Wat door alle mystici in de religieus en culturen doorheen alle eeuwen wordt beschreven, is de weg van de sterfelijke mens die zoekt naar een antwoord op vragen rond de essentie en terugvindt tot (de eeuwige wezens)kern van het bestaan, hier en nu. Het is een weg van her-innering – we herinneren ons en ver-innerlijken wie of wat we ten diepste zijn en wat de aard van dit bestaan, onze aard, is.

De Japanse zenleraar Dogen (11e eeuw) omschreef het spirituele pad aldus:

Het boeddhisme bestuderen is jezelf bestuderen.
Jezelf bestuderen is jezelf vergeten.
Jezelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet.
Ontwaken door alles wat zich voordoet is de bevrijding/ontwaken
van je eigen lichaam en geest en die van anderen.
Geen spoor van ontwaken blijft over en dit spoorloze
ontwaken in eindeloos.

Wat er op dit pad feitelijk gebeurt, en daar zit het trainingselement, is de realisatie van een grote paradox. We houden onszelf voor dat we als individu op zoek zijn naar van God of Boeddhanatuur om er vervolgens achter te komen dat dat ‘het’ altijd al aanwezig was en ons in wezen op weg zette. We ontwaken uiteindelijk tot het Licht dat zich in alles en iedereen uitdrukt – vandaar de grote realisatie van de Boeddha in zijn nacht van ontwaken: hij zag dat onze wezensnatuur de sterren, de maan, de bergen en oceanen omvat. Een dat die hee natuur in onszelf, in onze geest aanwezig is. Zoals Jezus zegt: Het Koninkrijk Gods (de oneindige geest) is in u. Kijk naar de sterren, de maan, de oceanen en de bergen en ervaar: er is niets wat tussen mij en de sterren staat – we zijn één in de alomvattende geest die ons met alles verbindt.

Ons spirituele pad is de lange (eindeloze) weg om de directe ervaring van dat eeuwige Licht te integreren in ons dagelijks leven, als zijnde ons dagelijkse leven. Het is het door en door gaan zien en ervaren dat het Licht er altijd is, dat het zich (in onze geest) van moment tot moment als de totale wereld en het universum ontvouwt. Nico Tydeman zei eens: we zoeken Licht, maar we zijn Licht! Elk moment is de volle en nieuwe manifestatie ervan. Waarom dit pad zo veel tijd vergt, is omdat we zo eigenwijs (en niet zelden zo ongelovig erover) zijn. We denken: nee, het Licht, God kan nooit zó nabij zijn, dat is mij niet gegeven, het is te veel, het is onmogelijk. Maar gaandeweg en onvermijdelijk ervaren we die nabijheid meer en meer. Daarom heet het in Psalm 139 kortgezegd ook: ‘Gij zijt mij nader dan ik mijzelf’. God is het scheppende Grote principe. We leren het Licht (God, Boeddhanatuur of de Scheppende Energie) te vertrouwen en meer en meer in het bewustzijn toe te laten (we noemen het Licht ook wel het Grote Principe van de bewustzijnsbron). Maurice noemt dit langdurige proces van integratie en het leren ernaar te leven het afdalen van de berg – in je dagelijks leven handen en voeten geven aan het Licht. Spiritualiteit begint voor velen met zitten op het kussen of op een zitbankje maar daar eindigt het niet. Uiteindelijk leren we via meditatie/contemplatie het Licht in ons leven te ervaren en actief in het dagelijks leven te brengen en aldus een meditatief leven te leiden.

Foto: Lisanne

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie