Zoals al in de Bijbel is genoemd, liefde en naastenliefde staan het hoogst aangeschreven. We spreken hier niet over de liefde voor een persoon in de zin van: ik houd van jou en niet van de ander, maar van Grote Liefde, onvoorwaardelijke liefde voor de ander, voor elke ander, als zijnde de unieke manifestatie, beeld van de Ene essentie. De Grote Liefde die me op een onmiddellijke en ondubbelzinnige wijze toont, de ander, dat bén ik. het is deze Grote Liefde die zich enkel kan ontvouwen in de geest van de mens die ‘leeg’ is, volkomen ontvankelijk, in wie de aanwezigheid van de essentie zich tot in de genen laat gelden. Liefde is de werkzaamheid van de scheppingskracht, opgemerkt in de ziel van de mens en daar tot volle ontplooiing komend. Dit kan zodra in de mens de zintuigen niet meer interfereren en bezoedelen en de scheppingskracht ongehinderd de geest vervuld. Alles, maar dan ook alles komt in zo’n ogenblik in het volle Licht te staan, van het kleinste tot het grootste, van dichtbij tot in de verste uithoeken van het universum, want niets is uitgezonderd van of buiten die kracht. Dit is de werking van de geest waarvan de mens de genade van de getuigenis ontvangen heeft. Overigens, niet ieder zal het zo ervaren, afhankelijk van de levensinstelling, de omgeving en de ervaringen die men heeft moeten doorstaan of nog doorstaat.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord