Berichten

De Boeddha is de ene heldere Aanwezigheid die zich toont in iedereen en alles. De Boeddha zien is de Dharma zien en jezelf in de ander, de Sangha. Alleen in een geest van niet-weten openbaart zich de harmonie en natuurlijke ordening van onze Weg. Neem je toevlucht tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha, laat je geest onbezoedeld, maak het juiste onderscheid en breng aldus de grote compassie tot bloei als de zuivere bloem van dit bestaan.

Ben Claessens – Zen Cirkel Lelystad zomer 2016

‘De openheid van het licht is in uw binnenste aanwezig en in alle opzichten volledig. Wat zou u buiten de openheid van het licht nog gretig willen najagen?’ We kunnen veel óver zen vertellen maar uiteindelijk gaat het om de directe ervaring, leert ons bovenstaand citaat van de Japanse zenmeester Koun Ejo (1198-1282). In zijn traktaat windt de Japanner er geen doekjes om. Hij beschrijft zen als de oefenweg naar verlichting. Niet tasten naar vergelijkingen noch je toevlucht in de stilte zoeken. Je niet hechten aan het heilige noch het wereldlijke verwerpen. Het kennen van de aard van het eigen bewustzijn, dát is het geheim van verlichting. Zen beoefenen, is met een fris en ontvankelijk oog door het leven gaan, in het diepe besef uiteindelijk te allen tijde met lege handen te staan. Die eenvoud, directheid en transparantie spreekt in het westen blijkbaar ook een groeiende groep christenen aan. Ze zien er een kans in om het eigen geloof te doorgronden en het eigen bestaan als ‘samen leven’ intenser te beleven.

Objectloze meditatie

Europa maakt in onze tijd kennis met zen, een stroming van het mahayana boeddhisme. Zen zelf vindt zijn oorsprong in de versmelting van het boeddhisme met het taoïsme in het China van de 2e eeuw. De eerste term luidt ‘ch’an’ en is afgeleid van het Indiase Sanskrietbegrip dhyana (meditatie). ‘Vergeet het vangnet, grijp de vis’, is een ch’anuitspraak uit de 3e eeuw. Hij verwijst naar het rechtstreeks doordringen tot transpersoonlijke waarheid. Ch’an kwam in China en Korea tot bloei na de 5e eeuw en woei over naar Japan waar ch’an tot zen werd. In de vorige eeuw maakten Amerika en Europa er kennis mee. Inmiddels zijn er overal opgeleide en geautoriseerde leraren in de eeuwenoude zentraditie. Ze dragen de dharmaleer over. Naast teisho’s of dharmatalks van de leraar en het lezen van (soetra)teksten is zazen, de objectloze meditatie op een kussentje, een zenpijler. “Zazen beoogt het ik-bewustzijn stil en ontvankelijk te maken opdat het zich van alle verwachtingen en ideeën ontdoet. Alleen zo kan de werkelijkheid ongecensureerd het individuele maar onpersoonlijke bewustzijn binnengaan en vanuit deze ‘inwoning’ het leven van de zenstudent beïnvloeden”, zegt leraar Nico Tydeman Sensei die ik in 1985 voor het eerst ontmoette en bij wie ik in 1998 mijn officiële zentraining begon.

Van verkramping naar bevrijding

Zentraining is de inwijding in het bestaansmysterie. Die training is kennelijk nodig om de verkramping van het ego – hetgeen zich uit in het zich vastklampen aan concepten, begrippen en vooringenomen opvattingen over zichzelf en de wereld – weg te nemen en de mens tot zelfvergetelheid en overgave te bewegen. De persoonlijke, directe eenheidservaring is cruciaal. Deze vruchtbaar laten worden in deugdzaamheid en mededogen, zodat ook anderen zich kunnen bevrijden, is uiteindelijk de levensopgave. Het is de taak van de leraar om als mystagoog de zoekende mens (myste) bij te staan op zijn unieke zoektocht naar innerlijke verlossing.

Uit: Geïnspireerd door een Groot Verlangen – door Dom G. Helwig en Ben Claessens

De Kovel, nr 3 2008, uitgave van de Benedictijner en Sistercienzers kloosters in Vlaanderen en Nederland.