Zen leert de mens, terwijl hij in de uiterlijke wereld actief is, die uiterlijkheid te doorgronden door ‘in’ de aard der dingen te kijken, deze aard te ont-dekken.

Daarom wordt ook wel gezegd dat een zen-mens, als hij eenmaal in de aard van het bestaan is binnengedrongen, nooit meer naar ‘buiten’ hoeft te kijken.

Hij kan de dingen ongemoeid laten omdat hij hun aard kent.

Hij weet en ervaart, de energie van die aard vloeit door hem heen, hij herkent de dingen als zijnde zichzelf, hij is opgenomen in de stroom van het bestaan en wordt erdoor bewogen, onbelemmerd, ongehinderd.

En het is die stroom van energie die in de mens, buiten zijn wil, zonder onderscheid liefde, compassie en grondeloze waardering wekt.

Ieder moment, zo ziet de ontwaakte mens, is van onvergelijkelijke waarde, uniek en groots in al zijn schoonheid én al zijn afschrikwekkendheid.

Ook degene die het leven als last ervaart, kan door zen-beoefening plots letterlijk met ontwaakte, andere ogen in het leven komen te staan en inzien dat hij het eigen leven nooit een kans heeft gegeven.

Dát leven, met alle onvoorspelbaarheid, gaan waarderen, is in mijn ogen de unieke vrucht van de zen-beoefening.

Foto: Lin

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie