Aandacht aanwezig zijn, inkeren. Inkeer duidt op jezelf innerlijk ‘verzamelen’ door alles te ‘laten’ wat er opkomt en door puur aanwezig te zijn sensitief te worden voor het mysterie, de eenheid van de Heilige Geest en de daaraan verbonden alomvattende stilte. ‘Gelatenheid’ is niet hetzelfde als onverschilligheid of niets doen. Het is niet ‘iets’ doen. We laten de buitenwereld voor wat die is. Evenals alles wat op komt. Met andere woorden, we doen er ‘niet teveel mee’. We keren steeds weer terug naar ‘hier’, we keren in. Er is aanwezigheid, schouwen, hier zijn (waar we overigens al zijn en altijd al waren) en daarmee als vanzelf bij de handelingen en de dingen zijn, meer nog, in de handelingen en de dingen, waarachtig zijn. De aangeleerde neiging om direct te reageren op prikkels en neigingen ‘laten’ we. We gunnen de zintuigen een vakantie. Niet ik adem, ‘het’ ademt. Gedachten laten we komen en gaan. We staan open voor…ja, wat is het wat zich aan mij voordoet , wat door mij heen gaat, wat is dit zien, dit bewegen, horen, proeven, bewegen, voelen? Dat is de beoefening van gebed en meditatie en het kost tijd, want uiteindelijk is het een je laten veroveren door, een opgaan in het grotere geheel. De sluier valt weg, de mist trekt op, de appel valt van de boom.

Aldus versmelt ‘ik’ in de tijd met het antwoord op de vraag: Wat raakt en bezielt mij?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord