingen tot uiting komen.

De neiging en verleiding om alles toe te schrijven en te ontlenen aan het eeuwige Licht zijn groot. Maar je kan en mag je niet verschuilen achter God, Boeddha of je positie als boeddhist of Zenleraar. Dat zijn de grote valkuilen van het spirituele pad. Nico Tydeman Roshi zei ooit tegen me: Zen geeft geen verdienste. En je kan niets toeschrijven of ontlenen aan Zen.

Dát is waaruit het proces van afgelopen jaar in feite bestond. Het gebeurde allemaal te midden van alle handelingen en werkzaamheden door de dag heen. Het spirituele trainingstraject is een autonoom gebeuren, het gaat zijn of haar gang. Ongeacht waar je bent of wat je doet. Het gedijt op de beoefening van aandacht. En het is ook verklaarbaar. Immers, alles wat we doen en denken was altijd al de werking van de ene geest, ook al zien we dat (nog) niet. Ons ware gezicht was er al van vóór onze geboorte en zal er ook zijn ná ons overlijden.

De derde component van de studie – de magie van het bestaan vertaald in rituelen, tradities, ceremonies en symbolen – komt de komende tijd aan bod. Al vele jaren ben ik gefascineerd door de onbegrijpelijkheid en daarmee de mystiek en magie van het bestaan. En hoe dit zich vertaalt in religies, rituelen en tradities. Het zijn uitingen van menselijke onmacht en creativiteit. Daarover tzt meer.

Ben Sensei

Zie ook Het Vers van verleden, heden en toekomst – Zen Cirkel Lelystad (zenmeditation.eu)

Spirituele wegen kunnen zeer verwarrend zijn, wellicht onnodig verwarrend, vooral omdat ze niet zelden zo de nadruk leggen op de grondleggers en specifieke terminologie die door de grondleggers en de opvolgers worden gebezigd. En door de enorme variëteit aan interpretaties van navolgers en opvolgers. Zoekers naar de zin der dingen worden op die manier niet zelden het bos ingestuurd en spenderen jaren en decennia om de kluwen wol die wordt gesponnen te ontwarren. Wat er gebeurt is – je duikt in de materie van een specifieke spirituele richting. En je moet je er vervolgens weer van ontdoen. Afkicken, zoals dat heet. En voor je het weet ben je twee, drie decennia verder.

Dat is jammer want de werkelijkheid is in feite heel eenvoudig en ontvouwt zich voor onze ogen. Die werkelijkheid heeft feitelijk geen specifieke en/of complexe taal of woorden nodig.

Het gaan van een spiritueel pad betreft tot inkeer komen, een ‘in’ onszelf moeten kijken, in het eigen bewustzijn en leren zien wat de ware aard ervan is. We moeten daartoe afdalen in dat bewustzijn, zoals Johannes van het Kruis het noemt. Een spiritueel pad is inderdaad een ‘scholing van het bewustzijn’ zoals het boeddhisme stelt.

Het menselijk, individueel bewustzijn is een functie van een alomvattende ondefinieerbare natuur en alles wat er in verschijnt is een manifestatie van die natuur. Dát is de crux en de kern. We hebben geen boeddhistische of christelijke taal nodig om daar woorden aan te geven – voor zover dat tenminste mogelijk is. En omdat die natuur ondefinieerbaar is, is in feite ook alles wat er in verschijn ondefinieerbaar. We zijn onszelf een raadsel, een mysterie.

Meditatie staat hoog in het vaandel. Maar spiritualiteit is geen meditatie. Spiritualiteit helpt terug te keren naar je originele en eigen wijze van zien en leven, een wijze die alleen voor jou geldt, voor niemand anders. Het is om die reden dat mystici niet zelden zo’n verrassende levenswijze hebben en onvoorspelbaar zijn. Wie niet langer leeft volgens conventies en opgelegde patronen kan (niet anders dan) de gang van het leven zelf volgen. Hij of zij is bevrijd. Dat is wat we noemen een meditatief leven, een leven in originaliteit, oorspronkelijkheid.

Originaliteit betekent het diepe besef dat er geen twee is, enkel één. Hoewel we leven met een idee van twee (ik en de ander), was en is er altijd maar één. Want álles verschijnt in het ene, de oorspronkelijke aard.

Aan deze werkelijkheid zijn door vele eeuwen heen in tal van culturen verschillende benamingen gegeven. En die namen zijn onder bevolkingsgroepen een eigen leven gaan leiden en hebben tot tal van conflicten en oorlogen geleid. Tot op de dag van vandaag. Spiritualiteit is de persoonlijke ‘quest’ door alle misvattingen en neigingen heen te klieven, in het eigen bewustzijn. Telkens weer zien – nee dit is het niet, dat is het niet. De ui pellen. Totdat je daar komt waar niets meer te pellen valt. En te zien dat dat gewoon het alledaagse leven is zoals we het leiden. Want de werkelijke aard van het alledaagse leven is de gepelde ui, de grenzeloos open ruimte die altijd al open en onbepaald was.

Als je onderweg bent, blijf nuchter, laat je niet misleiden, verdwaald niet. Ervaar proefondervindelijk wat werkelijk is en wat niet. Zie alles als een reflectie van het eigen bewustzijn en daarmee van de eigen geest die ons allen verbindt, waar we allen één zijn.

We denken of zeggen wel eens: al weer dat! Dat deed ik toen en toen ook. Dat heb ik gisteren al gezegd of gezien. We denken dat we dingen herhalen. Onjuist. ‘Herhaling’ is voor meerdere interpretaties vatbaar. In wereldse zin mag het zo lijken maar in spirituele zin is de realiteit anders.

In de wereld leven we met een idee van gisteren, vandaag en morgen waarin we bepaalde zaken herhalen, althans naar ons gevoel. In spirituele zin zijn gisteren, vandaag en morgen geen drie verschillende eenheden of dimensie maar één. We ‘denken’ die eenheden gescheiden van elkaar maar in absolute zin beleven we alles NU.

Ieder moment is anders dan het vorige. Daarom noemen we ons leven ook een ongebaand pad, niet eerder begaan. In het alledaagse leven hebben we wel eens het idee dat anderen voor ons bepalen wat we wel en niet doen. Maar in werkelijkheid gaan jij en ik ieder een eigen pad, ongeacht of we nu wel of niet die ervaring hebben. Dat pad is de weg van NU, dit ene moment, dat zich in ons ontvouwt. In de wereld hebben we het idee dat we met de ogen op afstand een omgeving waarnemen. In spirituele zin zien we met de blik van de oneindige ruimte, met de blik van God. Vandaar de expressie – de ogen waarmee God mij ziet zijn de ogen waarmee ik God zie. Het is één.

Ons denken en handelen is eveneens een door de scheppingskracht ingegeven denken en handelen. En alles gebeurt nu en voor de eerste en laatste keer. Alles wat we denken en doen is eenmalig, uniek. Hannah Arendt schreef niet voor niets dat – vrij vertaald – met de mens de scheppingskracht in de wereld was gekomen. In ons doen en laten, ontvouwt zich de wereld waaraan we met ons bestaan zelf kleur en inhoud geven.

Alles is NU. Alle gebeurt slechts één keer. Er is geen sprake van herhaling of ‘hetzelfde’. Alles is eenmalig en uniek. Dat is ook de reden waarom in de spiritualiteit de aandacht voor wat we doen zo belangrijk is, ja essentieel. Ons doen en laten, de wijze waarop we handen en voeten geven aan ons leven manifesteert namelijk direct en onmiddellijk de unieke scheppingskracht van dit ene moment. In Zen heet het daarom ook: Of we nu de ene voet optillen en de andere neerzetten, we verlaten de plek van Verlichting nimmer.

In de wereld werken en handelen we vanuit een intentie en doel. In spirituele zin is er enkel de handeling omwille van de handeling. Dat is waarom Christus op de lelies in het veld (Mattheus 6-28): ‘Let op de lelies in het veld, hoe zij groeien. Zij werken niet en spinnen niet.’ De lelies manifesteren in hun onschuld en wezensnatuur de werking van de scheppingskracht. Dat is wat de natuur ons in feite vertelt. Dat is waarom Carl Gustav Jung de verbroken binding van de mens met de eigen natuur zo betreurde en er een levenswerk van maakte die band weer te herstellen, dat wil zeggen in de herinnering terug te halen.

In wat we doen en denken, in onze presentie hier en nu, ligt het vermogen verborgen die band volledig te ervaren. Het is ons gegeven te handelen en te denken enkel omwille van het handelen en denken. In feite is die band nooit verbroken geweest maar we zijn ‘m vergeten. Het vraagt van ons beoefening van de spirituele praktijk dat gegeven weer in de herinnering te brengen. En om er vervolgens naar te handelen. Telkens weer. En aldus de eenheid die er met alles is vóór te leven, die eenheid diepgaand te respecteren en te dienen. Want die eenheid is ons pad. En je bent de enige die ‘m kan gaan en onderhouden.

Geachte cursist(e), relatie,

Dit voorjaar onderging een tweetal cursisten, Edith en Frank resp. in Lelystad en in Gorssel, in het bijzijn van hun naaste, de traditioneel boeddhistische Jukai Ceremonie en daarmee de wijding tot boeddhist. Een bijzondere en intieme ceremonie met een duizenden jaar oude traditie.

Op 29 april 2022 overleed Marina Poussart. Met haar partner Robert bezocht ze vele jaren de Zen-retraites in de St. Willibrordsabdij.

Graag wil ik je wijzen op enkele teksten op de blog-pagina van zenmeditation.eu en op de uitnodiging van de St.Willibrordsabdij om in 2023 in een vernieuwd retraiteprogramma rond christelijke spiritualiteit twee weekenden te begeleiden.

Lees hier de Nieuwsbrief Enso Zen Circle-juni 2022

Een hartelijke groet Sensei Ben

 

Het is onbeschrijflijk

Want het is niemand gelukt deze Kracht te beschrijven

Het is onnoembaar

Want niemand is deze Kracht vooraf gegaan

In het boeddhisme wordt veelvuldig verwezen naar wat we boeddha-natuur noemen. We vertalen het ook wel als sunyata, wezenskern en wijzen op de varianten in andere culturen: God, Allah, Atman enz. Het zijn namen of begrippen die in de historie op basis van een directe menselijke ervaring zijn gegeven aan ‘iets’ wat ons begripsvermogen te boven gaat. Alle teksten zijn pogingen tot aanduidingen van, letterlijk, het ‘onnoembare’. En toch willen we telkens weer een poging doen. Ook in dit geval, aan de hand van een vroeg Christelijke tekst.

Voor de hele tekst klik hier Het Onnoembare en Onbeschrijflijke – Johannes

(foto: Apocryphon van Johannes)

Woorden doen ertoe. Vraag het diegene aan wie de liefde verklaard wordt, aan hen die worden opgehemeld en hen ons op ons woord geloven en vertrouwen. Maar ook aan diegenen die gepest worden, bedreigd of uitgescholden, aan hen die keer op keer horen hoe weinig waard ze zijn en ongewenst.

Woorden doen ertoe. Waarom anders met elkaar spreken? Boeken en kranten volschrijven en lezen?

Woorden doen ertoe. Waarom anders voeden we op met woorden en gebaren, geven we onderricht, begeleiden en coachen we, luisteren we naar de nieuwslezers? Omdat woorden ertoe doen. Als je ziet en leest wat er rondgaat zijn we getuige van banden die gesmeed worden en verbroken, op basis van woorden.

Waarom ontkennen sprekers van woorden van gif, mits ermee geconfronteerd, zo vaak hun intentie, of zelfs dat ze de woorden hebben gesproken? Impuls. Onnadenkendheid. Een moment van emotie. Hoe dan ook, hebben hier opvoeding en onderwijs tekort geschoten. Heeft het leven zelf, de ontelbare ervaringen dag in, dag uit, hen niets geleerd?

Kwetsen, bedreigen en onwaarheden verspreiden met woorden zijn in de samenleving tot kunst verheven. De kunst van het onvermogen de ander te zien als jezelf, om in de ander jezelf te zien en te zien hoe afhankelijk je van haar of hem bent. Ons gehoor is een krachtig vermogen, wat er binnenkomt bouwt op of breekt af.

Woorden, opkomend en uitgesproken, verdampen ze op hetzelfde moment in het eeuwige Licht van de eeuwigheid. Van klanken naar woorden in een evolutie waarin ze in tal van culturen bijdroegen in de overdracht van generatie op generatie.

Woorden – wat je uitspreekt en de wijze waarop – kunnen bevrijdend werken of gevangenissen scheppen, niet zozeer naar de buitenwereld toe als wel in onszelf, waar die buitenwereld ontstaat en tot leven komt! Daar en alleen daar kunnen we de wereld verduisteren of tot klaarheid brengen. Daar en alleen daar vinden de woorden hun geboorte en laten we verbinding of de onwil daartoe spreken.

Leven is als een jonge plant die vraagt om een vruchtbare grond en water – verbindende woorden zijn als helder, fris water, al het andere is als een gif dat de aarde tot een doods veld maakt.

De werkelijkheid kunnen en mogen we niet ontkennen – de oceaan van liefde, vertrouwen en saamhorigheid kan omslaan in een oceaan van haat, wantrouwen en conflict. Maar wat er ook gaande is, welk veld willen we in onszelf aanplanten? Welke bron aanboren? Welke woorden uitspreken en verspreiden.

Woorden doen ertoe.

Realisatie en het voorleven van die realisatie – die realisatie op een spiritueel pad als Zen is verreikend en alomvattend. De beoefening is daar in het alledaagse leven handen en voeten aan te geven, met andere woorden, het inzicht (van geen-inzicht) vruchtbaar laten zijn.

Realisaties kunnen zijn

  • het hele verleden in een eeuwig fundamenteel open NU heeft plaatsgevonden en dat van die fundamentele openheid
  • niets en niemand ervan zijn uitgesloten
  • alles wat verschijnt in deze natuur of geest fundamenteel open is – al onze ervaringen, gedachten, emoties.
  • dat daarmee alles en iedereen in die openheid bijdraagt aan mijn weg en de weg van ieder ander.
  • dat we daarin bewogen worden en elkaar dragen.
  • dat we in het Licht gewoon mens zijn, met alle zwaktes en sterktes, onze verscheidenheid en kwetsbaarheid.
  • Alles, ieder moment is openbaring van eeuwigheid en betrekkelijkheid. In al ons doen en laten gaat het universum schuil
  • Alles is mij nader dan ik mijzelf
  • Of je achterom kijkt, in het verleden of vooruit naar wat nog komt, weet dat je blik hier en nu die van de ruimte is.
  • Met gassho brengen we bijeen wat nooit gescheiden was.
  • Met wierook tonen we de vergankelijkheid en met de kaars het eeuwige licht.
  • Als je te ver vooruit kijkt of teveel achterom, als je verblind wordt door een last die je met je meedraagt en niet ziet waar je bent – kan de blik van de ruimte zich nooit ontvouwen.
  • De dharma van verwondering – het eeuwige dat zich uitdrukt in het niet duurzame.
  • Vragenderwijs: wat heb je nodig – wat kan ik voor je doen.
  • We dragen de leer van de Boeddha, we belichamen Boeddhanatuur, er is niets en niemand uitgesloten van het sacrale, van deze ongeboren aanwezigheid.

Hoe geven we in ons weerbarstige alledaagse daar handen en voeten aan? Hoe leren we onvoorwaardelijk vertrouwen op niet-weten? Hoe leef je dat voor?

Door

  • de zentraining aan te gaan – meditatie, persoonlijk onderhoud, studie en duiding van teksten
  • het ongeloof dat ons geregeld overvalt te overwinnen
  • discipline en toewijding
  • meer en meer of plotseling de samenhang der dingen diepgaand te ervaren en te zien hoe alles jou draagt en van alles voorziet op je weg
  • uitwisseling met (mede)cursisten in kleine groepen of individueel
  • je pad te realiseren als een door en door fysieke ervaring
  • steeds weer te ervaren hoe verduistering van geest ontstaat
  • onvoorwaardelijk te vertrouwen op niet-weten
  • te zien hoe de wijsheid van de dharma functioneert – alles valt in elkaar, alles is fundamenteel open, de dharma heeft geen bijbedoelingen.
  • je door de dag telkens weer die fundamentele bestaansgrond te herinneren. Drie keer per dag een half uur zazen.
  • gedurende de dag telkens weer tot jezelf te vinden, door vanuit bevangenheid en vooringenomenheid de openheid op te zoeke
  • voor een gesprek of een activiteit weer een moment te nemen en in je lichaam te komen.

In alledaagse praktijk is de beoefening van gelatenheid de grondoefening. Wat opkomt niet voeden. Afleren als praktijk.

Zelfonderzoek is een pijler – je conditionering en patronen leren kennen.

Je onderzoekt het gebruik van woorden – hun vluchtigheid, openheid en hun lading

 

Zoveel zielen, zoveel interpretaties van het thema ’vrijheid’, alleen…ware vrijheid is niet zozeer een thema als wel een ervaring. Een zeer kostbare en onvervangbare ervaring van ‘iets’ dat eenieder van ons gegeven is, want inherent aan onze wezenskern.

Hier wordt niet bedoeld de vrijheid om te zeggen wat je wilt of wat je denkt (hoewel die vrijheid dat niet uitsluit), het is meer de vrijheid werkelijk te ‘zijn’. Vrijheid is geen bezit, het is evenzeer wat de ander toekomt, het geboorterecht van eenieder.

Vrijheid vertroebelt, ja verdwijnt, bij elke vorm van ‘het willen bezitten’,  ‘het willen dicteren en sturen ervan’, ‘het jezelf toe-eigenen ervan’ en bij de onderdrukking van jezelf of de ander in enigerlei vorm. Er kan geen eigen vrijheid bestaan ten koste van het wegnemen – door concepten, woorden en/of daden – van die vrijheid bij jezelf of bij de ander.

Het ligt in ons vermogen werkelijke vrijheid te leren zien en ervaren voor wat het is, namelijk een uiterst breekbare open ruimte waarin alles en iedereen mag ‘zijn’. Vrijheid komt niet zomaar aanwaaien. Vrijheid heeft een prijs, het moet worden gedeeld, werkelijke vrijheid is een gedeelde ervaring. Impliciet daaraan is het gegeven dat, zolang niet iedereen die vrijheid ervaart ik niet echt vrij ben.

(foto: Lotte Claessens)