Wanneer je werkelijk aanwezig bent, laten we zeggen in het kijken, het zien, dan wordt er enkel nog maar gekeken. In feite is er niet iemand meer die kijkt en is er niet iets waarnaar gekeken wordt. De illusie van de dualiteit – een vermeend ‘ik’ dat naar iets of iemand kijkt – is voor een ogenblik opgeheven. Het geschapene is terug (getrokken) in de eigen essentie – degene die kijkt en dat waarnaar wordt gekeken zijn blijken één. Er is alleen een oergrond, zo-heid, Boeddhanatuur, het Onnoembare waaruit alles wat we ervaren en waarnemen oprijst en waarin alles weer terugkeert.

Zo-heid of leegheid kan niet zonder vorm. Er is niet zoiets als een leegte of een Boeddhanatuur aan de ene kant en een wereld van fenomenen aan de andere kant. Het is niet twee maar één en in feite 0. Fenomenen, de wereld zoals die we ervaren is ook niet ‘niets’. De verschijnselen bestaan en ze bestaan niet, tegelijkertijd. Ze bestaan in samenhang met elkaar. Ze brengen elkaar in feite voort, afhankelijk van condities, in wat we het ‘moment’ noemen maar dat geen moment is. In onze wereld leven we in tijd en ruimte. In het absolute, Boeddhanatuur, zijn tijd en ruimte afwezig. Er is enkel een eeuwig ‘is’ of Licht. Deze eeuwige natuur brengt alle fenomenen voort, alle (zintuiglijke) ervaring, het besef van relativiteit, van niet-duurzaamheid.  Wanneer we de fenomenen nader beschouwen en ‘demonteren’ komen we tot de kleinste deeltjes die zich als energiegolfjes gedragen en geen onafhankelijke substantie hebben of zijn. Een stoel, een vaas, een kopje, een auto, een lichaam – het zijn allen constructies van het ongrijpbare, van energie. Ze zijn beelden – ‘constructies’ –  van onze geest en daarmee per definitie verschijningen van Licht. Een zenleraar zei ooit: ‘We zoeken Licht en we missen het zicht op de werkelijkheid, namelijk dat we Licht zíjn!’

(foto: Pexels)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord