Geachte cursist(e), relatie,

We beoefenen Zen om uiteindelijk ten volle te ervaren hoe dit bestaan van leven en dood zich ieder moment weer ontvouwt, hier en nu, op de plaats waar we zijn.

We kunnen niets vasthouden. Als we dat proberen, vernauwt zich ons bewustzijn, verstarren we, en missen we in feite (de ervaring van) ‘het grote plaatje’, het eeuwige, ongeboren en alomvattend Licht, waaruit alles in het universum ieder moment oprijst en weer vergaat.

De verlichte Kerstboom is daar de metafoor van. We herinneren ons het Licht dat de boom des levens voortbrengt.

Lees hier de Nieuwsbrief Enso Zen Circle – december 2021

Een spiritueel proces dient mijns inziens slechts één doel: de weg terug vinden naar jeZelf (hoofdletter Z) en aldus de verschijnselen in en de weerbarstigheid van de wereld te leren zien als de weerspiegeling van de eigen geest en de kleur die we eraan geven als de reflectie van onze eigen rust of onrust, vrede of onvrede. De wereld ontvouwt zich in onze geest en daar en alleen daar geven we er een kleur, mening, emotie, gevoel en oordeel aan.

De grond, de natuur waaruit de schepping voortkomt, is onze geest waarin alles en iedereen een onvervreemdbare plek heeft. En hoewel we alles een naam geven, is de geest zelf onkenbaar. En daarmee in feite ook alles wat er in verschijnt. We zijn geschapen naar Gods beeld. Maar wie of wat is God? Geen idee. En als we geschapen zijn naar dat beeld, wie zijn wij dan? En als bomen, planten, de oceanen ook geschapen zijn naar dat beeld, wat zijn dat dan voor verschijnselen? Wat is alles in de kern? Geen idee.

In ons bevindt zich een onpeilbare diepte en openheid die het totale universum en de cyclus van leven en dood omvat. Die openheid is de bron van alle schepping en in zichzelf een mysterie. In tal van culturen en in de menselijke historie van duizenden jaren heeft die openheid tal van namen gekregen – God, Atman, Tao, Allah, het Onnoembare, Zo-heid, Boeddhanatuur. Het is dat mysterie dat elk verschijnsel – een levend wezen en ding – voortbrengt.

Tijdens onze opvoeding en scholing leren we de namen van die verschijnselen, van de dingen en alle leven. We leren gebeurtenissen inschatten en analyseren. Het is de wereld van het ‘kenbare’, de vergankelijkheid en tijdelijkheid. Velen leven hun leven in die ‘buitenwereld’ totdat ze zichzelf vroeg of laat vragen gaan stellen over dat leven –waarom, hoezo, waarheen? Dat moment kan komen door het plotse verlies van een naaste, een ziekte, een ongeval, een misdaad enz. In ieder geval is het een moment of periode waarop het zo schijnbaar zekere bestaan op losse schroeven komt te staan en er ‘iets’ kan doorsijpelen vanuit een andere dimensie in het eigen leven dat iemand aan het twijfelen brengt en hem of haar op de weg zet van een (innerlijke) zoektocht.

En dan begint de uitdaging. Want wie komen we vroeg of laat op die weg in volle omvang tegen? Onszelf! De geest die alles voortbrengt heeft ook jou en mij voortgebracht ene jou en mij een bewustzijn gegeven, een tijdelijk domein of huis van ‘ik, mij en mijn’, ons ego. En als we de weerstand zien die we onszelf tijdens die spirituele zoektocht bereiden, begrijpen we ook waarom een spiritueel proces, zoals Zen training, zo langdurig is.  De senior beoefenaars onder de lezers zullen dat kunnen beamen. Het ‘ik’ wil de eigen identiteit niet zomaar prijsgeven. Want wat komt er dan voor in de plaats?

Het is een dilemma. Enerzijds willen we het naadje van de kous weten. Anderzijds deinzen we al te vaak terug, in tijden waarin het lastig wordt, de werkelijkheid te ‘dichtbij’ komt, we in dorre periodes verzeild raken en in tijden wanneer de vraag opdoemt waarom we onszelf al die moeite zouden getroosten. We groeien op met een idee van ‘prestatie’, ‘nut’ en ‘zinvolheid’. In het begin van het spirituele proces hanteren we dat idee volop om onszelf gemotiveerd te houden. Maar het proces kenmerkt zich juist door het taaie proces om vooropgezette ideeën, verwachtingen, oordelen te laten rusten, achter te laten. Spiritualiteit is het leren ‘laten’.

Het is een weg door de woestijn. Een weg uit de (door ons zelf geconstrueerde) cirkel van oorzaak en gevolg. Spiritualiteit houdt zich bezig met de vraag: wat ligt er onder of achter die cirkel, achter de wereld die ik voor me zie, waarin ik me elke dag bevindt en begeef, achter de weerbarstigheid ervan, achter de ervaringen die ik meemaak? Spiritualiteit is een proces om die cirkel te doorbreken en dat vraagt uiteindelijk één ding: overgave van het ego. Want die cirkel is de weergave van een star bewustzijn, het eigen bewustzijn waarin de wereld vorm krijgt met alle verschijnselen van dien, met zijn agenda’s, belangen, programma’s, eisen, vragen en uitdagingen, het is de wereld van de tegenstellingen waarin we zeer geregeld verdwalen en de wereld waarin we ons nu en dan verscheurd voelen. Waar is hier de uitgang?

Spiritualiteit is het afdalen in dat bewustzijn en geraken tot in de ondoorgrondelijke en peilloze geestgrond, de scheppingskracht. Het vraagt de overgave van (het idee van een) ‘ik’ aan die diepere en alomvattende geestgrond, de bron, Boeddhanatuur, God. Het proces is daarmee een val in dat diepe en ongewisse. Overgave gebeurt altijd in een onbewaakt moment en kan overal plaatsvinden. Het ‘ik’ is in dat ogenblik even nergens op bedacht, bijvoorbeeld in een moment van afwezige dromerigheid, door een ongeval, een groot schrikmoment, diep verdriet, grote vreugde of in een contemplatief moment. Het bewustzijn is voor een moment onbewust, onbewaakt, open.

In dat moment van totale ‘gelatenheid’, van ‘zelfvergetelheid’ kan alles vallen. Alles achter laten, betekent alles laten vallen, ‘lichaam en geest laten vallen’ zoals Dogen het noemt. Dat betekent ook het concept van ‘lichaam en geest laten vallen’. Want in het moment waarop het mysterie zich ontvouwt, waarop de sluier in ons bewustzijn wordt weggetrokken en alles zich toont als van voor onze geboorte, ervaren we glashelder dat er niets is dat valt: geen lichaam, geen geest, er is niets dat wordt achter gelaten, er is geen weg door de woestijn, er is geen pad van Zen, geen spiritueel proces, niet iets te bereiken of te vinden. Alles – leven én dood – is en wás al hier. Het is allemaal daar waar je bent en nergens anders en het ontvouwde zich al vanaf je geboorte tot dit moment, het moment waarop je deze woorden leest.

Dat er zoiets is als een besef van tijd en een verandering, een verleden, heden en morgen, is mogelijk mede dankzij ons geheugen en ons denkvermogen. We herinneren ons iets en ‘weten’ hoe het gisteren was, we zien hoe het nu is en projecteren hoe het morgen zal zijn. En alles – de totale beleving van verleden, heden en toekomst – gebeurt in ‘the mind’, hier en nu. Er is alleen maar NU, dit ogenblik, deze openheid. En NU en openheid zijn ook slechts concepten van de mystieke ervaring van dit ongrijpbare en daardoor onbegrijpelijke bestaan. Daarom ook is er geen christendom of boeddhisme. Religies en levensbeschouwingen zijn voertuigen. Zoals de Boeddha zelf zegt, boeddhisme is een vlot dat beschikbaar is om de stroom (van de geest) over te steken. Eenmaal aanbeland aan de overzijde, laat je het vlot achter, wellicht geef toon je het anderen, hoe dan ook, je gaat je weg. Met anderen. Dat. Meer niet.

En daarin schuilt juist de vrijheid. In de opgave van (het idee) van alles, valt alles toe. De vrijheid zit in de totale verbondenheid, niet in onszelf loskoppelen van alles en zogenaamd doen waar we zin in hebben. Nee, de vrijheid schuilt in de diepe ervaring dat er en onlosmakelijke verbondenheid is met alles en met iedereen. We zijn in diepere zin zelf ‘alles’, in de geest, de mind, Boeddhanatuur. Er is geen kloof tot de ander, geen enkele. De ander is hiér, in ons. Daar is ie altijd al geweest. De boom daar, de bloem, de laptop, de fiets, de Albert Heijn, de trein, bus, de bossen, bergen en oceanen, de sterren en de maand, dat alles zit hier, in onszelf. Die ervaring is intens, overweldigend en maakt nederig.

Wijzelf zijn de levende verbondenheid, we dragen de eenheid van geest met ons mee, de eenheid waarin alle verscheidenheid en diversiteit thuis is. Elke gebeurtenis, elke ontwikkeling, dichtbij en ver weg, elke persoon, elk ding, het maakt niet uit, al dat leeft in ons. Spiritualiteit wijst ons op die eenheid van de verbondenheid en op de diversiteit. Het is één en onverbrekelijk en we dragen er een grote verantwoordelijkheid voor. Het is wat ons maakt. Het is wat we zijn.

Hoe dragen we in ons leven dat besef uit? Hoe kunnen we dienstbaar zijn aan dat wat ons leven geeft? Dat is de immense en eindeloze uitdaging van de spirituele praktijk. Als leidraad kennen we 16 Voornemens die we aannemen als we tot boeddhist worden gewijd en 19 Voornemens als we tot monnik worden gewijd. Het uitspreken en naleven van die Voornemens vormen een ritueel dat deze diepe verbintenis met het eigen bestaan symboliseert. Spiritualiteit is derhalve in hoofdzaak een proces de realiteit van het eigen leven opnieuw in de herinnering te brengen en aan te nemen, jezelf als manifestatie van het grotere Zelf, de ultieme werkelijkheid opnieuw in het bewustzijn brengen en dát opnieuw verinnerlijken; Opnieuw worden wat we al zijn en leren om te worden wat we nog niet eerder waren.

Alle taal van mystici leert ons te zien waar en wat we zijn, ze leren ons het bestaan lief te hebben, meer te waarderen, ongeacht wat. En om dit leven te delen. Want dit moment van leven omvat alles. Dit is wat er is. Dit moment is wat we delen met alles en iedereen. Dit moment is ons gegeven, onze weg, ons pad waarop alles en iedereen ons begeleidt, ieder moment opnieuw. We zijn geen eiland, niemand van ons, hoe alleen we ons ook kunnen voelen.

We leren zien dat in dit moment van leven en dood alles er toe doet. Niets is vergeefs, niets is verkwist, alles past in elkaar, ongeacht of we het afwijzen of toejuichen. Elke sneeuwvlok, elke regendruppel valt op de juiste plek. En tegelijkertijd worden we aangespoord ons leven te transformeren in een leven dat dienstbaar is. Het betekent telkens weer de innerlijke strijd tussen ego en algemeen belang, telkens weer in herinnering brengen wat er gaande is. De rakusu die iemand die in de Zen-traditie tot boeddhist wordt gewijd, maakt, is een voorwerp van herinnering. Telkens als we de rakusu omdoen, herinneren we ons aan waar we zijn, wat en (met) wie we zijn en wat ons te doen staat. Het herinnert ons de grond waarop we staan, gewijde grond. Het alledaagse leven dat zich daarop afspeelt, is weerbarstig. We worden snel afgeleid,  in allerlei zaken meegetrokken en staan klaar met oordelen en meningen. En toch, telkens weer, doen we een stap terug, laten we de cirkel van oorzaak en gevolg voor wat die is en keren we terug tot in onze geestgrond. Daar waar we zijn. Nu en altijd. Samen met alles en iedereen. Dat is de eindeloze weg van spiritualiteit, van Zen.

Gassho Ben Hui-Chao Sensei

Ineke Konin Vogel is formeel leerling van Genko Roshi en is tevens door hem tot Shuke (thuisloze) gewijd. Een van haar aandachtsvelden is het thema ‘Vrouwen in Zen’ waarover ze workshops organiseert. Zij schreef in dat kader voor deze website een blog over Pajapati , de tante van Siddhartha, de latere Boeddha.

Zij stelt: ‘In zen hebben we het vaak over patriarchen en mannelijke beoefenaars. Echter, in de loop van de eeuwen zijn er ook matriarchen en veel vrouwelijke beoefenaars geweest. Door de verhalen van onze vrouwelijke voorgangers te leren kennen kan ons beeld van onze zoektocht naar ontwaken verbreden. Hun situaties, problemen en zoektochten zijn vaak heel herkenbaar. Juist aan ons, beoefenaars in de 21e eeuw met een praktijk in het dagelijks leven, hebben ze veel te bieden!’

Een passage uit haar blog: ‘De geschiedenis roept veel vragen bij mij op, onder meer over de acht extra regels voor vrouwen. Volgens sommigen zouden de regels later toegevoegd zijn en is dit niet wat de Boeddha zelf gezegd heeft. Toch is het zo dat op de dag van vandaag deze regels in een aantal Aziatische landen worden toegepast wat er voor zorgt dat vrouwen bepaalde wijdingen niet kunnen krijgen en beperkt worden in onderricht en beoefening.
Wat mij raakt in het verhaal van Pajapati is dat zij tegen de stroom in voor haar zaak gaat staan. Ze vertrouwt op de dharma en de beoefening daarvan voor elk levend wezen.’

Lees hier haar MahaPajapati, blog

(foto Buddhistdoor.net)

Het lijkt zo onrealistisch – te veronderstellen dat er zoiets als eenheid bestaat in ons drukke, op prestatie en resultaat gerichte, soms bizar chaotische leven en in de vele ellende die plaatsvindt en bestaat.

En toch, de Kersttijd symboliseert wat in de spirituele beleving elke dag, elk moment gaande is en nooit van onze zijde wijkt. Ieder moment is in feite Kerst-tijd, want ieder moment manifesteert een eeuwig Licht zich in alle dingen, in alles en iedereen. Het onzichtbare toont zich in het zichtbare. De Kerstboom is daarvan een mooie metafoor – de boom van het veranderende leven dat oprijst en verdwijnt in het eeuwige Licht. Het tijdelijke voortgebracht door het eeuwige.

In het westen wordt gesproken van geest. In de Oosterse spiritualiteit van shin, oftewel hart. Het hart van eenheid. Daarom zei een Perzische dichter ook: Mijn hart en jouw hart zijn oude bekenden. We kennen elkaar – in dat hart zijn we één. Het is in feite niet iets nieuws. In de vroegste kindertijd waren we ermee vertrouwd. Alleen, in onze discursief ingestelde en al te vaak op uiterlijk vertoon en prestatie gerichte samenleving is het ondergesneeuwd en zijn we het vergeten. En precies daar ligt veelal ook de oorzaak van ongelijkheid, onrecht en geweld. Spiritualiteit wil ons opnieuw her-inneren aan wat onder ons aller voeten ligt, wat hangt onder al ons doen en denken: eenheid, fundamentelijke gelijkwaardigheid.

Wanneer we onze geschillen en de zo vaak gebezigde nadruk op onderscheid en tegenstellingen (dualiteit) voor een moment terzijde kunnen schuiven en rechtstreeks in ons hart (onze geest) kijken, kunnen we de ander werkelijk als medemens zien. Geen wezenlijk verschil. We komen voort uit een gemeenschappelijk hart, we zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en wederzijds van elkaar afhankelijk. We leven met alles en iedereen in een alomvattende en onlosmakelijke samenhang. De Engelse dichter John Donne zei het al: De mens is geen eiland. Het zijn niets meer dan de oerwetten van de natuur.

Ons leven gebeurt ieder moment in een weefsel van een onnoembaar aantal gebeurtenissen. We worden letterlijk ‘bewogen’ door wat ons omringt en door alles wat er gaande is. Ga bijvoorbeeld eens na wat er voor nodig is om thuis, op ons werk of bij klanten een kopje koffie te drinken, welke lange weg die koffie heeft afgelegd, hoeveel handen daaraan te pas zijn gekomen. Hetzelfde geldt voor het kopje waaruit wordt gedronken, de tafel waar we aan zitten, de stoel, onze kleding, ons transport, de computer, de smartphone, ons huis en de gehele inrichting. Het is duizelingwekkend. Het maakt wat bescheidener wanneer we af en toe ons ‘afgezonderde’ eigen leven in dat gemeenschappelijke ‘licht’ kunnen zien. Het mooie is – dat licht bestaat niet alleen in Kersttijd maar in ieder moment van ons leven, overal waar we zijn. Laat je niet misleiden door uiterlijk vertoon – Kijk! En zie! Het gebeurt en is te vinden daar waar je gaat en staat!

Ik wens eenieder alle goeds voor de Feestdagen en voor 2022!

Sensei Ben

(Aquarel: Lotte Claessens)

Deze blog werd eerder in dec 2019 geplaatst

 

Ons alledaagse leven, daar waar we zijn,
is de plaats van de Zen praktijk.
In ons, en daar en alleen daar, ontvouwt
Nirvana zich als Samsara
ze vormen een onverbrekelijke twee-eenheid.
Nirvana als zijnde de absolute werkelijkheid,
en Samsara als onze levenservaring.
Hoe beide te leven?
We doen het al en tegelijkertijd
vormt het een levensgrote paradox.’

‘We zoeken wanhopig naar Licht, terwijl we daar,
in al ons doen en laten, zelf de expressie van zijn,
dát is de grote realisatie, ieder moment weer!

 

In Zen gaan we uit van Boeddhanatuur, de ware aard en wijsheidsbron waarin alles verschijnt en alles onverbrekelijk met elkaar verbonden is. Te vaak zijn we nogal mentaal bezig met die waarheid. We kijken nog altijd te ver weg, denken nog teveel aan onszelf en laten de verschijnselen, de dharma’s en onze directe connectie ermee buiten beschouwing. Maar het kopje op tafel, den tafel zelf, de stoel en lamp zijn de expressie van die ware aard. Dezelfde aard die hier beweegt, dit leest, die hoort en voelt. Dat wat we voorwerpen noemen, vormen in feite de directe expressie van wijsheid. Ze staan ons ten dienste in ons leven, ze begeleiden ons in elke stap op ons pad. We staan en wandelen erin, denk aan je kleding. Zodra we die ware aard kunnen ervaren en alle dingen als manifestatie ervan kunnen zien, verandert ons perspectief ervan. Ze staan of liggen niet buiten ons, nee, ze zijn hier, in ons. Kijk om je heen en je ziet al duizend dingen met een verhaal, een achtergrond, een doel: wijsheid. Wijsheid is niet een intelligent verhaal wat een slim iemand vertelt, wijsheid is het vermogen dat alle dingen hebben om hun kracht en verbondenheid met ons te tonen. Shunryu Suzuki zei eens: ‘Goed voor een kopje zorgen is goed voor mij zorgen’.  Waarbij ‘mij’ verwees naar de ware aard. Goed voor de dingen zorgen, dankbaar zijn voor hun aanwezigheid helpt om het leven te waarderen, ongeacht de omstandigheden. Een glas gevuld met water is dubbele wijsheid! Net als een pan met voedsel. Als je een dag lang, van ’s ochtends tot in de avond, alle voorwerpen zou benoemen die je gebruikt, die zich aanbieden aan jou, zou je hoofd tollen. Ze zijn er niet zomaar. Ze helpen je de dag door. Ze delen jouw leven, ja, ze ‘zijn’ jouw leven. We staan er letterlijk te weinig bij stil. Jij en de tandenborstel of het kopje hebben dezelfde aard, dezelfde ware natuur. Bij elk voorwerp dat we ter hand nemen, zouden we een stil dankwoord kunnen spreken. Het is die ene zelfde natuur of essentie die ons beweegt en die de verschijnselen voortbrengt. Het is één! Daarom is ons alledaagse bestaan één groot veld van oefening; alleen daar kunnen we ervaren hoe het bestaan zich hier en nu, op een onmiddellijke wijze en zonder omwegen voor ons ontvouwt.

In een zenverhaal vraagt een leraar de monnik: Heb je al gegeten? De monnik beaamt dat. Waarop de leraar zegt: Ga dan en was je kom.

Ga dan en was je kom. Dat is het. Daar zit alles in. Waar we staan en gaan, is een heilige plaats en wat we doen is een geheiligde handeling, in de zin van heilig en geheiligd als helende. We kunnen alleen maar op die plaats zijn en alleen maar die ene handeling doen en op die plaats, in die handeling ontspruit het universum. We zijn scheppende wezens, we creëren. Alles gebeurt daar, waar jij bent, nu, op dit moment. En alles wat je omhanden hebt draagt daartoe bij.

Het misverstand dat Zen enkel meditatie is, zittend op een kussentje, is wijdverspreid. Echter, Zen verwijst naar een staat van geest, in feite elke staat van geest op enig moment in je leven. En in die geest verschijnt ieder moment alles. En iedereen. Niets is uitgesloten. Dat betekent: jij en ik, wij zijn in de kern alles. En het is via ons bewustzijn dat we daar notitie van kunnen nemen. Want dat bewustzijn is een functie van die oneindige, mysterieuze geest.

Hoe treden we die geest, in feite onszelf, en al wat daarin verschijnt op de best mogelijke wijze tegemoet? Dat is de vraag stellen: Hoe gaan we om met de medemens? Hoe treden we die medemens tegemoet? Hoe gaan we om met al wat ons ter beschikking staat, de planten- en dierenwereld, alle dingen en voorwerpen, van een fiets tot een kopje, van een laptop tot een pan op het vuur.

Werkelijk gaan zien dat al dat, niets uitgezonderd, zich onlosmakelijk, onvervreemdbaar, onverbrekelijk ‘in’ ons bevindt (d.w.z. in onze geest) is een essentieel aspect van de Zen training. Dat inzicht toont ons namelijk dat het nooit anders is geweest. Alles was al ‘hier’. Vanaf het begin.

Dat gaan zien betekent dat de herinnering gewekt is aan wat we vergeten waren. En het is die nieuwe herinnering die we dienen voor te leven. Waar we voorheen vooral met een duaal georiënteerd bewustzijn leefden, wordt met die herinnering aan de werkelijkheid van onze geest een zo lang niet ervaren dimensie aan ons bestaan toegevoegd, namelijk die van eenheid. Een eenheid die ongeboren is, die oorspronkelijk is, waarin alles en iedereen thuis is.

Hoe treden we dit alles tegemoet? Vanzelfsprekend in eenvoud. Bijvoorbeeld door bij het opstaan de ochtend en onze naasten te groeten. Door voor het slapen gaan de dag te laten bezinken. Door in alles wat we omhanden hebben, in alle momenten van ontmoeting en in het  gebruik van alle dingen nu en dan stil te staan en te beseffen: dit ben ik ook. Het is wat mij vormt, helpt, steunt, begeleidt, troost enzovoort. De realisatie van het diepe besef van eenvoud in een wereld die voorheen zo duaal leek, haalt enorm veel zorgen van je schouders. Je ziet en weet nu, het is anders dan ik altijd dacht. ‘Ik’ ben anders dan ik altijd dacht. Je bent zoveel meer. Jij bent niet jij want je ziet en beseft nu: Zonder de medemens en zonder de planten en dieren, zonder de lucht, de bergen, oceanen en de sterren ben ik niet wie ik ben.

Het knagende gevoel van ontheemd en eenzaam zijn kan plaats maken voor een diep vervuld zijn van verbonden zijn, van samen zijn, van vervuld zijn. Natuurlijk blijven we mens en blijven we gevoelens en emoties ondervinden. Maar we kunnen ze ongemoeid laten en laten opgaan in die eindeloosheid van de geest. Telkens weer kunnen we ervaren: Alles is hier. En het is nooit anders geweest. Daarin zit de kern van meditatie, van contemplatie: jezelf vergeten en de ervaring leven van bewogen worden en dat ‘iets’ door jou heen ziet, hoort, spreekt, proeft en ademt. Van ‘ik’ naar ‘niet-ik’. Het begrensde is in feite onbegrensd. Het eindige oneindig.

Foto: Lotte

Spirituele teksten zijn geen artikelen zoals je die leest in kranten, of roman of wetenschappelijke taal. Kranten, romans en wetenschap produceren wereldse taal, de taal van analyse, feiten, onderzoek of de verbeelding. En hoewel ook die teksten en woorden de beweging van de geest manifesteren weerspiegelen ze vooral het functioneren van bewustzijn, het denken en de gevoelens en emoties van personen. Het zijn teksten waarvan men ‘denkt’ dat men die zelf produceert. Ze gaan uit van een wereld buiten ‘mij’ die wordt gevolgd, geanalyseerd en beschreven. En elke dag veranderen de teksten over mensen, samenleving, politiek, wetenschap, onderwijs handel enz.

Die teksten zou je de golven op de oceaan kunnen noemen, geschreven vanuit wat zich afspeelt aan de oppervlakte die altijd in beweging is, dat wil zeggen, in beweging teweeg gebracht door onrustige geesten die in woorden willen vatten wat niet in woorden te vatten is.

Spirituele teksten willen inwijden in wat niet in woorden te vatten is. Een voorbeeld. Wanneer er over een boom wordt gesproken, wordt een beroep gedaan op ons voorstellingsvermogen. We hebben een ‘idee’ waarover het gaat. Maar ‘boom’ is slechts een begrip, een vierletterwoord. Een begrip als ‘bos’ heeft slechts drie letters. De spiritualiteit stelt: een boom is veel meer dan een vier-letterwoord. Een bos is oneindig veel meer dan de drie letters die we gebruiken. In werkelijkheid staan die letters en woorden voor iets dat ‘onzegbaar’ is. Net als ‘mens’, of willekeurig elk woord. We benoemen en beschrijven voortdurend met woorden wat in werkelijkheid niet onder woorden te brengen is. Want wat is het geval?

Spiritualiteit poogt ons voorbij de dingen te brengen, voorbij de woorden. Zelfs voorbij een woord als God of Boeddha. De 12e eeuwse Japanse Zen leraar Dogen stelt: Je moet lichaam en geest laten vallen. ‘Laten vallen’ betekent doordringen tot het hart van Zen, onmiddellijk zien, direct ervaren, herenigd zijn met hetgeen waarmee je altijd al één was. Dat is de geboorteplaats van spirituele taal. Spirituele taal is geen dagtaal, geen taal van het denkbewustzijn, het komt vanuit de diepte.

We zien een boom. De een zegt ‘dat is een boom’. De ander kan in een verwonderende emotie alleen maar uitbrengen ‘oohhh!’. Twee mensen zien hetzelfde en toch totaal anders. De een vanuit een bewustzijn vernauwend denken, de ander vanuit de oorspronkelijke openheid waar de boom een onvervreemdbare plaats heeft en als het ware ‘in’ hem of haar ‘zit’, immers, het heeft dezelfde ongeboren aard. Dat wat we boom en mens noemen, zijn manifestaties van een en dezelfde wezensaard, mind. Het is een jong kind van nature gegeven zo de wereld te bezien, als één, het kent het duale onderscheid nog niet. Maar gaandeweg raakt het die onschuld en onbevangenheid kwijt, door scholing en opvoeding. Want ouders, leerkrachten en alle mensen en boeken zeggen allemaal hetzelfde: Dat is een boom. Op school leert het kind: vier letters. En daarmee verdwijnt de magie en het oorspronkelijke uit ons leven. De magie is niet weg, maar we zijn het vergeten. Dat is wat wordt bedoeld met uit het Paradijs, het Hof van Eden verstoten zijn.

In ieder (en in alles) leeft dat Paradijs voort, onder de oppervlakte van een druk en door uiterlijkheden beheerst bestaan. Dat we ons in een oceaan bewegen, in feite de hemel op aarde, ontgaat ons omdat we niet zien en ervaren dat we er zelf de volledige expressie van zijn. Al dat gaat schuil achter het krachtige schild van ons denken en bewustzijn. De wereld leeft vooral vanuit concepten, ideeën en (voor)oordelen en in een wijze van denken dat die waar zijn. De beelden die we van onszelf en de wereld hebben, worden waarheden en doorheen de hele historie hebben mensen en volkeren gevochten over wat de beste waarheid is. Door alleen de concepten en zonder de magische oorspronkelijke bron te leven, maken we slechts de buitenkant van ons bestaan mee. En we klampen ons er met alle kracht ook nog volhardend aan vast. We persen het leven eruit omdat we de magische bron niet kennen. Ja, ontkennen. Welk een tragiek.

Het bestaan, de ervaring van leven en dood, is op zichzelf geen illusie, het is werkelijk in alle schoonheid en weerbarstigheid, maar door de blinde hechting aan concepten, woorden, mensen, groepen en dingen verwordt het tot illusie. We klampen ons vast aan een ideologie, een huis, een auto, status en bepaalde personen en scheppen een totale illusie. Ja, een dubbele illusie. We staan los van de magische bron in ons en aanbidden de buitenwereld. Vanuit deze situatie komen mensen zelden tot een spiritueel pad. Het vraagt niet zelden een schokmoment om te durven en te gaan twijfelen aan vermeende zekerheden. Een gebeurtenis zoals een periode van ziekte bijvoorbeeld. Het verlies van een dierbaar persoon of dier of een ongeval of het verlies van een baan. Zulke ingrijpende gebeurtenissen kunnen ons vaste zelf- en wereldbeeld aan het wankelen brengen.

Spiritualiteit staat voor afdalen in het eigen bewustzijn – het is een onszelf afwenden van de buitenkant van een boom en een inkeer tot in de diepte van de ongrijpbare en ondefinieerbare plek waar die boom ontstaat, namelijk ‘in’ onszelf, in deze geest, in dit lichaam. Daar, in ieder van ons, ontvouwt het hele universum zich, ieder moment. Daar heeft ‘iets anders’ het voor het zeggen, niet ik. Wat zich ‘ik’ noemt, is slechts de hoeder van dit alles, van de boom, de mens, de planeet, ja het universum. Al dat gaat door ons heen, ieder moment weer want het complete universum wordt wedergeboren, onophoudelijk, het drukt zich onvermijdelijk en op niet te weerhouden wijze uit in mij, in jou, in alles en iedereen en zo sterven we en worden opnieuw geboren.

Afdalen in onszelf gebeurt met hulp van spirituele teksten, waarop we telkens weer kauwen. Als we ‘denken’ ze te snappen, slaan we de plank mis. Het gaat niet om begrijpen. Het gaat om bevrijden. Jezelf bevrijden van je wil, je weten, de neiging te willen pakken en hebben. Lichaam en geest laten vallen.

De werkelijkheid van een boom of bos doorgronden, is onze eigen werkelijkheid doorgronden en ervaren hoe onverbrekelijk verbonden we zijn in een oceaan die ons allen verbindt, van het kleinste tot het grootste. Ja, we hebben de wereldse taal en het wereldse leven nodig, maar om te waarderen wat gaande is, om de werkelijkheid die we zijn ook werkelijk te kunnen leven, dienen we ons bestaan te doorgronden en tot die diepste werkelijkheid door te dringen.

Een boom, een bos, een mens. Het zijn meer dan letters. Oneindig veel meer. En we zijn het ten diepste zelf. Maar wat zijn we dan ten diepste…?

Foto: Lotte

Op 23 september 2021 vindt eindelijk de langverwachte opening plaats van het geheel vernieuwde gastenverblijf en stiltecentrum van de Sint-Willibrordsabdij in Doetinchem. Na een verbouwing van ruim twee jaar werd in november 2020 het project afgerond.

KLOOSTERKRACHT • 28 JULI, 2021 |

Van de e-nieuwsbrief van ENSŌ ZEN CIRCLE september 2021 – door Sensei Ben Hui-Chao

Een spiritueel proces dient mijns inziens slechts één doel: de weg terug vinden naar jeZelf (hoofdletter Z) en aldus de verschijnselen in en de weerbarstigheid van de wereld te leren zien als de weerspiegeling van de eigen geest en de kleur die we eraan geven als de reflectie van onze eigen rust of onrust, vrede of onvrede. De wereld ontvouwt zich in onze geest en daar en alleen daar geven we er een kleur, mening, emotie, gevoel en oordeel aan.

De grond, de natuur waaruit de schepping voortkomt, is onze geest waarin alles en iedereen een onvervreemdbare plek heeft. En hoewel we alles een naam geven, is de geest zelf onkenbaar. En daarmee in feite ook alles wat er in verschijnt. We zijn geschapen naar Gods beeld. Maar wie of wat is God? Geen idee. En als we geschapen zijn naar dat beeld, wie zijn wij dan? En als bomen, planten, de oceanen ook geschapen zijn naar dat beeld, wat zijn dat dan voor verschijnselen? Wat is alles in de kern? Geen idee.

In ons bevindt zich een onpeilbare diepte en openheid die het totale universum en de cyclus van leven en dood omvat. Die openheid is de bron van alle schepping en in zichzelf een mysterie. In tal van culturen en in de menselijke historie van duizenden jaren heeft die openheid tal van namen gekregen – God, Atman, Tao, Allah, het Onnoembare, Zo-heid, Boeddhanatuur. Het is dat mysterie dat elk verschijnsel – een levend wezen en ding – voortbrengt.

Lees hier de hele tekst: Nieuwsbrief Enso Zen Circle – september 2021 Blog