De spirituele weg vraagt volharding, toewijding en een groot verlangen. De weg naar binnen is een lange weg, met perioden die we als ‘dor’ kenmerken, perioden waarin niets zinvol lijkt en alles vruchteloos. Het vertrouwen en het geduld worden veelvuldig op de proef gesteld. We weten niet waarheen de weg ons leidt of wat ons op dit pad beweegt. Maar al naar gelang we vorderen op de weg vergroten we en verdiepen we, met vallen en opstaan, het vertrouwen in en de intimiteit en de afstemming met de weg die ons leven is. Zodra we leren ons werkelijk open te stellen voor de kracht die ons leven schenkt, valt alles ons toe.

Wat ons leven schenkt, is wat ons in al onze stappen beweegt, het is de onzichtbare kracht die zich in alles manifesteert – in alles van vorm en naam. Het is deze kracht die een onlosmakelijke verbondenheid betekent met en tussen alles en die de kracht en het wonder van mededogen en vergeving bewerkstelligt.

Ons afwenden van die weg van eenheid brengt emoties en gedachten van verdeeldheid, ons toewenden, herstelt die eenheid en laat ons delen in de kracht van de liefde. Daarin ligt dus het geheim – in de mate waarop we ons kunnen en durven openstellen, de mate waarin we onszelf kunnen laten ‘vallen’ in de onmetelijke en peilloze diepte van de scheppingskracht waarvan we zelf de expressie zijn. Dat is waarom we het ‘thuiskomen’ en ‘wedergeboorte’ noemen. Het is de her-innering aan wat we zijn, aan waar vandaan we komen en waarheen we gaan. Niet in de tijd gezien, maar hier en nu, in ieder moment.

De scheppingskracht die we Boeddhanatuur of God noemen is ons nader dan wij onszelf en omdat we er niet bij kunnen en we onszelf er alleen aan kunnen overgeven, is en blijft het een mysterie, is en blijven we onszelf een mysterie. Nee, we kunnen onszelf niet kennen, hoezeer we onszelf ook kleden met namen, titels, deugden en voornemens, we weten het niet.

Dit pad en dit mysterie staat niet op afstand van ons leven – het manifesteert zich in iedere stap op de weg, in al ons doen en laten en het is onze opgaaf dit doen en laten op te dragen aan het mysterie waarin we met de medemens en alles wat is één zijn. Daarom gaan we de weg uiteindelijk niet voor onszelf maar staat die ten dienste van de ander en van alles wat is. Telkens weer vermoeien we ons de verdeeldheid te laten en de eenheid te wekken en vandaaruit te handelen, te denken, te luisteren en te spreken. Juist omdat al onze vermogens, ons lopen en ons ademen, enkel in en door en met de scheppingskracht, de Boeddhanatuur, kunnen plaatsvinden, is onze beoefening erop gericht ons voor die natuur open te stellen conform het credo Niet mijn wil maar Uw Wil geschiede. Waarbij wat we ‘Wil’ noemen geen menselijke wil is maar staat voor de totale scheppingskracht die ons beweegt. Zodra we ons open stellen worden we opgenomen en bewogen door die kracht. We leven dankzij, in en door die kracht en derhalve spreekt het voor zich dat het ons beweegt en leidt en dat, wanneer we er werkelijk gehoor aan kunnen geven, we ons ermee willen afstemmen en opgaan in de diepste verbinding met alles, in dat wat we liefde en mededogen noemen.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie